Free Essay

Onderzoeksvaardigheden

In:

Submitted By wouterdehaan
Words 1926
Pages 8
Opdracht B 1. Onderwerp: duurzame energie 2. Vraag: Is er de laatste jaren een stijging in het gebruik van duurzame energie?
Duurzame energie, stijging, per huishouden, gebruik duurzame energie, groene stroom. 3. Bron 1: Artikel uit de volkskrant van 22 juni 2011 (slecht)
35 procent stroom duurzaam Minister Verhagen legt leveranciers verplichting op voor 2020
SECTION: Economie; Blz. 22
LENGTH: 517 woorden
Van onze verslaggever Michael Persson
Amsterdam In 2020 moet Nederland 35 procent van zijn stroom duurzaam opwekken. Elke leverancier van elektriciteit wordt verplicht dat percentage bij zijn klanten uit het stopcontact te laten stromen. Dat heeft minister Verhagen woensdag toegezegd in een debat met de Tweede Kamer.
Daarmee kiest Verhagen (CDA, Economische Zaken) voor een radicaal andere manier om hernieuwbare energie te stimuleren. Van subsidies schakelt hij over op verplichtingen.
Door de zogeheten leveranciersverplichting moeten ook bedrijven als de Nederlandse Energie Maatschappij, die zelf geen stroom produceren en voornamelijk goedkope buitenlandse stroom inkopen, straks in Nederland op zoek naar duurzame energie. Via de aankoop van certificaten moeten ze daarmee hun stroomleveranties tot het gewenste percentage vergroenen.
Nu is het aandeel groene stroomopwekking in Nederland 9 procent. Met de verplichting hoopt het kabinet de Europese doelen in 2020 te halen. Dan moet Nederland 14 procent van zijn energieverbruik duurzaam opwekken. Omdat dat percentage lastig haalbaar is met bijvoorbeeld huisverwarming of autobrandstoffen, moet het leeuwendeel van de elektriciteitsopwekking komen.
In de Tweede Kamer is brede steun voor de leveranciersverplichting. 'Wij zijn nooit zo voor verplichtingen', zegt Kamerlid René Leegte (VVD). 'Maar dit is eigenlijk de enige logische weg om de doelen te halen. Met subsidies ben je veel geld kwijt en haal je de doelen niet.'
Volgens Diederik Samsom (PvdA) is de doorbraak 'revolutionair'. 'Eindelijk zijn we af van het zwabberbeleid. Dit is een heldere keuze.' Er zijn nog wel een aantal beren op de weg, zegt Samsom. 'Die kunnen nog knap lastig worden.'
Ook Verhagen stelde vorige week in zijn Energierapport dat een leveranciersverplichting alleen doorgang kan vinden als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Producenten van groene stroom mogen geen windfall profits opstrijken. Dat geldt voor eigenaren van kolencentrales, die de meeste groene stroom zullen gaan produceren door de bijstook van biomassa, zoals hout. Het gevaar is dat zij een bijna-monopolie op de groencertificaten krijgen, waardoor ze de prijs sterk kunnen opdrijven en miljardenwinsten vangen. Dat zou een huishouden 1.000 euro per jaar extra kunnen kosten.
Om dat te voorkomen, wil Verhagen dat er voor kolencentrales ook een biomassabijstookverplichting komt. Pas boven een bepaald percentage levert het meegestookte hout groencertificaten op, die geschikt zijn voor de verkoop. Die maatregel moet er ook toe leiden dat duurdere opties voor groene energie (wind op zee, zonnepanelen) kunnen concurreren met de biomassabijstook. De biomassabijstookverplichting zou volgend jaar al moeten ingaan. De leveranciersverplichting pas in 2015.
De branchevereniging Energie Nederland, die al een jaar pleit voor de leveranciersverplichting, verwelkomt de politieke eensgezindheid. Volgens een woordvoerder moet de maatregel wel deel uitmaken van een bredere Green Deal, waarin onder meer ook de productie van groen gas wordt versneld.
Samson (PvdA): 'Eindelijk af van het zwabberbeleid'

Bron 2: Monitor schoon en zuinig. Opgesteld door het ECN in opdracht van ‘Schoon en zuinig’ een project van de overheid. Opgesteld April 2010. We hebben een samenvatting gemaakt van hoofdstuk: 4.3.4: Energie: Ontwikkelingen duurzame energie. Site: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2010/04/29/monitor-s-z.html

Samenvatting bron: Het gebruik van duurzame energie is de laatste jaren gestegen, 6% in 2007, 7% in 2008 en 9% in 2009. Terwijl het doel voor 2010 9% was is dat al in 2009 gehaald. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan windenergie en biomassa.

