Free Essay

Case 17.2 the Hobbit's Choice Restaurant

In: Business and Management

Submitted By Oscar00
Words 9681
Pages 39
'Onderzoek met betrekking tot de relatie tussen (on)beschikbaarheid van bespeelbare ruimte, de mate van buitenspelen en de gevolgen daarvan op de fysieke, sociale, psychische en emotionele ontwikkeling van de Vlaamse kinderen en jongeren'
Onderzoek in opdracht van de Vlaamse Overheid

Onderdeel: OBSERVATIEONDERZOEK

Kind & Samenleving vzw Jan Van Gils Wouter Servaas Francis Vaningelgem Wouter Vanderstede

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

1

TER SITUERING
Vier rapporten Het voorliggende rapport maakt deel uit van een rapportering neergeschreven in vier rapporten. Er is een syntheseverslag over het gehele onderzoek dat aangevuld is met beleidsaanbevelingen. Dit verslag is gebaseerd op drie onderzoeken waarover apart gerapporteerd wordt, zijnde: de literatuurstudie over buitenspelen het rapport van het survey-onderzoek het rapport van het observatie-onderzoek Het onderzoeksproject Het project poogde volgende doelstellingen te bereiken. 1. Het belang en de invloed van buitenspelen beschrijven. Welke effecten heeft buitenspelen, met name op de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen? Dit wordt algemeen beschreven in de literatuurstudie, en komt tevens zijdelings aan bod in het survey-onderzoek (m.n. verband met lichaamsgewicht). 2. De feitelijke situatie van het buitenspelen in Vlaanderen in kaart brengen. Hoeveel wordt er gespeeld (door wie) en wordt er minder gespeeld dan vroeger? Wie er waar en wat speelt, en hoeveel kinderen er spelen wordt beschreven in het observatie-onderzoek, het survey-onderzoek (zelfrapportering) en beperkt in de literatuurstudie. Een zicht op de evolutie van het buitenspelen van kinderen in Vlaanderen krijgen we door de vergelijking van het observatie-onderzoek uit 2008 met soortgelijke gegevens uit 1983, en door de vergelijking van het surveyonderzoek uit 2008 met soortgelijke gegevens uit 1989 en 1979. 3. Inzicht verwerven in wat het buitenspelen van kinderen beïnvloedt. In lijn met de onderzoeksopdracht is hierbij vooral gekeken naar het belang van de (publieke) ruimte waarin gespeeld kan worden. Het survey-onderzoek geeft hier enkele gegevens, het literatuuronderzoek biedt een overzicht, maar het is vooral in het observatie-onderzoek dat deze vraag aan bod komt. Ook de eigen motieven van kinderen komen aan bod, in het literatuuronderzoek, via de gegevens uit de focusgroepen met kinderen die daarin zijn verwerkt, en ook in het survey-onderzoek. De focus van het project ligt op het ongeorganiseerde buitenspelen van kinderen in de publieke ruimte. Dit houdt in dat het spelen in private tuinen, zonder meer een belangrijke vorm van buitenspelen, grotendeels (doch niet volledig) buiten beeld zal blijven. Dit geldt ook voor de jeugdwerkinfrastructuur. Het gaat in dit project over kinderen tot en met 14 jaar. Overzicht van de vier rapporten Rapport 1: Literatuurstudie (Onderzoekscentrum Kind & Samenleving) Het eerste rapport geeft een overzicht van de bestaande literatuur over buitenspelen. Het rapport gaat in op de effecten die buitenspelen heeft op de ontwikkeling voor kinderen (hoofdstuk 1); de externe factoren die het buitenspelen beïnvloeden, met name de rol van de woonomgeving (hoofdstuk 2); de motieven van kinderen zélf om (al dan niet) buiten te spelen (hoofdstuk 3); en gegevens over het feitelijke buitenspelen in Vlaanderen (hoofdstuk 4). Over de effecten werd de internationale wetenschappelijke literatuur doorgenomen; voor de woonomgeving en de motieven van kinderen zelf gaat het vooral om Vlaamse en Nederlandse studies. Rapport 2: Survey-onderzoek (Dept. Humane Kinesiologie, KULeuven) Het tweede rapport doet verslag van een survey-onderzoek bij ongeveer 2300 kinderen van 6 tot en met 14 jaar. In een eerste hoofdstuk wordt een algemeen beeld geschetst van de spel-, sport- en ontspanningsactiviteiten van kinderen van 6 tot en met 14 jaar. In het bijzonder wordt onderzocht in welke mate er een verband bestaat met persoonlijke achtergronddeterminanten zoals het geslacht, de leeftijd en de gewichtstatus van het kind. In een tweede hoofdstuk van dit rapport wordt ingezoomd op het (ongeorganiseerd) speelgedrag in de woon- een leefomgeving van kinderen en wordt nagegaan welke sociaal-culturele factoren dit speelgedrag gunstig of ongunstig beïnvloeden. In een derde hoofdstuk komen ook de redenen aan bod die kinderen aangeven om al dan niet buiten te spelen. In deel vier wordt getracht om op basis van de verzamelde onderzoeksgegevens het profiel van de buitenspeler anno 2008 in kaart te brengen en op zoek te gaan naar de specifieke indicatoren die dit profiel kunnen voorspellen. In een vijfde en laatste hoofdstuk wordt het speelgedrag van kinderen en jongeren in tijdstrendperspectief geplaatst door de gegevens van 2008 te vergelijken met twee eerder afgenomen vergelijkbare surveys uit 1979 (enkel meisjes) en 1989 (jongens en meisjes). Rapport 3: Observatie-onderzoek (Onderzoekscentrum Kind & Samenleving) Dit rapport doet verslag van een observatie-onderzoek van het spelen van kinderen in 7 verschillende woonwijken tijdens de paas- en zomervakantie van 2008. Het observeert kinderen in hun dagelijkse (vnl. ongeorganiseerde) buitenspeelcontext: hun woonomgeving. Aantallen, geslacht, leeftijd, het al dan niet onderweg en het al dan niet begeleid zijn en het soort spel van de kinderen werden genoteerd. De gegevens uit 2008 worden bovendien vergeleken met de gegevens uit een vergelijkbaar onderzoek uit 1983, waarop het voorliggende observatie-onderzoek is geënt.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

2

Na een sociaal-ruimtelijke beschrijving van de wijken (hoofdstuk 2), brengt het onderzoek in kaart wie waar speelt (hoofdstuk 3): hoe zijn de observaties te verdelen volgens gender, leeftijd, het al dan niet onderweg zijn, het begeleide en het georganiseerde karakter van het spel, en de diverse speelvormen? Een speelindex gaat na hoeveel kinderen werden geobserveerd in vergelijking met het aantal kinderen dat de wijk bewoont (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5, de hoofdmoot van het observatie-onderzoek, wordt gezocht naar verbanden tussen het speelgedrag en de publieke ruimte: de diverse types publieke ruimte, stedelijke en suburbane wijken, inrichtingselementen en wegcategorisering. De onderzochte wijken komen bovendien apart aan bod. Rapport 4: Syntheseverslag Zoals hierboven al vermeld werd is het syntheseverslag een samenvatting van de bevindingen uit het literatuuronderzoek, het observatie-onderzoek en het survey-onderzoek. Al deze bevindingen worden in het syntheseverslag van commentaar voorzien. Op basis hiervan worden beleidsaanbevelingen geformuleerd.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

3

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ............................................................................................................... 8
1.1. Formulering Onderzoeksvraag.............................................................................................................8 1.2. Methodiek en aanpak: observatie- en analysemethode(s)................................................................8 a) Uitdagingen bij de replicatie van het onderzoek uit 1983 .......................................................................8 b) Observatiemethode.................................................................................................................................9 c) Indeling in zones en ruimtelijke analyse................................................................................................11 1.3. Verantwoording van de keuze van wijken.........................................................................................12

2. SOCIAAL-RUIMTELIJKE BESCHRIJVING VAN DE ONDERZOCHTE WIJKEN... 13
2.1. Wijk Seefhoek in Antwerpen...............................................................................................................13 2.2. Hoogbouw Stuyvenbergplein in Antwerpen .....................................................................................15 2.3. Wijk 't Foort in Temse.........................................................................................................................17 2.4. Wijk P. Dierckxlaan in Temse .............................................................................................................19 2.5. Burcht in Zwijndrecht ..........................................................................................................................21 2.6. Wijk Predikherenvelden in Rumst......................................................................................................23 2.7. Wijk Terhagen in Rumst......................................................................................................................25 2.8. Overzicht van demografische gegevens van de onderzochte wijken............................................27 2.9. Enkele sociaal-economische parameters van de onderzochte wijken ..........................................29

3. WIE SPEELT WAAR – ALGEMENE CIJFERS ....................................................... 31
3.1 Overzicht van de wijken .......................................................................................................................31 3.2. Overzicht van observaties ..................................................................................................................31 3.3. Genderverdeling ..................................................................................................................................33 a) Cijfers huidig onderzoek .......................................................................................................................33 b) Vergelijking gegevens 1983 – 2008......................................................................................................34 3.4. Leeftijdsverdeling ................................................................................................................................35 a) Cijfers huidig onderzoek .......................................................................................................................35 b) Vergelijking met onderzoek 1983..........................................................................................................35 3.5. Aantal kinderen onderweg / kinderen niet onderweg ......................................................................36 3.6. Begeleid/niet begeleid .........................................................................................................................37 3.7 Georganiseerd spel ..............................................................................................................................39 3.8. Spelvormen ..........................................................................................................................................39 3.9. Conclusies en opmerkingen...............................................................................................................41

4. PUBLIEKE RUIMTE-SPEELINDEX ......................................................................... 43
4.1. Wat is de ‘publieke ruimte-speelindex’? ...........................................................................................43 a) Cijfers huidig onderzoek .......................................................................................................................43 b) Vergelijking met onderzoek 1983..........................................................................................................43 4.2. Beschouwing........................................................................................................................................44

5. VERBAND TUSSEN RUIMTE EN SPELEN ............................................................ 45
5.1. Methodiek en aanpak ..........................................................................................................................45 5.2. Op zoek naar verbanden tussen spelobservaties en types publieke ruimte ................................47 5.2.1. Globale cijfers..................................................................................................................................48 5.2.1.1. Gemiddelde aantal spelobservaties per zone (of 'intensiteit' van bespeling) ..............................49 5.2.1.2. Percentage per type publieke ruimte (of frequentie van bespeling) ............................................49 5.2.1.3 Besluit............................................................................................................................................49 5.2.2. Zijn er verschillen per wijk? Zijn er verschillen tussen stedelijke en suburbane gebieden? ...........50 5.2.3. Verhouding jongens/meisjes per type publieke ruimte ...................................................................53

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

4

5.2.4. Samenhang tussen soorten spel en publieke ruimte ......................................................................55 1. Is er een verband tussen inrichtingsmaatregelen en geobserveerde speelfrequentie? .......................58 2. Is er een verband tussen wegfunctie/wegcategorie en geobserveerde spelfrequentie?......................59 5.4. Synthesekaart per wijk en onderzoek meest bespeelde zones ......................................................60 5.4.1. Wijk Seefhoek in Antwerpen ...........................................................................................................60 5.4.2. Hoogbouw Stuyvenbergplein in Antwerpen ....................................................................................63 5.4.3. Wijk ’t Foort in Temse .....................................................................................................................65 5.4.4. Wijk P. Dierckxlaan in Temse .........................................................................................................68 5.4.5. Wijk Burcht in Zwijndrecht...............................................................................................................70 5.4.6. Predikherenvelden in Rumst ...........................................................................................................72 5.4.7. Terhagen in Rumst..........................................................................................................................74 5.4.8. Algemene conclusies bij de synthesekaarten per wijk....................................................................77 5.5. Is er verband tussen woningtypes en buitenspelen? ......................................................................79

BIJLAGEN ................................................................................................................... 81

