Free Essay

Kruistocht

In:

Submitted By len65
Words 1272
Pages 6
Samenvatting:
Dolf, een jongen uit de twintigste eeuw wordt teruggeflitst naar de Middeleeuwen. Door een foute berekening komt hij niet op de plaats waar hij heen wilde, hij komt nu aan bij de stad Spiers, in het jaar 1212. Daar ontmoet hij een jongen, Leonardo, die een student is. Dolf moet om vijf uur weer terug zijn op een bepaalde plaats, als hij er dan niet is kan hij niet meer teruggeflitst worden.
Maar als Dolf op die plek komt wordt hij gehinderd door een grote groep kinderen en kan hij die plaats niet bereiken. Nu moet hij in de Middeleeuwen blijven. Hij gaat ’s avonds samen met Leonardo bij de grote groep kinderen slapen. Die blijken een kinderkruistocht te vormen. Deze kruistocht is bedoeld om Jeruzalem te veroveren van de Saracenen.
De stad Spiers sloot de poorten en daarom moesten de kinderen in het veld blijven slapen. Die nacht treft een groot onweer de stad waardoor er verschillende huizen in brand vliegen. De burgers denken dat het de straf van God is en daarom komen ze de kinderen de volgende dag eten brengen.
De volgende dag besluiten Dolf en Leonardo ook met de kinderkruistocht mee te gaan. Bij Spiers ontmoette Dolf, die zich nu Rudolf Wega van Amstelveen noemt (dat is een middeleeuwse naam), ook een meisje, ze heet Mariecke. Dolf blijft de hele kruistocht voor haar zorgen. De volgende dag merkt Dolf dat er veel erge dingen in de groep kinderen gebeuren: er sterven veel kinderen door ongelukken enz. Daarom gaat Dolf ’s avonds naar de leiding van de kruistocht, twee monniken en een herdersjongen (Nicolaas, die de leider is van de kruistocht), die in een tent samen met nog wat kinderen van adel slapen. Hij zegt dat hij het er niet mee eens is hoe de kruistocht nu georganiseerd is, en hoe hij het wil. De monniken geven toe en zo komen er verschillende groepen in het kinderleger: jagersgroepen, visgroepen, leerlooiersgroepen en orde bewakers. Hij stelt over elke groep een leidinggevende aan en dat zijn niet alleen kinderen van adel, dat zijn ook kinderen die gewoon uit het kruisleger komen. Zo krijgt Dolf langzaam maar zeker de leiding over de kinderkruistocht.
Als ze de stad Rottweil bereiken mogen ze weer niet naar binnen en ze krijgen ook geen eten. De kinderen beginnen al honger te krijgen, maar Dolf krijgt een bakker zover om samen met enkele kinderen, 800 broden voor de kruistocht te bakken. Bij de stad breekt er onder de kinderen ook een epidemie van de scharlaken dood (roodvonk) uit. Hieraan sterven heel veel kinderen, maar Dolf weet met zijn kennis van ziekten (die hij uit de twintigste eeuw heeft) te voorkomen dat de ziekte zich verder verspreid. De twee monniken hebben de hele kruistocht vreselijke haast, maar Dolf doet het net zo lief wat rustiger aan. Daarom heeft Dolf heel vaak conflicten met Dom Anselmus, een van de monniken. Dom Johannis de andere monnik is wat gematigder.
Als ze bijna de Alpen in zullen trekken beschuldigt Dom Anselmus, Dolf van ketterij. Hij daagt hem voor een volksgericht. Dolf komt in een heel netelige positie maar wordt door een andere monnik, Dom Thaddeus, en een litteken dat door een hond is aangebracht gered. De kinderen beschouwen dit litteken als een teken dat Dolf door God gezonden is.
De volgende dag als ze de bergen in zullen trekken, verlaat een groep van 800 kinderen met Fredo (een kind van adel die de leiding over de ordebewakers had) de kruistocht. Leonardo krijgt nu de leiding over de ordebewakers. Via een ravijn trekken ze de bergen in. Na de eerstvolgende nachtrust in de bergen worden ze overvallen door soldaten van een burchtheer. Zij nemen 50 sterke kinderen mee als tol voor de doortocht. Deze 50 kinderen vormden de ruggengraat van de kruistocht, er zaten leiders van de verschillende groepen bij. Dolf kan dit niet verkroppen, en bevrijd de kinderen met een list weer uit het kasteel.