Bron 3: Energie rapport 2011. Opgesteld door het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie. Site: http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/06/10/energierapport-2011/energie.pdf
Samenvatting bron: De overheid heeft als doelstelling om in 2020 het aandeel duurzame energie uit te breiden naar 14%. Dit is door Europese wetgeving opgelegd. De overheid wil dit voorla bereiken door: de stimuleringsmaatregel SDE+, een bijmengverplichting voor biobrandstof in de transport sector, biomassa stoken in kolencentrales en de import van duurzame energie.

4.1. Uitbouwen aandeel hernieuwbare energie en stimuleren CO2-afvang en opslag
Investeren in een duurzame energiehuishouding loont, omdat de uiteindelijke maatschappelijke baten groter zijn dan de maatschappelijke kosten. Maar het verduurzamen van de energiehuishouding moet wel op een economisch verstandige manier gebeuren. De hoogte van de kosten is onder andere afhankelijk van het tempo waarin investeringen plaatsvinden. Een juiste balans tussen het goedkoper maken van technologieën en het grootschalig produceren van hernieuwbare energie is van groot belang.
Daarom maakt het kabinet een onderscheid tussen de korte en de lange termijn. Op de korte termijn kiest het kabinet voor het zo efficiënt mogelijk toewerken naar de Europese doelstelling van 14% hernieuwbare energie in 2020. De grote uitdagingen én kansen liggen echter in het langetermijnperspectief voor hernieuwbare energie. Het kabinet kiest voor het bevorderen van innovatie om hernieuwbare energieproductie op de langere termijn concurrerend te maken. De focus ligt op die sectoren en technieken waar Nederland een sterke positie inneemt. De topsector energie vormt het verband waarbinnen de activiteiten plaatsvinden.

4.1.2. 14% hernieuwbare energie in 2020
De Europese richtlijn voor hernieuwbare energie verplicht Nederland om in 2020 14% van het bruto eindverbruik in Nederland te produceren met hernieuwbare energiebronnen.10 Het kabinet wil in deze periode een forse bijdrage aan die doelstelling leveren. Daarom stimuleert het kabinet de komende jaren de productie van hernieuwbare energie aan de hand van vier instrumenten:
• Stimuleringsregeling Duurzame Energie plus (SDE+);
• Bijmengverplichting voor biobrandstoffen in de transportsector;
• Bij- en meestook van biomassa in kolencentrales;
• Import van hernieuwbare energie.
SDE+ Het kabinet stimuleert de productie van hernieuwbare energie via de SDE+, een verbeterde versie van de SDE-regeling. De SDE+ verdeelt het jaarlijks beschikbare budget niet meer vooraf over de verschillende technologieën, maar laat technologieën concurreren onder één budgetplafond. De goedkoopste technologieën komen het eerst in aanmerking voor budget. Zo draagt de SDE+ bij aan het zo kosteneffectief mogelijk bereiken van de 2020-doelstelling. De SDE+ is niet alleen beschikbaar voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, maar ook voor hernieuwbare warmte en groen gas. Juist deze opties leveren immers ook een effectieve bijdrage aan de 14%- doelstelling.11 In november 2010 en april 2011 is de Tweede Kamer geïnformeerd over vormgeving en werking van de SDE+.12

Bron 4: Aandeel duurzame energie naar 4 procent
Opgesteld door het CBS (Reinoud Segers en Marco Wilmer, 2010) Site: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/industrie-energie/publicaties/artikelen/archief/2010/2010-3105-wm.htm
Aandeel duurzame energie naar 4 procent
Het verbruik van duurzame energie in Nederland kwam in 2009 uit op ongeveer 4 procent van het binnenlands energieverbruik. Een jaar eerder was dat nog 3,4 procent. De toename komt vooral doordat biomassa en windenergie meer bijdragen. De Nederlandse overheid streeft naar 20 procent duurzame energie in 2020.
Verbruik van duurzame energie, in vermeden verbruik van fossiele primaire energie