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

5

Inhoudstafel tabellen
Tabel 1. Tabel 2. Tabel 3. Tabel 4. Tabel 5. Tabel 6. Tabel 7. Tabel 8. Tabel 9. Tabel 10. Tabel 11. Tabel 12. Tabel 13. Tabel 14. Tabel 15a. Tabel 15b. Tabel 15c. Tabel 16. Tabel 17a. Tabel 17b. Tabel 17c. Tabel 18. Tabel 19. Tabel 20. Tabel 21. Tabel 22a. Tabel 22b. Tabel 22c. Tabel 23. Tabel 24. Tabel 25. Tabel 26. Tabel 27. Tabel 28a. Tabel 28b. Tabel 29. Tabel 30. Tabel 31. Tabel 32. Tabel 33. Tabel 34a. Tabel 34b. Tabel 35. Tabel 36. Tabel 37. Tabel 38. Tabel 39. Tabel 40. Tabel 41. Tabel 42. Tabel 43. Tabel 44. Tabel 45. Overzicht en eigenschappen van de observatiewijken 2008… … … … 12 Totaal aantal kinderen woonachtig in de observatiewijken … … … 27 Percentage meisjes en jongens woonachtig in de observatiewijken … … 27 Percentage kinderen met niet-Belgische nationaliteit woonachtig in observatiewijken 27 Percentage kinderen per leeftijdsgroep woonachtig in de observatiewijken … 28 Percentage werkzoekenden per observatiewijk … … … … … 29 Gemiddeld jaarinkomen in de observatiewijken … … … … … 29 Percentage woningen zonder basiscomfort per observatiewijk … … … 29 Gemiddelde oppervlakte per woning in de observatiewijken … … … 30 Demografische samenstelling van de wijken in 2008 … … … … 31 Overzicht van geobserveerde kinderen in 1983 en 2008 (absolute aantallen) … 32 Percentage geobserveerde jongens en meisjes naar leeftijd in 1983 en 2008 … 32 Percentage geobserveerde kinderen volgens leeftijdscategorie in 2008 inclusief georganiseerde speelactiviteiten en inclusief ‘kinderen onderweg’ … … 33 Vergelijking van de demografische gegevens per wijk (2008) met de observatiedata 33 Ontwikkeling van het buitenspelen van jongens en meisjes 1983-2008 … … 34 Ontwikkeling van het buitenspelen van jongens en meisjes 1983-2008 in Temse ’t Foort 34 Ontwikkeling van het buitenspelen van jongens en meisjes 1983-2008 in Antwerpen Seefhoek … … … … … … … … … 34 Procentuele leeftijdsverdeling van geobserveerde kinderen per wijk … … 35 Percentage geobserveerde kinderen per leeftijdscategorie in 1983 en 2008 … 35 Percentage geobserveerde kinderen per leeftijdscategorie in 1983 en 2008 voor Antwerpen Seefhoek … … … … … … … … 35 Percentage geobserveerde kinderen per leeftijdscategorie in 1983 en 2008 voor Temse ’t Foort … … … … … … … … … 35 Temse ’t Foort: demografische samenstelling van de wijk (percentages) … … 36 Percentages van geobserveerde kinderen wel/niet onderweg per wijk … … 36 Rumst Terhagen: percentages kinderen wel/niet onderweg inclusief en exclusief georganiseerd spel … … … … … … … … 37 Percentages kinderen ‘onderweg’ per leeftijdsgroep per wijk … … … 37 Overzicht van percentages spelbegeleiding in 1983 en 2008 … … … 37 Overzicht van percentages spelbegeleiding in Antwerpen Seefhoek in 1983 en 2008 38 Overzicht van percentages spelbegeleiding in Temse ’t Foort in 1983 en 2008 … 38 Overzicht van spelbegeleiding per wijk in 2008 … … … … … 38 Percentages jongens en meisjes in relatie tot spelbegeleiding in 2008 … … 38 Percentages per leeftijdscategorie in relatie tot spelbegeleiding in 2008 … … 38 Aandeel van jongens en meisjes in georganiseerd spel per wijkzone in 2008 (absolute aantallen) … … … … … … … … … 39 Percentage kinderen per spelvorm per wijk in 2008 (inclusief georganiseerd spel) 39 Absolute aantallen kinderen per groep spelvorm in 2008… … … … 40 Percentages per groep spelvorm in 2008 … … … … … 40 Vergelijking van de totale percentages spelvorm in 1983 en 2008 … … 40 Vergelijking van percentages per spelvorm in Antwerpen Seefhoek en Temse ’t Foort 41 Percentage per groepen spelvormen in 1983 en 2008 … … … … 41 Speelindex per wijk in 2008 … … … … … … … 43 Speelindex per wijk in 1983 … … … … … … … 44 Totale speelindex exclusief ‘kinderen onderweg’ en inclusief georganiseerd spel … 44 Ontwikkeling van de speelindex in Temse ’t Foort 1983-2008 … … … 44 Categorisering van observatiezones volgens ‘types publieke ruimte’ … … 46 Aantal geobserveerde kinderen per type publieke ruimte (excl. ‘kinderen onderweg’) 48 Percentages geobserveerde kinderen per type publieke ruimte … … … 50 Gemiddelde percentages geobserveerde kinderen volgens graad van stedelijkheid 51 Percentage jongens (t.a.v. percentage meisjes) per type publieke ruimte … 53 Percentages soorten spel per type publieke ruimte … … … … 55 Verdeling van spelvormen over de verschillende types publieke ruimte (percentages) 56 Aantal geobserveerde kinderen per wegcategorie per wijk … … … 57 Speelfrequentie in inrichtingsmaatregelen (lokaal verkeer en verbindingsverkeer samengenomen) … … … … … … … … 58 Overzicht van aantal kinderen per wegcategorie … … … … … 59 Speelindex per type woonomgeving per wijk … … … … … 79 6

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

Inhoudstafel figuren
Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18. Figuur 19. Figuur 20. Figuur 21. Figuur 22. Figuur 23. Figuur 24. Figuur 25. Figuur 26. Figuur 27. Figuur 28. Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen Antwerpen Seefhoek … Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Antwerpen Seefhoek … … … Bebouwing en tuinstructuur Antwerpen Seefhoek … … … … Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen Antwerpen Stuyvenbergplein Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Antwerpen Stuyvenbergplein … … Bebouwing en tuinstructuur Antwerpen Stuyvenbergplein … … … Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen Temse ’t Foort … … Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Temse ’t Foort … … … Bebouwing en tuinstructuur Temse ’t Foort … … … … … Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen Temse P. Dierckxlaan … Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Temse P. Dierckxlaan … … Bebouwing en tuinstructuur Temse P. Dierckxlaan … … … … Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen Zwijndrecht Burcht … Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Zwijndrecht Burcht … … … Bebouwing en tuinstructuur Zwijndrecht Burcht … … … … … Wegenstructuur en (gebundelde) parkeerzone Rumst Predikherenvelden … Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Rumst Predikherenvelden … … Bebouwing en tuinstructuur Rumst Predikherenvelden … … … … Wegstructuur en parkeerterreinen Rumst Terhagen … … … … Pleinen, groene ruimten en voorzieningen Rumst Terhagen … … … Bebouwing en tuinstructuur Rumst Terhagen … … … … … Meest bespeelde zones in Antwerpen Seefhoek … … … … … Meest bespeelde zones in Antwerpen Stuyvenbergplein … … … … Meest bespeelde zones in Temse ’t Foort … … … … … Meest bespeelde zones in Temse P. Dierckxlaan … … … … Meest bespeelde zones in Zwijndrecht Burcht … … … … … Meest bespeelde zones in Rumst Predikherenvelden … … … … Meest bespeelde zones in Rumst Terhagen … … … … … 13 14 14 15 16 16 17 18 18 19 20 20 21 22 22 23 24 24 25 26 26 60 63 65 68 71 73 74

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

7

1. INLEIDING
1.1. Formulering Onderzoeksvraag
Dit document vormt een deelonderzoek binnen het 'Onderzoek met betrekking tot de relatie tussen (on)beschikbaarheid van bespeelbare ruimte, de mate van buitenspelen en de gevolgen daarvan op de fysieke, sociale, psychische en emotionele ontwikkeling van de Vlaamse kinderen en jongeren', in opdracht van de Vlaamse overheid. Dit deelonderzoek is een observatieonderzoek, waarbij het spel van kinderen in de woonomgeving wordt geobserveerd. Met observaties in en analyse van de concrete woonomgeving wordt het onderzoek ingebed in de dagelijkse buitenspeelcontext van kinderen. Hiermee wordt gepoogd een antwoord te geven op de eerder, in de literatuurstudie gerapporteerde hiaten in bestaande onderzoeken. Een gelijkaardig observatieonderzoek is in 1983 al eens uitgevoerd door de NDO-studiedienst, de 'voorloper' van Kind & Samenleving vzw.1 Het huidige onderzoek is dus een (gereviseerde) replicatie van het onderzoek uit 1983. Het bestuderen van een evolutie over 25 jaar (1983-2008) kan een invulling geven aan de in het bestek geformuleerde vraag naar cijfers over de evolutie van het buitenspelen van kinderen in Vlaanderen.

1.2. Methodiek en aanpak: observatie- en analysemethode(s)
a) Uitdagingen bij de replicatie van het onderzoek uit 1983
In 1983 is door de toenmalige studiedienst van NDO een onderzoek opgezet in Vlaanderen dat peilde naar het speelgedrag van kinderen in 11 heel uiteenlopende wijken. Het huidige onderzoek bouwt hierop verder en ligt in dezelfde lijn als het onderzoek van spelen in de woonomgeving van o.m. Van Andel (1985). Hieronder volgt een korte omschrijving van de NDO-studie uit 1983. Over de resultaten van het NDOonderzoek wordt in de literatuurstudie dieper ingegaan (zie p. 15 e.v.). Onderzoek Spelen en spelen is twee. Een onderzoek naar de samenhang tussen het speelgedrag van kinderen en de ‘speelkwaliteiten’ van de woonomgeving. (Brussel: NDO-studiedienst, 1984) Via systematische observaties zijn toen in totaal 2846 spelende kinderen (3 tot 14 jaar) in hun woonomgeving geobserveerd. Dit gebeurde in 11 erg uiteenlopende wijken (stedelijk, suburbaan, landelijk, woonerf, stadsherwaarderingsgebied, sociale woonwijk). Alle wijken werden opgedeeld in zones (homogeen qua inrichting). Vervolgens zijn deze zones verder kwantitatief geanalyseerd: voor elke zone zijn zogenaamde 'verkeersquotes', 'avontuurlijkheidsquotes', 'kwaliteitsquotes' en 'invulbaarheidsquotes' bepaald. In elke wijk vonden 10 observatierondes plaats in de gehele wijk. Deze observaties vonden plaats tijdens de zomervakantie. Telkens werden alle kinderen geregistreerd die speelden in het publieke domein. Kinderen die onderweg waren en geen spelgedrag vertoonden, werden buiten beschouwing gelaten. Bij elke observatie zijn kenmerken genoteerd over het type kinderen (geslacht, leeftijd) en het spelgedrag (7 spelvormen, cf. infra). Op die manier is de samenhang onderzocht tussen wonen en spelen, speelgedrag en speelkwaliteiten van de woonomgeving (avontuurlijkheid, verkeersveiligheid, kwaliteit…).

1

Spelen en spelen is twee. Een onderzoek naar de samenhang tussen het speelgedrag van kinderen en de ‘speelkwaliteiten’ van de woonomgeving. (Brussel: NDO-studiedienst, 1984).