De tocht door de bergen kost ontzettend veel slachtoffers. Het aantal van 8000 kinderen dat begon met de kruistocht is door de scharlaken dood en de ongelukken die onderweg gebeurden, die veel doden kostten, en de groep die wegtrok verminderd tot 7000.
Het kinderleger is ondertussen ook van een biddende groep kinderen veranderd in een troep die gewetenloos de akkers van de boeren leegroven. Ze trekken verder over de Povlakte (ze gaan via Genua naar Jeruzalem, dat willen de monniken). Op de Povlakte worden ze aangevallen door woedende boeren omdat hun landerijen en huizen leeggeroofd worden. Het wordt een ware veldslag tussen de kinderen en de boeren waarbij er weer veel doden vallen.
Na de Povlakte trekken ze nog door de Apennijnen, een heuvelachtig gebied. Daar sterft Carolus (een jongen met edel bloed die de koning van Jeruzalem had moeten worden) aan blindendarmontsteking. Hij zegt vlakvoor hij sterft nog dat Rudolf zijn opvolger moet worden. Maar Dolf wil niet, hij zegt dat hij koning zal worden zodra ze Jeruzalem veroverd zullen hebben.
Ondertussen krijgen de twee monniken steeds vaker ruzie en Dolf weet niet waarom. Hij weet ook niet waarom ze naar Genua gaan, dat ligt toch helemaal niet op de route naar Jeruzalem. De monniken en Nicolaas vertellen dat God daar een wonder zal verrichten: God zal de zee openen als Nicolaas het zegt, maar daar gelooft Dolf niet in. Op een keer waarschuwt Dom Johannis, Dolf voor Genua maar hij wil niet zeggen waarom.
Als ze in Genua aangekomen zijn, vertrekt Dom Anselmus naar de stad en Nicolaas trekt zich terug in zijn tent om zich voor te bereiden op het wonder. Ondertussen vertelt Dom Johannis aan Dolf dat het allemaal bedrog is, Dom Johannis en Dom Anselmus hebben Nicolaas bedrogen want ze wilden niet naar Jeruzalem, maar ze wilden de kinderen verkopen aan slavenhalers. Nicolaas predikte de kruistocht en kreeg daarmee veel kinderen mee. Dolf waarschuwt de kinderen. Het wonder dat de volgende dag moet gebeuren mislukt finaal. Dan zegt Dom Anselmus dat hij schepen gevonden heeft maar de kinderen geloven hem niet meer en verscheuren hem.
Er gaan nu zo’n 2000 kinderen terug of blijven in Genua, de rest trekt weer verder richting Jeruzalem. Ze gaan door Italië. Als ze in Pisa komen blijft Leonardo daar, zijn ouders wonen daar.
Daarna komen ze in de provincie Umbrië, daar komen ze bij een kasteel (dat van graaf Trasimeno is). Hij nodigt de leiders van het kinderleger uit en die gaan (Dolf gaat niet mee). Maar de graaf heeft er een bedoeling mee, hij wist dat hij de volgende dag aangevallen zou worden en hij wil dat de kinderen de vijanden wegjagen. Hij heeft hun leiders als gijzelaars. Maar de kinderen krijgen het voor elkaar dat ze er in ordelijke groepen bij de vijand doormogen. Als bijna alle kinderen er door zijn valt graaf Trasimeno zijn vijanden aan. In deze strijd helpen de kinderen door mee te vechten tegen de graaf. Hierbij vallen veel doden.
De tocht gaat weer verder en zo komen ze in Brindisi, daar is de voorlopige eindhalte. Het leger bestaat ondertussen uit nog maar 1000 kinderen, er zijn veel kinderen in dorpen langs de route gebleven.
In Brindisi brengt een van de jongens een aluminium doosje bij Dolf, daar zit een boodschap in van de professor die hem wegflitste. Later wordt er nog zo’n doosje gevonden. Daar zit weer zo’n boodschap in. Er wordt in gevraagd of Dolf terug wil schrijven en het doosje op dezelfde plek terug wil leggen waar hij het gevonden heeft. Hij schrijft terug dat hij precies een etmaal later op dezelfde plek zal staan. Dit lukt en hij wordt teruggeflitst naar zijn eigen tijd.

Similar Documents