Subsidies stimuleren verbruik duurzame energie
Vanaf 1990 tot en met 2003 groeide het verbruik van duurzame energie van 0,7 procent naar 1,5 procent van het totale energieverbruik. Dat is een groei van nog geen 0,1 procentpunt per jaar. Daarna gaat het een stuk sneller met een groei van gemiddeld 0,4 procentpunt per jaar. Deze versnelling van de groei hangt samen met de subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP).
Meer biomassa
De bijdrage van biomassa aan de energievoorziening steeg van 2,1 procent in 2008 naar 2,5 procent in 2009. Dat komt door de toename van het meestoken van biomassa in grote elektriciteitscentrales en het verbruik van biobrandstoffen voor het wegverkeer. Ook het verbruik van overige biomassa nam toe.
Verbruik van biomassa, in vermeden verbruik van fossiele primaire energie

Het meestoken van biomassa in centrales was in 2009 verantwoordelijk voor 30 procent van alle duurzame energie uit biomassa. De bijdrage van biobrandstoffen voor het wegverkeer was gelijk aan 20 procent. De afvalverbrandingsinstallaties zorgden voor 15 procent van de duurzame energie uit biomassa. Het resterende deel kwam voor rekening van een reeks aan middelgrote en kleinschalige toepassingen, zoals afvalhoutverbranding, biogasinstallaties en houtkachels.
Meer windenergie
Ruim 1 procent van het energieverbruik was in 2009 afkomstig van Nederlandse windmolens. Deze molens produceerden ongeveer 10 procent meer energie dan het jaar daarvoor, ondanks dat het duidelijk minder hard waaide. De toename is toe te schrijven aan het in gebruik nemen van nieuwe grote molens.

4. Bron 1:
Samenvatting van het onderzoek: a. Onbekend b. NVT c. NVT d. NVT e. Niet bekend f. NVT

Relevantie:
Deels wel want het gaat over dat de Minister wil dat de opwekking van stroom in Nederland in 2020 9% is. Maar er word verder geen andere informatie verstrekt.

Kwaliteit van het onderzoek: a. Micheal Persson b. De Volkskrant c. Is niet bekend d. Objectief e. Ja, artikel van 11 juni 2011

Eindoordeel:
Deze bron is slecht omdat er geen feiten zijn naast het feit dat de minister wil dat die doelstelling bereikt wordt in 2020.

Bron 2:
Samenvatting van het onderzoek: a. ECN, Energy research Centre of the Netherlands b. Rijksoverheid/ECN c. De toepassing van duurzame energie in de jaren 2007, 2008 en 2009. d. NVT e. CBS f. Dat het in de laatste jaren is toegenomen

Relevantie:
Deze bron is relevant voor onze onderzoeksvraag.

Kwaliteit van het onderzoek: a. ECN en het Ministerie b. Ministerie c. Wel betrouwbaar het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie en uitgevoerd door een onderzoeksinstantie. d. Ja want het is uitgevoerd door een externe onderzoeksinstantie e. Redelijk, verschenen in April 2010

Eindoordeel:
Deze bron is goed en betrouwbaar en geeft deels antwoord op onze onderzoeksvraag.

Bron 3:
Samenvatting van het onderzoek: a. Staat niet vermeld, waarschijnlijk ambtenaren van het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie(ELI) b. Rapport aan het einde van een periode c. Kijken of de doelstellingen bereikt zijn en wat er nog gedaan moet worden. d. NVT e. Onbekend, waarschijnlijk databases van de Rijksoverheid f. Welke doelstelling er is voor de komende jaren en hoe die bereikt gaan worden

Relevantie:
Deze bron is relevant want het geeft aan wat de doelstellingen zijn voor de komende jaren en geven dus de waarschijnlijke trend aan.

Kwaliteit van het onderzoek: a. Ambtenaren van het Ministerie van ELI b. Ministerie van ELI/Rijksoverheid c. Waarschijnlijk wel betrouwbaar want het is uitgevoed door de overheid d. Niet onafhankelijk maar wel objectief waarschijnlijk. e. Ja, het rapport is 10 Juni 2011 verschenen

Eindoordeel:
Deze bron is goed bruikbaar voor het onderzoek, het is uitgevoerd door de Rijksoverheid en geeft een goed beeld op wat er op het gebied van onze vraag waarschijnlijk gaat gebeuren de komende jaren.