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

8

Naar een replicatie van het onderzoek uit 1983 Bovenstaand onderzoek werd gereviseerd en selectief herhaald om zo een vergelijking met 1983 te maken. Het onderzoek kan echter niet zomaar worden overgedaan in dezelfde wijken: • De demografische samenstelling binnen deze wijken is inmiddels sterk veranderd: de toenmalige kinderen zijn intussen volwassenen geworden, terwijl nieuwe generaties in heel wat wijken nog op zich laten wachten. • Ook een woonomgeving staat niet stil: in een aantal wijken zijn er heel wat ruimtelijke ontwikkelingen (zie bijv. stadsinbreidingsproject in de wijk 't Foort in Temse). Ook de ruimtelijke situatie en context zijn dus niet meer volledig vergelijkbaar. Er moesten dus wijken geselecteerd worden met vergelijkbare ruimtelijke opbouw en met vergelijkbare aanwezigheid van de te observeren bevolkingsgroep. De criteria voor wijkselectie worden in een apart onderdeel omschreven (zie: 1.3. Verantwoording keuze wijken). Daarenboven zijn de onderzoeksvragen van toen niet meer helemaal dezelfde als die van nu. De voorbije 25 jaar zijn er nieuwe ontwikkelingen in onderzoeksparadigma's en maatschappelijke bekommernissen vast te stellen. Het onderzoek uit 1983 concentreerde zich vooral op de frequentie, kenmerken en kwaliteiten van spel. In de studie uit 2008 wordt vooral relatie tussen (on)beschikbaarheid van bespeelbare ruimte en de mate van buitenspelen onderzocht. In 1983 was dit ook een uitdrukkelijk aandachtspunt, maar de ruimtelijke analyse situeerde zich in 1983 vooral op niveau van inrichting. In het huidige onderzoek willen we ook uitdrukkelijk elementen van ruimtelijke planning, stedenbouw en ruimtelijke ordening onderzoeken, wat de schaal van inrichting overstijgt. In het onderzoek van 1983 is bijv. etnische achtergrond of het al dan niet begeleid zijn door volwassenen niet meegenomen in de analyse. Momenteel zijn dit wel belangrijke bekommernissen en relevante interpretatiecontexten. In 2008 hebben we evenwel geen goede methode gevonden om de etnische achtergrond mee te nemen in observaties met betrekking tot buitenspelen. Dit is dus ook niet gedaan. Het onderzoek uit 1983 wordt dus gerepliceerd, maar dit gebeurt in enigszins gewijzigde vorm.

b) Observatiemethode
Om de observatiegegevens uit 2008 te kunnen vergelijken met die uit 1983 volgt de observatiemethode in 2008 grotendeels de methode en aanpak zoals die in 1983 zijn uitgewerkt. In elke wijk vonden 10 observatierondes plaats in de loop van de zomervakantie.2 De observaties zijn door 2 personen uitgevoerd. Om er zeker van te zijn dat de twee observatoren dezelfde methode zouden gebruiken, zijn de eerste observatierondes samen uitgevoerd. Daarna hebben beide personen de observatierondes individueel uitgevoerd. Eén observatieronde omvatte een volledige rondgang door alle zones van de wijk. In principe gaat het om de observatie van één spelmoment: dus het spel dat de observator waarneemt op het moment van aankomst. Een observatie is dus een momentopname van speelactiviteiten. In de praktijk kwam het er op neer dat één observatieronde ongeveer 1 à 2 uur in beslag nam. Dit was afhankelijk van de grootte van de observatiewijk en het aantal kinderen dat daar speelde. Voor de observaties is een observatieschema gebruikt, dat in bijlage 1 terug te vinden is. De gegevens van deze ingevulde observatieschema's zijn vervolgens in synthesetabellen opgenomen voor verdere bewerking. Tijdens de observaties is per zone gekeken naar het aantal kinderen dat buiten speelde in de publieke ruimte. Het aantal meisjes en jongens is afzonderlijk genoteerd. Tevens is met de 4 leeftijdscategorieën uit 1983 gewerkt. Deze categorieën zijn: • 3-5 jaar • 6-8 jaar • 9-11 jaar • 12-14 jaar Er werd genoteerd of de kinderen al dan niet onderweg waren, of ze tijdens het buitenspelen actief begeleid werden in het spel door volwassenen en/of er volwassenen in de buurt waren voor passief toezicht op het spel.

2

Wegens de timing van het huidige onderzoek heeft een klein deel van de observaties in de paasvakantie 2008 plaats gevonden.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

9

Vervolgens maakten we in onze observaties onderscheid tussen 7 verschillende vormen van spel, namelijk receptief spel, sociaal spel, fantasiespel, constructiespel, herhalend bewegen, explorerend spel en regelspel. Dit zijn diezelfde categorieën als in 1983, die we, omwille van de vergelijkbaarheid, zo goed mogelijk volgden. Deze categorisering was gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek.3 1. 'Receptief spel' werd in 1983 gedefinieerd als "activiteiten gekenmerkt door relatieve grote lichamelijke rust, die op het eerste gezicht te herleiden zijn tot 'besluiteloosheid, verveling', maar waarbij de activiteiten als kijken naar, luisteren naar, indrukken opdoen of besluiten vormen een belangrijke rol spelen". 2. 'Sociaal spel' omvatte vooral "praten met elkaar" (als hoofdactiviteit) 3. 'Fantasiespel', toen ook wel 'rollenspel' of 'imitatiespel' genoemd, is getypeerd als "activiteiten gekenmerkt door het verplaatsen van de eigen persoon in een andere welke nagebootst wordt, wiens rol men speelt". De evidente voorbeelden die werden genoemd zijn: "rovertje spelen, vadertje en moedertje spelen, met de poppen spelen, een doos als auto gebruiken, schooltje spelen, enz." 4. 'Constructiespel' is gedefinieerd als "het samenvoegen van betekenisloze elementen als zand, water, stenen, hout, aarde tot een betekenisvol geheel". Concreet kwam dit vooral neer op: "spelen en kliederen met zand, water, stenen, hout, aarde,…". Binnen de noemer 'bewegingsspel' (met een klemtoon op het "motorisch bezig zijn") werden meerdere types spel onderscheiden: 5. 'Herhaald bewegen' of 'herhalend bewegen', wat o.m. omvatte: "het herhaald tegen een muur oplopen, het doelloos fietsen, het doelloos rondlopen e.d." 6. 'Explorerend/experimenterend bewegen' wat o.m. omvatte: "het in het klimrek klauteren, over een muurtje lopen, op de stoeprand evenwichtsoefeningen doen e.d." 7. 'Regelspelen': "gaande van het volgens de regels spelen van voetbal (…) tot en met touwtje springen, oude gezelschapsspelletjes met klappen in elkaars handen, ronddraaien e.d." Tevens werd aangegeven in welke zone van de wijk de observatie plaatsvond. Tenslotte werd genoteerd hoe (dit deel van de) zone in een wijk er uit zag – bijvoorbeeld stoep, voetpad, sportveld, speeltuin etc. – en wat er gedaan werd (voetballen, tikkertje, fietsen, kletsen etc.) Enkele opmerkingen ten aanzien van de observaties • Observaties blijven een kwestie van individuele interpretaties. Bij moeilijkere observaties zijn de richtlijnen gevolgd, zoals ze in het rapport van de studie uit 1983 zijn beschreven.4 Hier kan men bijvoorbeeld denken aan speelgedrag dat tot verschillende spelcategorieën kan behoren. Reeds in 1983 is benadrukt dat het onderscheid tussen categorieën niet altijd gemakkelijk te maken is. Zo kan het herhaald de bal tegen een muur trappen ofwel herhaald bewegen zijn (als het vrij doelloos is), maar ook regelspel (indien het spel door meerdere spelers wordt gespeeld en volgens bepaalde regels wordt gespeeld), of zelfs explorerend bewegen (bijv. als het kind zich aan het oefenen is om de bal naar een welbepaalde plek te shotten). Sommige observaties vergden dus enige interpretatie van de observatoren. • Het spel van kinderen beperkt zich niet altijd tot één bepaalde locatie of zone. Sommige spelactiviteiten zijn zeer beweeglijk en spreidden uit over verschillende zones. Wanneer dit het geval was hebben de observatoren net zo lang staan observeren totdat duidelijk was waar (in welke zone) het zwaartepunt van het spel gesitueerd was. Vervolgens werden dan die zone en de karakteristieken van deze locatie ingevuld op het observatieblad. Indien er geen welbepaalde 'spelconcentratie' te observeren was, is willekeurig één van de zones genoteerd. • Spelactiviteiten duren in de regel langer dan de momentopname van de observator. Natuurlijk is het mogelijk dat het geobserveerde spel binnen korte tijd (weer) verandert maar uit praktische overwegingen is dit soort veranderingen niet meegenomen in de observaties. Indien dit zou gebeuren zouden namelijk per observatierondes spelende kinderen dubbel geteld gaan worden. Wel was het op enkele locaties nodig om langer te blijven observeren om al het spel te noteren in het observatieschema. Tenslotte hebben we de locaties zo ingedeeld dat we per wijk de complete namiddag en het begin van de avond in de observatierondes hebben meegenomen. • ‘Leeftijd’ was ook onderhevig aan de interpretaties van de observatoren. We konden uit praktische en ethische overwegingen niet aan ieder kind vragen hoe oud het was. Daarom hebben we bij iedere observatie de leeftijd van de geobserveerde kinderen proberen te schatten. Dit is uiteraard niet helemaal vrij van vooronderstellingen. Wellicht is het al dan niet begeleid zijn een 'misleidende' factor. Zo verwacht men dat oudere kinderen meer zelfstandig spelen terwijl jongere kinderen eerder passief of actief begeleid zouden worden. Ook het soort spel dat gespeeld wordt
3

Spelen en spelen is twee. Een onderzoek naar de samenhang tussen het speelgedrag van kinderen en de ‘speelkwaliteiten’ van de woonomgeving. (Brussel: NDO-studiedienst, 1984), p. 11-19. 4 Spelen en spelen is twee. Een onderzoek naar de samenhang tussen het speelgedrag van kinderen en de ‘speelkwaliteiten’ van de woonomgeving. (Brussel: NDO-studiedienst, 1984), p. 16-18.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

10





kan van invloed zijn geweest op onze schattingen met betrekking tot leeftijd. Het is dus mogelijk dat we op basis van begeleiding, spelsoort of andere veronderstellingen de leeftijden niet exact hebben ingeschat. Dit hebben we echter opgevangen door de eerste observaties gezamenlijk uit te voeren. Daardoor hebben de observatoren de eigen subjectieve schattingen van leeftijden op elkaar kunnen afstemmen. Dit is weliswaar geen garantie voor een foutloze schatting, maar het verkleint de kans op een structurele overschatting of onderschatting van leeftijden door één enkele observator. Er is discussie geweest over het noteren van etnische afkomst van de geobserveerde kinderen op het observatieblad. We hebben besloten hier van af te zien omdat het noteren van etniciteit een te subjectieve interpretatie zou zijn. Het is niet altijd duidelijk te zien waar iemand vandaan komt. Met het noteren van etnische verschillen tussen bijvoorbeeld Tunesiërs en Marokkanen – of tussen Belgen en Nederlanders – zouden we ons op zeer glad ijs begeven. Bovendien zou het noteren van etniciteit voorbijgaan aan waar kinderen geboren zijn en/of waar ze opgroeien. Daarom is besloten om de etnische achtergronden alleen op wijkniveau te interpreteren aan de hand van de demografische gegevens van de betrokken wijken. Observaties hebben dus hun beperkingen. Ze staan en vallen met de subjectieve interpretatie van de persoon die de observaties uitvoert. We zijn hier bewust van en we hebben de subjectiviteit in de interpretaties zoveel mogelijk teruggedrongen door eerst de interpretaties van de twee observatoren op één lijn te krijgen. Dit is waarom de observatoren eerst gezamenlijk op stap zijn geweest. Ook de opmerkingen betreffende de zones en het al dan niet noteren van etnische herkomst laten zien dat observaties zeker geen perfecte methode zijn. Echter, zolang men zich bewust is van de beperkingen van observaties is deze methode een goede methode om een ruimtelijk inzicht te krijgen in waar kinderen spelen en wat voor spel kinderen doen op verschillende locaties.