Bron 4:
Samenvatting van het onderzoek: a. CBS b. NVT c. Cijfermatig overzicht geven van de groei van de duurzame energie d. NVT e. Bronnen van StatLine f. Dat er in de laatste jaren duidelijk een groei is te zien

Relevantie:
Deze bron is relevant en geeft een duidelijk antwoord op onze vraag.

Kwaliteit van het onderzoek: a. Reinoud Segers en Marco Wilmer en het CBS b. CBS c. CBS heeft een goede naam dus het zal ook betrouwbaar zijn. d. – e. Redelijk

Eindoordeel:
Deze bron kunnen wij goed gebruiken aangezien het ook veel cijfers geeft.

5. Conclusie: Ja er is de laatste jaren zeker een stijging in het gebruik van duurzame energie te zien en de verwachting is dat deze stijging, onder overheidsbeleid, verder door zal zetten.

6. Stelling: De overheid kan de gestelde doelen in 2020 bereiken.

9. Bronnen (Reinoud Segers en Marco Wilmer, 2010. CBS)

Similar Documents

Free Essay

Onderzoeksvaardigheden

...wat is de invloed van de hoge benzineprijzen op de Nederlandse economie? Het onderzoek is gericht op de motorbrandstoffen Euro 95, Diesel en LPG. * waarom zijn de benzineprijzen zo hoog?(hoe komt de prijs tot stand? waarom blijven ze stijgen? Wie verdienen aan de benzine?) * Wat zijn de voor- en nadelen van de hoge benzineprijzen? (inflatie, economische groei, rente, koopkracht, inkomsten overheid, alternatieven benzine) * Als het noodzakelijk is dat de benzineprijzen moeten dalen, Wat zijn dan de overwegingen die de overheid moet doen om de benzineprijzen lager te krijgen? * Hoe verhoudt de ontwikkeling van de olieprijs zich tot de ontwikkeling van de pompprijzen in Nederland? * Hoe zijn de Nederlandse brandstofprijzen opgebouwd? * Welke knelpunten en andere omstandigheden bestaan er in de Nederlandse benzinemarkt, die mogelijk een goede marktwerking en concurrerende prijsvorming in de weg staan? Er moet onderzocht worden wat de oorzaak is van deze hoge benzineprijzen. Dit ook door te onderzoeken hoe de prijs tot stand komt, wie er aan verdienen en waarom ze nog steeds stijgen. Hierna kan er zetten we de voor- en nadelen tegenover(m.b.t. inflatie, rente, economische groei, koopkracht, inkomsten overheid, alternatieven benzine, etc.) als het noodzakelijk is dat de benzineprijzen moeten dalen, na het onderzoeken van de voor- en nadelen, kan de overheid zorgen dat de prijs wordt verlaagd? Zo ja, hoe? Dit onderzoek is gestart na aanleiding...

Words: 2034 - Pages: 9

Free Essay

Onderzoeksvaardigheden 1

...Onderzoeksvaardigheden 1 Schoenen, internationaal zakendoen Jelmar Remmerts, 14033720, SBRM1-J Onderzoeksvaardigheden 1 Schoenen, internationaal zakendoen Den Haag, 7 juli Auteur Klas Remmerts, Jelmar (14033720) SBRM1-J Onderwijsinstelling SLB begeleider De Haagse Hogeschool M.A. Borsje Johanna Westerdijkplein 75 2521 EN DEN HAAG 070 - 445 8888 Studierichting Cohort Small business & Retail management 2014 - 2018 Studieonderdeel Studiejaar Onderzoeksvaardigheden 1 2014 - 2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 2. Deskresearch 6 2.1 De grootste bedrijven in de schoenen branche. 6 2.2 productielanden 7 2.3 De schoenenbranche in Nederland 8 3.Literatuurstudie 9 3.1 Het ontstaan van internationaal zakendoen 9 3.2 Internationale handelsbarrières 9 3.3 Internationale uitwisseling van diensten 10 3.4 Gevestigde in Nederland 10 4. Enquête 11 4.1 concept enquête 11 4.2 Definitieve enquête 15 4.3 verbeterplan 18 5. Conclusie 20 6. Bibliografie 21 1. Inleiding In dit rapport wordt het onderzoek weergegeven wat is afgenomen in de schoenenbranche, dit onderzoek heeft plaats gevonden in een tijdsbestek van twee maanden. Het onderwerp van het onderzoek is internationaal zakendoen. Het onderzoek geeft weer welke bedrijven aan top gaan in de schoenenbranche, tevens wordt dit visueel ondersteund. Vervolgens komt het onderwerp internationaal zakendoen aanbod...