c) Indeling in zones en ruimtelijke analyse
De methodiek voor ruimtelijke analyse is, in vergelijking met het onderzoek uit 1983, anders ingevuld. De basis blijft een indeling van het openbaar domein in verschillende zones. Voor de wijken die identiek zijn aan het onderzoek in 1983 is de zonering voor het grootste deel overgenomen. Deze indeling was vooral gebaseerd op inrichtingskenmerken. Omwille van ruimtelijke veranderingen zijn in deze twee wijken enkele aanpassingen doorgevoerd. Dit gebeurde echter op een manier waardoor vergelijking van zones toch mogelijk blijft. Voor de afbakening in zones van nieuwe wijken is eveneens gezocht naar dominante ruimtelijke (inrichtings)kenmerken. Elke zonering is voor interpretatie en discussie vatbaar. We kozen voor een behoorlijk verfijnde indeling, soms tot op het niveau van wegsegment of tot de deelzone van een plein of groene ruimte (zie kaarten in Bijlage 3). Anderzijds is de verfijning niet extreem ver doorgedreven, anders wordt het moeilijk om tot conclusies te komen. Dit bleek dus een evenwichtsoefening. De uiteindelijke onderverdeling is het resultaat van regelmatig overleg tussen de leden van het multidisciplinaire onderzoeksteam. Bij twijfel is gekozen voor de meest verfijnde zonering. Voor de analyse op niveau van ruimtelijke planning en stedenbouw (wat een ander analyseniveau is dan dat van inrichting) zijn de zones gecodeerd en opnieuw geordend tot categorieën van publieke ruimte. Ook dit is het resultaat van overleg tussen onderzoekers.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

11

1.3. Verantwoording van de keuze van wijken
Rekening houdend met stedenbouwkundige diversiteit en demografische gegevens zijn 7 wijken geselecteerd voor spelobservaties: de Seefhoek (Antwerpen), Hoogbouwwijk Stuyvenbergplein (Antwerpen), Terhagen (Rumst), Predikheren (Rumst), Burcht (Zwijndrecht), 't Foort (Temse), Pieter Dierckxlaan (Temse). Deze wijken en hun afbakening worden verder beschreven onder 2. Sociaal-ruimtelijke analyse van de verschillende wijken. Met het oog op replicatie is er vertrokken van de wijken die in 1983 zijn onderzocht. Zoals hierboven al gesteld, zijn deze wijken echter aan evolutie onderhevig, zowel demografisch als ruimtelijk. Volgende criteria bepaalden mee de uiteindelijke wijkselectie: • Basisvoorwaarde: Voldoende aantal kinderen en voldoende gelijke spreiding over de leeftijdsgroepen: 3-5, 6-8, 911, 12-14 jaar. • Voorkeur voor zelfde wijken als 1983 (replicatie) De wijken moeten echter nog steeds kindrijk genoeg zijn (zie basisvoorwaarde). Slechts 2 van de vroeger onderzochte wijken voldeden op dit criterium: met name Seefhoek in Antwerpen en 't Foort in Temse. • Ruimtelijke diversiteit: o ruimtelijke context en ligging o planmatige en stedenbouwkundige kenmerken o woontypes, woondichtheden o inrichting van publieke ruimte o Wijken die een voorbeeldfunctie vervullen voor ruimtelijk planners. Hiervoor is uitgegaan van de wijken opgenomen in het voorbeeldenboek Dichter wonen van Vlaamse overheid.5 Aangezien veel van deze wijken nog heel jong zijn of een beperkt woongebied omvatten, kon enkel de wijk Burcht in Zwijndrecht weerhouden worden. • Sociaal-economische diversiteit: Bij de wijkbeschrijving en interpretatie zijn ook enkele sociaal-economische paramaters in rekening gebracht. • Praktische haalbaarheid: Voorkeur voor wijken die relatief dicht bij elkaar liggen. De wijken moesten immers 10 keer worden bezocht. Tabel 1 Overzicht en eigenschappen van de observatiewijken 2008 Wijk uit Ligging Type wijk en woningen 1983 Antwerpen x 19de eeuwse gordel Grootstedelijke wijk. vnl. 19de eeuwse woningen Seefhoek met zeer hoge dichtheid en sterk gemengde bevolking. Antwerpen 19de eeuwse gordel Grootstedelijke modernistische hoogbouwwijk en Hoogbouw aanpalend stedelijk park. Stuyvenberg 't Foort x Historische binnenstad Oude kleinstedelijke wijk met recent (Temse) stadsvernieuwingsproject (wooninbreiding) Zwijndrecht Stadsrand oude kern met recent stadsvernieuwingsproject Burcht (wooninbreiding). Temse P. Stadsrand Sociale woonwijk met ontwikkelingen uit Dierckxlaan verschillende periodes, met verschillende woontypes en dichtheden. Rumst Verstedelijkt buitengebied Sociale woonwijk Terhagen (woonkern nabij oude (tuinwijkachtig). industrie) Rumst Verstedelijkt buitengebied Residentieel (open en halfopen bebouwing). Predikherenvelden
5

Wijk uit voorbeeldenboek

x

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. (2002) Dichter Wonen Voorbeeldenboek.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

12

2. SOCIAAL-RUIMTELIJKE BESCHRIJVING VAN DE ONDERZOCHTE WIJKEN
2.1. Wijk Seefhoek in Antwerpen
Plaats Wijktype Privé tuinen Type woningen Stad Antwerpen Stedelijk – 19e eeuwse gordel Nauwelijks aanwezig Rijwoning – Gestapeld - Meergezinswoning - Eénsgezinswoning

2.1.1. Situering van de wijk

De Seefhoek is gelegen in het noorden van Antwerpen, binnen de Ring rond Antwerpen en in de nabijheid van de havendokken. Ten noordwesten van de wijk bevindt zich “Het Eilandje”. Met recente stadsontwikkelingen zoals een museum, bijkomende woongelegenheden in woontoren en een nieuw publiek domein. Ten noorden en aansluitend aan de wijk bevindt zich een oudspoorwegemplacement dat momenteel wordt heringericht als Park Spoor Noord (stedelijk niveau). De wijk Dam en het gelijknamige treinstation bevinden zich ten noorden van de wijk Seefhoek. In het oosten en westen sluit de wijk aan bij een gelijkaardig wijktype. In het zuiden sluit de wijk aan bij enkele appartementsgebouwen, het Stuyvenbergplein en een scholencomplex. De wijk wordt begrensd door: − de Viséstraat en de viaduct Dam in het noorden, − de Viséstraat en het Stuyvenbergplein in het zuidoosten, − de van Kerckhovenstraat in het zuiden, − de Dambruggestraat in het westen.

2.1.2. Typering van de wijk
Fig. 1. Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen De wegenstructuur wordt gekenmerkt door een groot aantal parallelwegen aan de van Kerckhovenstraat. De Viséstraat, Oranjestraat, van Kerkhovenstraat en de Dambruggestraat zijn de belangrijkste en drukste straten (met gemotoriseerd verkeer) binnen de wijk. Deze straten hebben tevens een ontsluitingsfunctie voor de gehele wijk. De andere straten in de wijk kennen een klassieke opbouw zonder veel aandacht of ingrepen gericht op de zwakke weggebruiker: vaak worden ze gekenmerkt door 2 maal 1 rijstrook, parkeren langsheen beide kanten van de rijweg (of parkeren aan 1 kant bij nauwere straten) en een minimaal voetpad. Door het ontbreken van garages, is de parkeerdruk hoog in de wijk. Groenvoorzieningen (bomen) langsheen de wegen zijn bijna niet aanwezig. Een fietspad is enkel aanwezig langsheen de van Kerkckhovenstraat. Een aanzienlijk aantal straten is recent opnieuw ingericht, vooral aan de westkant. Bij deze heringerichte straten is er beduidend meer aandacht voor de zachte weggebruiker. 13

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

Fig. 2. Pleinen, groene ruimten en voorzieningen

Binnen deze wijk zijn er twee buurtpleintjes aanwezig. Beiden zijn gelegen langsheen de Trapstraat. Een eerste is gelegen aan de kruising met de Dambruggestraat. Hier staan verschillende bankjes en zijn er wat groenaanplantingen. Dit pleintje is tevens autoluw. Het tweede pleintje bevindt zich ter hoogte van de kruising met de Viséstraat. Dit pleintje is het doodlopend einde van de Trapstraat ter hoogte van de viaduct Dam. Dit pleintje wordt in de toekomst uitgebreid en geïntegreerd in het nieuwe park Spoor Noord. Het park Spoor Noord kent een stedelijke uitstraling met heel wat uitdagende speelmogelijkheden. Gedurende de observaties was dit park omheind en in principe nog niet toegankelijk. Langsheen de van Kerckhovenstraat bevindt zich de SintAmanduskerk. Rondom deze kerk is er een uitgebreider publiek domein. Een deel van deze ruimte wordt ingenomen door parkeerplaatsen. Een ander deel fungeert als een kleinschalig straatplein. Aan de rand van de wijk bevindt zich het Stuyvenbergplein. Het Stuvenbergplein functioneert op wijkniveau en kent verschillende spelaanleidingen in een avontuurlijke en natuurlijke omgeving. Daarnaast bevindt er zich in deze wijk nog een school aan de Oranjestraat en een kunstencentrum Extracity in Tulpstraat. De wijk wordt getypeerd door een dense bebouwing met 19e eeuwse rijhuizen. Vele binnengebieden van de bouwblokken zijn volgebouwd en de private buitenruime (tuinen en koeren) is zeer beperkt en vaak niet aanwezig. De huizen zijn appartementen. vaak opgedeeld in verscheidene

Fig. 3. Bebouwing- en tuinstructuur

Binnen de afbakening van de wijk zijn er verschillende bedrijfjes en opslagplaatsen aanwezig (meubel, garages, sanitair). Deze situeren zich hoofdzakelijk in het noorden van de wijk (omgeving Viséstraat).

Straatplein aan de Sint-Amanduskerk

Buurtplein aan de Trapstraat

Van Kerckhovenstraat

Sint-Jobstraat

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

14

2.2. Hoogbouw Stuyvenbergplein in Antwerpen
Plaats Wijktype Privé tuinen Type woningen Stad Antwerpen Stedelijk – Hoogbouw – 19de eeuwse gordel Niet aanwezig Hoogbouw - appartementsgebouwen

2.2.1. Situering van de wijk

De wijk “Hoogbouw Stuyvenbergplein” (in het rapport ook wel “Stuyvenbergwijk” of “Hoogbouw Stuyvenberg” genoemd) ligt in de nabijheid (ten noordoosten) van de Ring rond Antwerpen, ten zuiden van de hierboven beschreven wijk Seefhoek. De wijk ligt dichter bij het afrittencomplex “Deurne” van de Ring rond Antwerpen. De wijk "Hoogbouw Stuyvenbergplein" is grotendeels omgeven door de 19e eeuwse bebouwing van Antwerpen-Noord. In het noorden, zuiden en westen sluit de sluit de wijk aan bij een kleinschaligere 19e eeuwe bebouwingstypes (type arbeiderswoningen). De wijk wordt begrensd door: − de van Kerckhovenstraat in het noorden, − een schoolgebouwencomplex aan het Stuyvenbergplein in het oosten, − de Wilgenstraat in het zuiden, − de Gasstraat in het westen.

2.2.2. Typering van de wijk
Fig. 4. Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen De van Kerckhovenstraat – ten noorden van de wijk – is een drukke verkeersas richting het centrum van Antwerpen. Langsheen de van Kerckhovenstraat zijn er verschillende ingrepen voor de zwakke weggebruiker (een vrijliggend fietspad, een breed voetpad). De kruispunten zijn voorzien van duidelijke zebrapaden en verbredingen. Deze as omvat tevens een belangrijke tramverbinding. De Wilgenstraat, rondom de drie hoogbouwblokken, is een lokale weg en kent een eerder klassieke wegindeling (2 maal 1 rijstrook, langsparkeren en een voetpad). De kleinere ontsluitingswegen van de vier appartementsgebouwen takken hierop aan. Verschillende parkeervoorzieningen zijn voorzien langsheen de Wilgenstraat.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

15

Fig. 5. Pleinen, groene ruimten en voorzieningen

Binnen deze wijkafbakening zijn er verschillende groene ruimtes aanwezig. Het noordoostelijk deel van de wijk wordt grotendeels ingevuld door het Stuyvenberplein. Dit plein wordt gekenmerkt door enkele formele speel- en sport ruimtes op wijkniveau (o.a. voetbalpleintje, basketbalplein, crossparcours, speeltuin,...). Een belangrijk deel van het Stuyvenbergplein bezit een groen en avontuurlijk speelkarakter. Het overige deel kan beschouwd worden als een groene ruimte op buurt en wijkniveau. Ten zuiden van de wijk en grenzend aan de centrale hoogbouw (tussen Stuyvenbergplein en Wilgenstraat) bevindt zich een klein buurtplein. Dit pleintjes is deels autoluw en kent geen noemenswaardige speelaanleidingen. Een ander langwerpig buurtpleintje bevindt zich aan de noordoostzijde van het Stuyvenbergplein,langsheen het scholencomplex. Tussen de appartementsgebouwen bevindt zich buurt- en straatgroen. Deze groene ruimten zijn ingekleed met enkele zitbanken, graspartijen en aanplantingen. Verschillende gebundelde parkeervoorzieningen zijn gelinkt aan deze groenvoorzieningen. Ten zuiden van de buurt bevinden zich enkele gemeenschapsvoorzieningen (een postkantoor, kinderopvang en school). In het oosten van deze wijk (aan het Stuyvenbergplein) ligt een school. Aanpalend aan de school bevindt zich het oude Badhuis. Deze site is in restauratie en zal in de toekomst een badencomplex worden. De bebouwing van deze wijkafbakening wordt gekenmerkt door vier hoge appartementsgebouwen (6 tot 10 verdiepingen). Er zijn drie gelijkaardige langwerpige gebouwen (met verschillende terrassen). Een vierde appartementsgebouw, gelegen aan het Stuyvenbergplein, omvat een klein bouwblok en bezit een semi-privaat binnenplein.

Fig. 6. Bebouwing- en tuinstructuur

Speelzone Stuyvenbergplein

Publieke ruimte aan appartementsgebouwen

de

Avontuurlijke speelzone Stuyvenbergplein

Buurtgroen aan appartementsgebouwen

de

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

16

2.3. Wijk 't Foort in Temse
Plaats Wijktype Tuinen Type woningen Temse Kleinstedelijk – Recent wijkinbreidingsproject Hoofdzakelijk aanwezig aan de rand van de wijk. Centraal in het woongebied zijn gemeenschappelijke groene ruimten aanwezig. Vrijstaand – Halfopen – Rijwoning – Gestapeld - Meergezinswoning – Eéngezinswoning

2.3.1. Situering van de wijk

De wijk ‘t Foort situeert zich ten noorden van de Schelde, nabij de Markt van de Temse,. Ten zuiden van de wijk bevindt zich de Kasteelstraat, met kerk en gemeentehuis. Ten oosten van de wijk bevindt zich de drukke Gewestweg N16 Sint-Niklaas – Willebroek. De wijk kan getypeerd worden als een kleinstedelijk woonwijk met verschillende handelsvoorzieningen en met een recent centraal gelegen inbreidingsproject. ‘T Foort wordt begrensd door de: − de Boodtsstraat in het noorden, − de Ph. Haumansstraat in het oosten, − de Kasteelstraat in het zuiden, − de Scheldestraat in het westen.

2.3.2. Beschrijving van de wijk
Fig. 7. Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen De Kasteelstraat en de Scheldestraat zijn de belangrijkste ontsluiting- en verbindingsstraten. Langsheen deze twee straten bevinden zich ook verschillende winkels. De Kasteelstraat is tevens een belangrijke verbindingsweg vanuit de kern van Temse naar de stationsomgeving en de N 16. Doorheen het centrale gebied van de wijk 't Foort lopen verschillende wegen voor lokaal verkeer. Over de wijk zijn verschillende kleinere en grotere parkeerterreinen verspreid. De straten in het centrale stadsvernieuwingsproject hebben een sterk woonerf karakter. De Kasteelstraat en Boodtsstraat hebben een verouderde, autogerichte inrichting met smalle voetpaden.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

17

Fig. 8. Pleinen, groen ruimten en voorzieningen

’t Foort heeft verschillende pleinen. Het marktplein aan de kerk is een plein op wijkniveau. In de buurt, aan de westkant van de wijk, bevinden er zich twee nieuwe pleintjes op buurtniveau: het Hoogpoortplein nabij de winkelstraat Akkerstraat en het plein op het kruispunt van Scheldestraat en Vlietdam, nabij de brandweerkazerne. Aan de andere kant van de wijk, in het oosten, bevindt er zich nog een klein straatpleintje . In dit deel van de wijk staan veel bordjes 'balspelen verboden'. Centraal gelegen in de wijk ligt een kleine speelruimte. Deze is gelinkt aan een avontuurlijke groene ruimte. Naast deze groene ruimte ligt een grote parking en de gemeentelijke herstelplaats. De Kasteelstraat en de Scheldestraat zijn belangrijke winkelstraten voor de wijk en voor de gemeente Temse.

Fig. 9. Bebouwing- en tuin structuur

De bebouwingsstructuur van de wijk kan grosso modo opgedeeld worden in twee typen. Langsheen de Kasteelstraat, Scheldestraat en Boodtsstraat bevinden zich hoofdzakelijk rijhuizen (ééngezinswoningen en appartementen). Verschillende van deze huizen hebben kleine koeren en tuinen. Aan deze huizen zijn vaak achtergebouwen of kleine opslagplaatsen voorzien. In het centrale woongebied bevinden zich hoofdzakelijk kleine ééngezinswoningen met tuinen van beperkte omvang. Deze zijn vaak georganiseerd rond of langsheen een woonerf. Her en der bevinden zich iets grotere appartementsgebouwen (vb. aan de Scheldestraat).

Kasteelstraat

Centrale groene ruimte met speeltuin

Vlietdam - woonerf

Het Foort - woonerf

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

18

2.4. Wijk P. Dierckxlaan in Temse
Plaats Schaal Tuinen Type woningen Temse Suburbaan De meeste huizen hebben een tuin Vrijstaand – Halfopen – Rijwoning - Gestapeld Meergezinswoning - Eéngezinswoning

2.4.1. Situering van de wijk

De sociale woonwijk aan de P. Dierckxlaan situeert zich ten noordoosten van de kern van Temse, ten zuiden van de gewestweg Sint-Niklaas – Willebroek. Het is als het ware een meer 'suburbane' uitloper van de densere woongebieden rond de kern van Temse. Deze woonwijk kent een eerder klassieke opbouw met veel aandacht voor de individuele woning en tuin. Er zijn verschillende fasen van (sociale) woningbouw te onderscheiden: aan de westzijde woonverkavelingen uit de jaren 1970-1980 met autogericht straatprofiel; aan de oostzijde meer recente woonontwikkelingen met appartementen en woonerven. De wijk wordt begrensd door de: − de Karel Van Hoeylandtlaan en de August De Batslaan in het noorden, − de Pieter Dierckxlaan in het oosten, − de Welvaartlaan in het zuiden, − de Hendrik Heymanlaan in het westen.

2.4.2. Beschrijving van de wijk
Fig. 10. Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen De Pieter Dierckxlaan, de Welvaartlaan en de Karel Van Hoeylandtlaan hebben een zekere verbindings- en ontsluitingsfunctie voor de aanpalende kleinere straten. Deze straten zijn breder geprofileerd en vele langsparkeerstroken zijn voorzien. Her en der bevinden zich gebundelde dwarsparkeerzones. De overige straten hebben louter een lokale ontsluitingsfunctie. Enkele straten hebben een woonerf karakter (vb. August De Batslaan).

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

19

Fig. 11. Pleinen, groene ruimten en voorzieningen

De wijk omvat verschillende groene ruimtes met heel wat sport- en spelvoorzieningen. Gewone verharde pleintje zijn er niet aanwezig. In het oosten – gelegen aan de achterkanten van de bebouwing aan de Dierckxlaan – bevindt zich nog een groot stuk braakliggend terrein, wellicht bedoeld voor een verdere woonontwikkeling. Deze zone kan omschreven worden als een eerder avontuurlijke speelzone. Langsheen de Welvaartlaan situeert zich een weide en ten noordoosten van de Cardijnlaan bevindt zich een klein groene ruimte op buurtniveau. Er zijn vier speelterreinen aanwezig: aan de Hendrik Heymanlaan, Welvaartlaan, Karel van Hoeylandtlaan en August De Batslaan. Zeer centraal gelegen, langsheen de Pieter Dierckxlaan, bevindt zich een ruim trapveld en basketveld en in het noorden ook een jongerenontmoetingsplaats (JOP) / jongerenhonk. De wijk heeft bovendien nog een buurthuis. De bebouwingsstructuur omvat een eerder klassiek patroon en is grotendeels gelijklopend voor het overgrote deel van de wijk. Het zijn hoofdzakelijk eengezinswoningen met een tuin en een voortuin, voornamelijk halfopen bebouwing. Langsheen de Pieter Dierckxlaan bevinden zich verschillende appartementsgebouwen. Langsheen deze straat bevinden zich dan ook nauwelijks privétuinen noch voortuinen. Voortuinen zijn vervangen door verschillende parkeervoorzieningen (dwarsparkeren).

Fig. 12. Bebouwing- en tuinstructuur

Speelruimte

K. Van Hoeylandtlaan

P. Diercxklaan

August de Batslaan

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

20

2.5. Burcht in Zwijndrecht
Plaats Schaal Tuinen Type woningen Zwijndrecht Sterk verstedelijkt – Recent wooninbreidingsproject Private en gemeenschappelijke tuinen aanwezig Halopen – Rijwoning – Gestapeld - Meergezinswoning – Eéngezinswoning

2.5.1. Situering van de wijk

De wijk bevindt zich in het centrum van Burcht (een deelgemeente van Zwijndrecht). Burcht situeert zich ten noordwesten van de stad Antwerpen en is een van oorsprong landelijke, maar sterk verstedelijkte gemeente langsheen de Schelde. In het oosten wordt Burcht ontsloten door de Koningin Astridlaan richting Linkeroever. In het noorden sluit Burcht aan bij Zwijndrecht. Ten noorden van Burcht situeert zich eveneens de E-17 richting Gent en Rotterdam. De wijk wordt begrensd door: − de Dorpstraat in het noorden, − het kerkplein en parking in het oosten, − de Schelde en de Kerkstraat in zuiden, − de Kapelstraat in het westen.

2.5.2. Beschrijving van de wijk
Fig. 13. Wegenstructuur en (gebundelde) parkeervoorzieningen Twee historische straten met een verbindings- en ontsluitingsfunctie begrenzen de wijk, nl. de Kerkstraat en de Dorpstraat. Langsheen beide starten kan er langsgeparkeerd worden. Beide straten lopen tevens richting het kerkplein van Burcht. Aan de Kerkstraat bevindt zich een groter parkeerterrein. Ook aan het kerkplein kan geparkeerd worden. Centraal in de wijk bevinden zich verschillende straten met een lokale ontsluitingsfunctie. Deze doodlopende straten zijn woonerfstraten. Voetgangers en zwakke weggebruikers hebben hier duidelijk voorrang. Verschillende gebundelde (al dan niet overdekte) parkeerterreinen zijn hier aanwezig.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

21

Fig. 14. Pleinen, groen ruimten en voorzieningen

In de wijk zijn verschillende groene ruimten aanwezig. Ten zuiden, aan de oevers van de Schelde, bevindt zich een avontuurlijke groene ruimte. Een groot 'bespeelbaar' betonnen kunstwerk is er aanwezig. Deze zone is gekoppeld aan een speelterrein op wijkniveau. Daarnaast bevinden er zich in het centrale gedeelte van de wijk twee braakliggende terreintjes. Deze kunnen ook aanzien worden als een avontuurlijk speelterrein. Binnen dit centrale deel bevinden zich nog twee groene buurtspeelpleintjes en een speeltuin. In het centrale woongebied bevinden zich tevens enkele gemeenschapsvoorzieningen (namelijk kinderdagverblijf, bibliotheek, ontmoetingsruimte).

Fig. 15. Bebouwing- en tuinstructuur

Aan de randen van de wijk zijn voornamelijk rijhuizen te vinden (eengezinswoningen). De meeste huizen hebben een private buitenruimte (tuin, koer….). Centraal in de woonwijk bevinden zich recente nieuwbouwprojecten, met hedendaagse woontypologieën. Hier is een groot aandeel gemeenschappelijke buitenruimte (parkeervoorzieningen, groene ruimte, speelruimte,…). De meeste van deze nieuwe woningen hebben nauwelijks of geen private buitenruimte.