Words: 3167 - Pages: 13

Free Essay

Reinder

...MPNL-KWAMETH-09 2009-2010 10 weken (Blok C of blok D van propedeuse) Voltijd MATERIE Verplicht johan.vanberkel@hu.nl Johan van Berkel (Johan van Berkel, Kamer 2.109, e-mail: johan.vanberkel@hu.nl, 030-2586907 17062009 Inhoudsopgave 1 Inhoud 3 2 Opleidingsdoelen, eindtermen en leerdoelen 3 3 Plaats in het curriculum en relatie met andere cursussen 4 4 Studiebelasting 4 5 Voorkennis en ingangseisen 4 6 Vrijstellingsmogelijkheden 4 7 Competenties (en beroepsproducten) 5 8 Vorm en begeleiding 6 9 Studentactiviteiten en op te leveren producten 7 10 Toetsing en beoordeling 8 11 Materiaal en literatuur 9 12 Evaluatie 9 1. Inhoud Verantwoording: Een marketeer wordt in zijn werk vaak geconfronteerd met vragen zoals: ‘Hoe tevreden zijn mijn klanten?’ ‘Hoe doe ik het ten opzichte van mijn concurrenten?’ ‘Hoe ziet mijn toekomst er uit?’ Dit soort vragen leidt dan tot onderzoeken welke allerlei gegevens opleveren. Deze gegevens moeten worden geanalyseerd om conclusies te kunnen trekken. De cursus Kwantitatieve Methoden bevat de volgende onderwerpen: * Tabellen en Grafieken; * Centrum- en spreidingsmaten; * Kansrekening en discrete kansverdelingen; * Normale verdelingen en andere continue kansverdelingen; * Lineaire regressie analyse * Tijdreeksanalyse. 2. Opleidingsdoelen, eindtermen en leerdoelen In deze cursus wordt er van uit gegaan dat de te analyseren gegevens beschikbaar...

Words: 1382 - Pages: 6

Free Essay

Onderzoek Buitenspeelruim

...Buitenspeelruimten Onderzoeksrapport over de verschillende functies van buitenspeelruimten in de gemeente Delft en Den Haag. (Spelende kinderen, z.d.) Auteur: Nick Werring 10022333 Opleiding: Sportmanagement Haagse Hogeschool Propedeuse jaar Blok 4 S1C Sportontwikkeling: Buitenruimten Mevr. Van Helden 14 juli 2011 Klas: Vak: Begeleider: Datum: Voorwoord Dit onderzoeksrapport heb ik geschreven in het kader van mij studie HBO sportmanagement aan de Haagse Hogeschool. Het feit dat bijna 20% van de Haagse jeugd tussen de 3 en 16 jaar al leidt aan overgewicht heeft mij aangezet tot het onderzoeken van de bijdrage die buitenspeelruimtes leveren aan de gezondheid van kinderen. (Kinderen met overgewicht, 2007). Vorm en inhoud van dit rapport zijn informatief. Het is bestemd voor de beleidsmedewerkers Sport, gezondheid en welzijn van de gemeente Delft en Den Haag. Daarnaast is het rapport bedoeld voor lezers die geïnteresseerd zijn in de verschillende functies van buitenspeelruimten. De gezondheidsfunctie van een buitenspeelruimte zal hoofdzakelijk toegelicht worden. Tenslotte vermeld ik dat dit rapport mede tot stand gekomen is dankzij suggesties van docenten en tips van medestudenten. In het bijzonder wil ik Rosalie van Helden bedanken voor haar gedetailleerde feedback. Den Haag, juni 2011 Buitenspeelruimten Nick Werring 2011 2 Samenvatting Er is onderzoek gedaan naar de verschillende functies van buitenspeelruimten. Door middel van observatie...

Words: 10258 - Pages: 42