Centraal binnengebied

Overdekte gemeenschappelijke parkeervoorziening binnengebied

Groene ruimte - buurtniveau

Avontuurlijke groene ruimte

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

22

2.6. Wijk Predikherenvelden in Rumst
Plaats Schaal Tuinen Type woningen Reet (Gemeente Rumst) Suburbane wijk – Gemeentelijke tuinwijk Aanwezig Halfopen – Rijwoning –- Eéngezinswoning

2.6.1. Situering

De wijk Predikherenvelden situeert zich in het noordwesten van de gemeente Rumst. De wijk wordt in het westen ontsloten door de Predikerenhoevestraat. Deze straat is de belangrijkste toegangsstraat voor de wijk. De Predikerenhoevestraat sluit in het noorden aan op de Pierstraat, die verder aansluiting geeft op de A12 en de E19. De wijk wordt begrensd door de: de Zonnebloemlaan en het voetbalveld in het noorden een open ruimte (welke aansluit bij de kern van Reet) in oosten de bebouwing langsheen de Tulpenlaan in het zuiden de bebouwing langsheen de Predikerenhoevenstraat in het westen

2.6.2. Beschrijving van de wijk
Fig. 16 Wegenstructuur en (gebundelde) parkeerzone De verbindings- en ontsluitingsweg voor de wijk Predikherenvelden is de Rozenlaan. Deze straat sluit aan op de Predikherenhoevenstraat. De Rozenlaan kent verschillende langsparkeerstroken. Hoewel alle straten een zeer breed en recht wegprofiel hebben, is er aandacht besteed aan de verkeersveiligheid van de zwakke weggebruiker. De vele voortuinstroken geven uit op een voetpad en groenvoorzieningen langsheen de straat. Op verschillende plaatsen zijn zitbaken en rustpunten ingebouwd. De andere straten van deze wijk hebben grosso modo dezelfde structuur (2 maal 1 rijstrook, groenstrook, voetpad en voortuin) en hebben een louter lokale verkeersfunctie. Ze sluiten dan ook allemaal aan op de centrale Rozenlaan. Vele straten eindigen op kleine ronde punten. Vaak zijn deze voorzien van bankjes en enkele groenaanplantingen. Parkeren gebeurt op de verschillende privé voortuinen of langsheen de rijweg. Er zijn geen gebundelde parkeerterreinen voorzien.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

23

Fig. 17. Pleinen, groene ruimten en voorzieningen

Deze residentiële wijk kent een duidelijk centraal speelplein langsheen de Rozenlaan. Een geasfalteerd sportveldje, een speeltuin en een grasveldje typeren dit speelplein. Rondom plein bevindt zich een school, bibliotheek, een hangplek voor jongeren en enkelen buurtwinkels. De schoolspeelplaatsen van de twee scholen aan de Rozenlaan zijn ingericht als een speeltuin en zijn ook open na de schooluren. Verspreid over de wijk bevinden zijn verschillende ronde punten ingericht als kleine groene straatpleintjes (met bankjes en enkele groenaanplantingen). In het noorden bevindt zich een avontuurlijke speelzone (bosje, wandelpad, beek) en aansluitend een voetbalveld. Tussen de Leliënlaan en de Salvialaan bevindt zich een kleine kerk en een jeugdlokaal.

Fig. 18. Bebouwing- en tuinstructuur.

Deze wijk is een voorbeeld van een residentiële tuinwijk. Het is een zeer groene wijk met veel aandacht voor de individuele woning met voor- en achtertuin. Ook langsheen de straten zijn verschillende groenaanplantingen aanwezig. De wijk is omgeven door verschillende velden en akkers en vormt daarom een wooneiland binnen de open ruimte van Rumst.

Centrale speelruimte

Pleintje op straatniveau

Rozenlaan

Avontuurlijke speelruimte

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

24

2.7. Wijk Terhagen in Rumst
Plaats Schaal Tuinen Type woningen Rumst Suburbane wijk – Tuinwijk aan de rand van een dorpskern De meeste huizen uit de tuinwijk bezitten een tuin. Tuinwijk (met ééngezinswoningen) & twee appartementsgebouwen

2.7.1. Situering

De wijk Terhagen is gelegen ten zuiden van de dorpskern van Terhagen. Terhagen is een deelgemeente van Rumst, ontstaan als nederzetting rond de kleiontginningen. Ten zuiden van de wijk Terhagen loopt de Rupel, met groene oevers en jaagpad op de dijk. Ten noorden van de wijk bevinden zich de Cardijnstraat en Nieuwstraat, die verder ontsluiting geven op de Boomsesteenweg en de E19. De wijk wordt begrensd door: − de Tuinwijklaan en Karl Marxlaan in het noorden − de gemeenschapsvoorzieningen en de oevers van de Rupel in het oosten − de oevers van de Rupel in het zuiden − het parkgebied aan de kloosterstraat in het westen

2.7.2. Beschrijving van de wijk
Fig. 19. Wegstructuur en parkeerterreinen De wegstructuur van de woonwijk wordt opgehangen aan de Oude brouwerijstraat, Cardinaal Cardijnstraat en de Oude Baan. Deze hebben een verbindings- en ontsluitingsfunctie. Doorheen de wijk lopen verschillende straten met voornamelijk lokale verkeersfunctie. Langsheen de meeste straten kan er langsgeparkeerd worden. Verschillende huizen hebben bovendien een voorerfstrook waar geparkeerd kan worden. Binnen de wijk zijn er twee zones waar er een gebundeld parkeerterrein voorzien is. Een eerste bevindt zich in het westen, tussen de twee appartementsblokken aan de Uitbreidingsstraat. Een tweede bevindt zich ten oosten, aan het gemeentelijke sportcomplex aan de Populierenlaan.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

25

Fig. 20. Pleinen, groene ruimten en voorzieningen

De wijk is in het zuiden en westen omgeven door de oevers van de Rupel. Deze groene gordel kent in het meest zuidelijk deel een eerder avontuurlijk speelkarakter. In het westelijk deel is dit eerder een park- en wandelkarakter. Centraal in de wijk is en klein straatpleintje aanwezig, zonder noemenswaardige inrichting. Aan de oostelijke rand van de wijk bevindt zich het gemeentelijk sportcomplex, kleuterschool en speeltuin.

Fig. 21. Bebouwing en tuinstructuur

Het bebouwingstype van de woonwijk leunt aan bij dit van een klassieke tuinwijk. De meeste huizen hebben een tuin en een voortuin. Vele tuinhuisjes, achterhuizen en garages zijn aanwezig binnen de verschillende binnengebieden. In het uiterst westelijk deel van de wijk bevinden zich twee appartementsgebouwen. Tussen deze twee gebouwen bevindt zich een parkeerzone voor auto’s.

Speelterrein aan sportcomplex

Overwinningsstraat

Avontuurlijke groene ruimte aan de Rupeldijk

Karl Marxlaan

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

26

2.8. Overzicht van demografische gegevens van de onderzochte wijken
De demografische gegevens zijn bezorgd door de steden en gemeenten en omvatten de toestand begin 2008. Vergelijken we de verschillende wijken op basis van het totaal aantal kinderen dan merken we grote verschillen op. De wijk Seefhoek heeft het grootste aantal kinderen. Hier wonen, volgens de demografische gegevens, 987 kinderen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit wellicht een overschatting is van het aantal kinderen. We kregen de bevolkingsgegevens per straat aangeleverd. Een aantal straten (bijv. Dambruggestraat, Gasstraat) loopt verder door buiten het studiegebied, waardoor er in dit cijfer wellicht kinderen opgenomen zijn die eigenlijk niet in het studiegebied woonachtig zijn. De wijk waar het minst aantal kinderen wonen is Zwijndrecht Burcht. In deze wijk wonen 84 kinderen. Het aantal kinderen in de andere wijken situeert zich binnen dezelfde grootorde. Dit wil zeggen tussen de 128 en 172 kinderen. In de wijk Predikherenvelden wonen er 128 kinderen. De wijk Terhagen telt 142 kinderen. De wijk Stuyvenbergplein heeft 148 kinderen. In ‘t Foort wonen er 172 kinderen en in de wijk Dierckxlaan 166 kinderen. Tabel 2. Totaal aantal kinderen woonachtig in de observatiewijken Antwerpen Antwerpen Rumst Rumst Seefhoek Stuyvenberg Terhagen Predikherenvelden Totaal aantal 987 148 142 128 kinderen Temse 't Foort 172 Temse Dierckxlaan 166 Zwijndrecht Burcht 84

Vergelijken we het percentage meisjes en jongens binnen elke wijk dan valt op dat deze verdeling gelijklopend is, maar dat er toch verschillen kunnen zijn tussen wijken. Het percentage jongens schommelt tussen minimum 45,88 % (wijk Temse ‘t Foort) en maximum 54,05 % (Antwerpen Stuyvenbergplein). Tabel 3. Percentage meisjes en jongens woonachtig in de observatiewijken Antwerpen Antwerpen Rumst Rumst Temse 't Seefhoek Stuyvenberg Terhagen PredikherenFoort velden Percentage 52,68 45,95 47,18 44,53 54,12 meisjes Percentage 47,32 54,05 52,82 55,47 45,88 jongens Temse Dierckxlaan 46,99 53,01 Zwijndrecht Burcht 48,81 51,19

Tussen de verschillende wijken is er een groot verschil betreffende het percentage kinderen met een nietBelgische nationaliteit. Het percentage schommelt van 0 % (Rumst Predikherenvelden) tot ruim 31% (Antwerpen Seefhoek). De drie wijken waar het percentage het hoogst ligt zijn: de wijk Seefhoek (31, 81%.), wijk ’t Foort (25,88 %) en de Stuyvenbergwijk (23,65%). Deze drie wijken zijn gelegen in een meer stedelijke context. De ander wijken hebben een aanzienlijk lager percentage niet-Belgische kinderen: 9,64 % kinderen met niet-Belgische nationaliteit in de wijk P. Dierckxlaan; 3,57 % van de kinderen in de wijk Zwijndrecht Burcht. De laagste percentages bevinden zich in de twee wijken in Rumst: namelijk 2,11 % in de wijk Terhagen en 0% in de wijk Predikherenvelden. Tabel 4. Percentage kinderen met niet-Belgische nationaliteit woonachtig in de observatiewijken Antwerpen Antwerpen Rumst Rumst Temse 't Temse Seefhoek Stuyvenberg Terhagen PredikherenFoort Dierckxlaan velden percentage niet31,81 23,65 2,11 0,00 25,88 9,64 Belgische nationaliteit Zwijndrecht Burcht

3,57

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

27

De verdeling volgens de leeftijdscategorieën is telkens anders binnen de wijken. De onderstaande tabel geeft de verdeling per leeftijdscategorie en wijk aan. De volgende onderverdeling is gemaakt: kinderen tussen de 3 en 5 jaar, kinderen tussen 6 en 8 jaar, kinderen tussen 9 en 11 jaar en een laatste groep kinderen tussen de 12 en 14 jaar. Tabel 5. Percentage kinderen per leeftijdsgroep woonachtig in de observatiewijken
Leeftijdsgroep 3-5 jaar 6-8 jaar 9-11 jaar 12-14 jaar Antwerpen Seefhoek 28,98 23,40 25,63 21,98 Antwerpen Stuyvenberg 36,49 27,03 21,62 14,86 Rumst Terhagen 24,65 26,06 25,35 23,94 Rumst Predikherenvelden 17,19 30,47 26,56 25,78 Temse 't Foort 26,47 28,23 24,71 20,59 Temse Dierckxlaan 25,30 24,10 25,90 24,70 Zwijndrecht Burcht 22,62 35,71 23,81 17,86

In de wijken Rumst Terhagen en Temse Dierckxlaan is het aandeel van kinderen over de verschillende leeftijdsgroepen evenwichtig verdeeld. In de wijken Antwerpen Stuyvenbergplein en Zwijndrecht Burcht ligt het aandeel van de oudste leeftijdsgroep (12 tot en met 14-jarigen) beduidend lager. Dit geldt in mindere mate ook voor Seefhoek in Antwerpen en de wijk 't Foort in Temse. In deze wijken is er een zeker overwicht van jongere kinderen. In de wijk Rumst Predikherenvelden is de jongste leeftijdsgroep niet sterk vertegenwoordigd. Opvallend is het hoge percentage 6 tot en met 8-jarigen in heel wat wijken (bijv. Zwijndrecht Burcht, Rumst Predikherenvelden, 't Foort in Temse) en het hoge aandeel aan de jongste leeftijdsgroep in Antwerpen Stuyvenbergplein.

Onderzoek Buitenspelen – Deelrapport Observatieonderzoek

28

2.9. Enkele sociaal-economische parameters van de onderzochte wijken
In dit onderdeel worden enkele sociaal-ecomische parameters weergegeven die de verschillende wijken typeren. Het is niet de bedoeling om de sociaal-economische toestand van de wijken omvattend in kaart te brengen. Het is in eerste instantie de bedoeling om een globaal beeld te schetsen van de verschillende wijken. De parameters en de cijfers zijn gebaseerd op een interpretatie van de Atlas van achtergestelde buurten in Vlaanderen en Brussel (Christian Kesteloot, met medewerking van Sarah Meys, Instituut voor Sociale en Economische Geografie K.U.Leuven). De Atlas geeft verschillende sociaal en economische parameters weer van alle buurten in Vlaanderen en Brussel. Op basis van daarvan is er een lijst opgesteld van verschillende achtergestelde buurten. Er werd gekozen om voor de bestudeerde wijken volgende parameters weer te geven: 1. Percentage werkzoekenden 2. Gemiddeld inkomen per inwoner 3. Percentage woningen zonder basiscomfort 4. Gemiddelde oppervlakte per woning De statistische sectoren, die de basis vormen voor deze Atlas, vallen niet volledig samen met de afbakening van de onderzochte wijken. De cijfers zijn dus enkel indicatief. Aandeel werkzoekenden Het percentage werkzoekenden wordt berekend ten opzichte van de totale beroepsbevolking. Het hoogst aandeel werkzoekenden bevindt zich in de wijk Seefhoek en Stuyvenberg. Het noordwestelijk deel van de wijk Seefhoek heeft een percentage van ongeveer 25 % werkzoekenden. Het meest oostelijke deel van de wijk Seefhoek en het Stuyvenbergplein heeft een percentage van 15 à 20 % werkzoekenden. Het percentage werkzoekenden in de wijken Burcht en ’t Foort bedraagt 7 à 10%. De P. Dierckxlaan heeft een percentage van 5 à 7 % werkzoekenden. De wijken Terhagen en Predikherenvelden hebben het laagste percentage werkzoekenden namelijk 3 tot 5 %. Tabel 6. Percentage werkzoekenden per observatiewijk Antwerpen Antwerpen Temse 't Foort Zwijndrecht Seefhoek Stuyvenberg Burcht 15%-25% 15-20% 7-10 % 7-10 % Temse Dierckxlaan 5-7 % Rumst Terhagen 3-5 % Rumst Predikherenvelden 3-5%

Inkomen per inwoner Het gemiddeld inkomen in de wijken Seefhoek, Stuyvenbergplein en P. Dierckxlaan ligt lager dan 12.000 euro. De wijken ‘t Foort en de Terhagen hebben een gemiddeld inkomen gelegen tussen de 12.000 en 13.000 euro. De wijk met het hoogste gemiddeld inkomen is Predikherenvelden in Rumst. Het gemiddelde inkomen situeert zich tussen 15.000 à 16.500 euro per jaar. In Burcht is er een gemiddeld inkomen van 14.000 à 15.000 euro. Tabel 7. Gemiddeld jaarinkomen in de observatiewijken Antwerpen Antwerpen Temse Rumst Temse 't Foort Seefhoek Stuyvenberg Dierckxlaan Terhagen < € 12.000 < € 12.000 < € 12.000 € 12.000 - 13.000 € 12.000 - 13.000 Zwijndrecht Burcht € 14.000 - 15.000 Rumst Predikherenvelden € 15.000 - 16.500

Woningen zonder basiscomfort Basiscomfort, of klein comfort, wordt in de atlas van de achtergestelde gebieden omschreven als woningen waar stromend water, privé-toilet en badkamer of douche aanwezig zijn. De percentages geven het aandeel woningen zonder basiscomfort aan ten opzichte van het totaal aantal woningen. De wijk Seefhoek heeft het hoogste percentage woningen zonder basiscomfort (5 à 13%). De wijk Stuyvenbergplein en ’t Foort hebben een percentage van 5-10% woningen zonder basiscomfort. De andere wijken, Terhagen, Predikherenvelden, P. Dierckxlaan en Burcht, hebben een gelijkaardig percentage (

Similar Documents

Free Essay

Mis Choice Point Case

...Case description ChoicePoint, a Georgia-based corporation and 1997 spin-off from Equifax Inc., provides risk-management and fraud-prevention data. Traditionally, ChoicePoint provided motor vehicle reports, claims histories, and similar data to the automobile insurance industry, but in recent years it broadened its customer base to include general business and government agencies. ChoicePoint collects, stores, and sells the personal information of consumers (e.g., social security numbers, birth dates, employment information, criminal histories and credit histories) to more than 50,000 businesses and agencies. The company also offered data for volunteer and job-applicant screening and data to assist in the location of missing children. In 2004 ChoicePoint had over 4,000 employees, and its revenue was $918 million. In the fall of 2004, ChoicePoint was the victim of a fraudulent spoofing attack in which unauthorized individuals posed as legitimate customers and obtained personal data on more than 145,000 individuals. According to the company's Web site: “These criminals were able to pass our customer authentication due diligence processes by using stolen identities to create and produce the documents needed to appear legitimate. As small business customers of ChoicePoint, these fraudsters accessed products that contained basic telephone directory-type data (name and address information) as well as a combination of Social Security numbers and/or driver's license numbers and,......

Words: 1145 - Pages: 5

Premium Essay

Ethical Choices at Choice House Case

...revenue generation and grant * There is no system to track the revenue generation * Inadequate system to monitor the expenses * All the expenses should go through an approval process which requires all the expenses should be properly documented and the need explained. This is not in place in Choice House 2. Identify ethical issues that Ashley should discuss with the Finance Committee? Which IMA Ethical Standards would apply to Ashley? Discuss. * Credibility: The ED should record all expenses and provide all information when I asked. He cannot deny any information. Providing accurate and insightful information are the key function to ED role. 3. How should Ashley respond to the Finance Committee? Review the IMA Resolution of Ethical Conflict section of the IMA Statement of Ethical Professional Practice for guidance. Prepare a memo to Joan sharing Ashley’s findings. Should Ashley send a copy of the memo to the ED? Explain. * Ashley should discuss the case with her immediate supervisor and also take the issue to upper level to the executive director. * Ashley’s Memo to Joan: Date: 6/3/2013 From: Ashley Parsons Subject: Findings on Choice House expense issue and lack of revenue for the year To: Joan Tanner CC: Beth * Most expenses were due to publicity brochures and small gift items that the ED requested for her trips to the state legislature and for other unspecified publicity activities. The overage was due to the......

Words: 517 - Pages: 3

Free Essay

Factors Affecting Guest Choice of Hotel and Restaurant

...BACKGROUND Introduction A restaurant is an establishment which prepares and serves food and drink to customers in return for money. Meals are generally served and eaten on premises, but many restaurants also offer take-out and food delivery services. There are many reasons why the restaurant businesses failed. Food catering establishments which may be described as restaurants were known since the 11th century in Kaifeng, China's northern capital during the first half of the Song Dynasty (960–1279). With a population of over 1,000,000 people, a culture of hospitality and a paper currency, Kaifeng was ripe for the development of restaurants. Probably growing out of the tea houses and taverns that catered to travellers, Kaifeng's restaurants blossomed into an industry catering to locals as well as people from other regions of China. Restaurants catered to different styles of cuisine, price brackets, and religious requirements. Even within a single restaurant much choice was available, and people ordered the entree they wanted from written menus In starting a new business like a restaurant you must have the strategy on how you can attract your customers in Balanga Bataan. First the location of your business must be accessible. Know the number of your prospective customer in the area of your business. Then determine the demographic profile of the market segment by knowing the personal income, age, sex and the education of your customers, it is useful in determining the......

Words: 280 - Pages: 2

Premium Essay

Ginny's Restaurant Case Analysis

...GINNY’S RESTAURANT: AN INTRODUCTION TO CAPITAL INVESTMENT VALUATION 1) Virginia has current assets worth $4.83 million at present. This value of her assets is calculated by adding $2 million she receives today to the present value of $3 million which she will get at the end of one year. Cash on hand (today) = $2 million Cash after one year = $3 million Rate of interest = 6% Net Present Value (NPV) = $2M + $3M/ (1+0.06) = $4,830,188.68 Virginia can spend or consume maximum $4.83 million which is the value of her total asset at present. Here, she can borrow $2.83 million (present value of $3 million) from bank which she can repay with the money she will be getting after exactly one year. The rest of the money ($2 million) she has already possessed. However, if she does not want to borrow money from bank, the maximum amount she can spend today is $2 million. If Virginia does not spend any money today, she can spend the at least $5.12 million which is the future value of $2 million plus $3 million which she will get after one year. Total value of money after 1 year = $2M (1+0.06) + $3M = $5,120,000 2) Virginia should invest $3,000,000 in Ginny’s Restaurant. In one year the $4,000,000 will be worth $4,240,000 without investing it. If Virginia invests $3,000,000 in Ginny’s Restaurant it will give her a future cash flow of $5,460,000.00. This investment will yield the largest amount of money at the end of one year. Virginia’s wealth......

Words: 927 - Pages: 4

Premium Essay

Jose Authentic Restaurant Case

...Business Brief Jose’s Authentic Mexican Restaurant is a 58-seat restaurant offering a menu consisting of 23 main entrees assembled from eight basic stocks (Krajewski, Ritzman, & Malhotra, 2013). The restaurant is located within a mature business district on the edge of a large metropolitan area in New England (Krajewski et al, 2013). Customer volume is higher on weekends; however, wait staff is reporting a decline in tips (Krajewski et al, 2013). Management conducted a customer survey over the weekend and 55% of customer dissatisfaction links value and psychological impressions to quality (Krajewski et al, 2013). This brief will discuss the restaurant’s competitive priorities, define quality for the restaurant, analyze the costs of the restaurant’s process failures, and provide recommendations for improving processes and customer satisfaction. Analysis The weekday meal service process has established consistent quality, on-time delivery, and variety/flexibility as competitive capabilities (Krajewski et al, 2013). The weekday meal service needs 12 minutes to complete a meal after being ordered (Krajewski et al, 2013). The weekend meal service, during peak times, needs more than 20 minutes to deliver good meals to the customers (Krajewski et al, 2013). The weekend meal service process performs at higher volumes and is unable to meet the consistent quality, and on-time delivery capabilities from the weekday service process. The customer’s rated timely......

Words: 571 - Pages: 3

Premium Essay

Fishdance Restaurant Case Study

...Case Study – Fishdance Restaurant Describe how the architect has ordered form, materials, light and space to create a particular and memorable place. Identify ideas and strategies used to order form, materials, space, light and relationship to surrounding environment. | | The following essay will proceed to show an analytical exploration of architecture as seen in Frank Gehry’s Fishdance Restaurant and to explain the underlying and underpinning style and appearance of Gehry’s built work through the identification of space, form, order, materials and the relationship between the built work and its surrounding environment to create Gehry’s memorable place. Walking through Merikan Park in Hyogo Prefecture in Japan, eyes are drawn to a behemoth of a fish sculpture. This sculpture is part of a three part fish village, Fishdance Restaurant, designed by Frank Gehry in 1987. Originally designed accidentally for a competition, Fishdance has become a popular tourist attraction along Kobe’s waterfront and has become one of Gehry’s first architectonic forms amidst his early fish metaphor days. In Isenberg’s (2009) book, she discusses with Gehry that during the mid-eighties he met with a client who asked him to produce fish sketches upon a napkin which can be seen in Figure 1. After many miscontrusions during the design process, including different interpretations of Gehry’s original design, lack of communication between client and architect and a broken model. Figure 1......

Words: 540 - Pages: 3

Premium Essay

Case Study - Vintage Restaurant

...Case Problem: The Vintage Restaurant is on Captiva Island, a resort community near Fort Myers, Florida. The restaurant, which is owned and operated by Karen Payne, has just completed its third year of operation. During that time, Karen has sought to establish a reputation for the restaurant as a high-quality dining establishment that specializes in fresh seafood. The efforts by Karen and her staff have proven successful, and her restaurant has become one of the best and fastest-growing restaurants on the island. Karen has concluded that to plan for the growth of the restaurant in the future, she needs to develop a system that will enable her to forecast food and beverage sales by month for up to one year in advance. Karen has the following data ($1000s) on total food and beverage sales for the three years of operation. The data can be found in an Excel spreadsheet (Lost Beverage and Food Sales). Perform an analysis of the sales data for the Vintage Restaurant. Prepare a report for Karen that summarizes your findings, forecasts, and recommendations. Include: a. A graph of the time series. b. An analysis of the seasonality of the data. Indicate the seasonal indexes for each month, and comment on the high and low seasonal sales months. Do the seasonal indexes make intuitive sense? Discuss. c. A forecast of sales for January through December of the fourth year. d. Recommendations as to when the system that you have developed should be updated to account for new sales data. ...

Words: 590 - Pages: 3

Premium Essay

Hobbit's Choice Case 17.3

...1. Jeff wonders if the Hobbit’s Choice Restaurant is more appealing to women than it is to men or vice versa. Perform the proper analysis, interpret it, and answer Jeff’s question. Hₒ : men=women H1 : men do not equal women The above data output is insignificant because of the number zero being included in the confidence interval. Also because the p value of 0.538 is greater than 0.05 There is not enough evidence to support that there is a significant difference in the level of appeal between men and women. So because of this, Dean should not focus on either gender because the difference between men and women is insignificant. 2. With respect to the location of the Hobbit’s choice Restaurant, is a waterfront view preferred more than a drive less than 30mins. H0: waterfront – drive less than 30mins=0 H1: waterfront – drive less than 30mins does not equal 0 The above table shows the mean value for “waterfront” is 3.42. and the mean for “drive less than 30mins is 2.73 So the waterfront mean is higher and also the p-value is0.000, so there is significant evidence to support that “waterfront view” is preferred over “drive of less than 30mins.” So, Dean can use this information when deciding on the location of the restaurant. He should focus on finding a location with waterfront view, since his potential client favors view over location’s distance. 3. With respect to the restaurant’s atmosphere, is a string quartet preferred over a......

Words: 464 - Pages: 2

Premium Essay

Darden Restaurants - Case Study

...Darden Restaurants Darden faces the problem of controlling its complex network of vendors, spread over 40 countries. ‘The law of the sea’, poses legal barriers for Darden as only vessels form the country of sovereignty have the right to fish those waters. Another problem is the high level of dependence on its outsourced chain, as more than 75% of its expense is from sourcing activities (Heizer & Render, 2011). This entails challenges of supply chain vitality and uncertainty. Darden Restaurants is a group company, owning popular and successful brands such as red lobster, longhorn steakhouse and olive garden. With an annual turnover of over 300 million meals, Darden has successfully leveraged its global supply chain to ensure high quality food to its customer base in US and Canada. Through subsidiaries, Darden owns and operates more than 1500 restaurants, employing a workforce of over 150,000. Darden’s deployment of purchasing agents globally has allowed it to increase its presence throughout the supply chain. Its rigorous quality standards has allowed it screen out the high quality vendors, placing strict compliance benchmarks on sampling and inspection practices. Moreover, Darden tackles legal barriers through leveraging its complex network of strategic supplier partnerships. Due to the global presence, Darden needs to employ a lean approach in it supply chain. This would entail a more active role in demand planning, focusing on the times it takes......

Words: 712 - Pages: 3

Premium Essay

Case Study: Farmer's Restaurant

...1. Describe the importance of inventory management as it relates to the Farmers Restaurant. In addition to inventory management being important to Farmers Restaurant, it is important to business in general. Since Farmers Restaurant is a full-service restaurant, it must have effective management with its inventories in order to properly serve its customers. It is important for that to be the case so that there will be desirable customer satisfaction and customer return. In the case that customers visit the Farmers Restaurant and are unable to receive the food they want due to a stock out, they may be dissatisfied and will likely not return to Farmers Restaurant. Besides customer satisfaction, total food costs are important to business also. In the restaurant industry, if too much of a product is ordered and not used, it could result in product waste due to the items expiring. Of course, having too much of a product would result in an increase in total food costs, which is opposed to the goal of any business to minimize costs. Overstocking products can also negatively affect Farmers Restaurant and other businesses since by having more products on-hand than needed, Farmers Restaurant is tying up funds that might be more productive elsewhere. Farmers Restaurant has experienced both shortages and wasteful surpluses, so in conclusion, it is essential that Farmers Restaurant try to manage inventory levels successfully when considering these potential/existing problems (Lubbers......

Words: 1211 - Pages: 5

Free Essay

Case Analysis: Darden Restaurants Inc.

...Company Name: Darden Restaurants Inc. Website: http://darden.com/ Industry: Restaurant Background and History: Darden Restaurants Inc. was founded in 1938 by Bill Darden. At the time, Bill was just nineteen years old and opened his first restaurant called the Green Frog. It was a small restaurant, a twenty-five seat luncheonette, in Waycross, Georgia. It promised to give “service with a hop.” Thirty years later after the success of the Green Frog, Bill Darden and Charley Woodsby opened the first Red Lobster in Lakeland, Florida. A few years later in 1975, Bill Darden mentored his good friend Joe R. Lee who became the first president of Red Lobster. Twenty years later Joe R. Lee was named the first Chairman and CEO of Darden Restaurants. Today, Red Lobster is the largest full service seafood dining company in the world serving nearly three million people a week. In 1982, George McKerrow opened the first Longhorn Steakhouse in Atlanta, Georgia. The restaurant became famous when it remained opened during a very severe and infamous snowstorm offering $1.00 beers and food specials. Travelers who unfortunately got stuck and couldn’t make it home sought refuge in Longhorn. They were won over by great steaks, and hospitality leading Longhorn to become a huge success. By 2007, Darden celebrated the addition of the Longhorn Steakhouse brand to the company. Also in 1982, the first Olive Garden opened in Orlando, Florida. It was originally part of the General Mills......

Words: 1737 - Pages: 7

Premium Essay

Marketing Research Cases 14 and 15

...Case 14.1 1. Correlations | | Prefer Drive Less than 30 Minutes | Prefer Unusual Desserts | Prefer Large Variety of Entrees | Prefer Unusual Entrees | Prefer Drive Less than 30 Minutes | Pearson Correlation | 1 | .768** | .806** | .765** | | Sig. (2-tailed) | | .000 | .000 | .000 | | N | 400 | 400 | 400 | 400 | Prefer Unusual Desserts | Pearson Correlation | .768** | 1 | .823** | .868** | | Sig. (2-tailed) | .000 | | .000 | .000 | | N | 400 | 400 | 400 | 400 | Prefer Large Variety of Entrees | Pearson Correlation | .806** | .823** | 1 | .831** | | Sig. (2-tailed) | .000 | .000 | | .000 | | N | 400 | 400 | 400 | 400 | Prefer Unusual Entrees | Pearson Correlation | .765** | .868** | .831** | 1 | | Sig. (2-tailed) | .000 | .000 | .000 | | | N | 400 | 400 | 400 | 400 | **. Correlation is significant at the 0.01 level (2-tailed). | Null Hypothesis- No relation between preference to drive 30 minutes or less and preference of menu items Alternative Hypothesis- There is a relation between the preference to drive 30 minutes or less and preference of menu items Interpretation-All the correlations have sig values that are significantly different from zero. So, we reject the null hypothesis. The correlations are positive and they are in the moderate range. As the preference to drive 30 minutes or less increases, so do preferences for unusual deserts, large variety of entrees, and unusual entrees. Correlations | | Prefer Drive Less than 30 Minutes |......

Words: 3383 - Pages: 14

Premium Essay

Case Study on Jose's Restaurant

...Question 1 How quality should is defined at this restaurant? ANSWER: Quality is the term used by the customer to describe their general satisfaction with a service or product. Customers, internal or external, are satisfied when their expectations regarding a service or product have been met or exceeded. Quality at Joses restaurant should be defined by service, value, reliability of the experience and overall customers’ satisfaction. The quality of a product is defined as whether it fulfills its stated specifications. Customer satisfaction should be at the top priority for the restaurant. Customer satisfaction is the measurement of a product or service that meets or exceeds customer’s expectations. Therefore, the restaurant should focus on its customers’ needs and requirements, and strive to exceed their expectations. The factors that affect the quality of the service are conformance to specification, value, fitness for use, support and even psychological standard impression. Food should be delivered and served as to be what is promised on the menu. Also, the food should be cooked and prepared properly, to be fresh, clean, and to have exactly the ingredients and flavors that are ordered. Service staff should be neatly dressed and greet customers with a smile; personnel should be experienced and trained to accommodate the customer. Atmosphere is another important area of quality. At Jose’s, keeping with the Mexican themed decor creates the atmosphere for the Mexican......

Words: 1730 - Pages: 7

Free Essay

The Hobbit’s Choice: a Restaurant

...The Hobbit’s Choice: A Restaurant Jeff Dean is a restaurant supply sales representative. He works in a large metropolitan area and calls on many of the restaurant owners in the city. His dream is to one day own his own restaurant. He had saved a substantial amount of his earnings during his 15 years in the restaurant‐supply business and had recently gone over some financial figures with his banker. He and the banker both agreed that he had enough capital to get serious about investing in his dream. His banker, Walker Stripling, was very optimistic about Dean’s potential for success, even though he had seen many failed attempts in the restaurant business. Stripling had confidence in Dean because he thought that because of his restaurant‐supply experience, few people knew the restaurant business as well as Dean did. Dean’s idea was not try to compete with everyone else. There were too many restaurants that, except for their décor and a few menu items, offered little new to the market. He had seen many of the “metoo” restaurants falter after a short time of operation. His plan was to offer something not currently available in the market, even though the city was fairly large. Dean had traveled extensively during his career. His primary purpose in traveling had been to attend trade shows in the restaurant‐supply business. There were usually several of these a year, and Dean had been diligent about attending these shows as he learned about new products and services......

Words: 502 - Pages: 3

Free Essay

Hobbits Choice Restaurant

...This Case study is an example of what happens when life gets in the way. Mr. Rogers originally called a meeting with Jeff Dean and Celeste Brown to go over any questions the Mr. Dean had in regards to the survey findings. Mr. Rogers had to excuse himself from the meeting for personal reasons and instructed Ms. Brown to find out what questions Mr. Dean had. He then instructed her to run the analysis and they would go over the results the following day. Ms. Brown ended up with six questions that Mr. Dean was especially interested in. (Burns, A., Bush, R. (2006) p518) The problem with this case study is even though Ms. Brown may be a competent employee she isn’t Mr. Rogers. Mr. Rogers called the meeting and has his own agenda in regards to the survey findings. Unless Mr. Brown and Mr. Rogers are on the exact same page she may not be able to determine the right questions that Mr. Dean may ask: furthermore, her analysis may be in complete depending on what information she has taken form Mr. Dean. Mr. Rogers should have rescheduled the meeting so that he could ensure all pertinent areas regarding the results of the survey and questions were adequately addressed. The strengths of this case are apparent in that it is assumed that Ms. Brown has a good understanding of what Mr. Rogers wants. If she is able to accurately gather the information from Mr. Dean in regards to his concerns about the survey, then her analysis should be accurate: however this will not be known...

Words: 1436 - Pages: 6