Free Essay

Paper

In: Social Issues

Submitted By cosmogirl
Words 15085
Pages 61
Periodeboek jaar 1
Periode 3

‘Oriëntatie op communicatiemanagement’

T.R.A. de Waal- de Boer
Rotterdam, februari 2013 Studiejaar 2012-2013

Periodeboek jaar 1
Periode 3

‘Oriëntatie op communicatiemanagement’

T.R.A. de Waal- de Boer
Rotterdam, februari 2013 Studiejaar 2012-2013

Voorwoord

Zo, je bent al in periode 3 beland! De een met, de ander zonder veel moeite. Hoe dan ook, je hebt al veel geleerd, vaak veel meer dan je bewust van bent. Dat heb je maar mooi binnen.

Je heb in de afgelopen periode kennis gemaakt met creativiteit, grafische technieken, professioneel schrijven en recht. Je hebt geoefend in het schrijven voor het web.
JDoor het maken van je Free- Publicityplan heb je al echt contact gelegd met ‘buitenwereld’. Outside in, Inside Out, dat is waar de HR naar streeft.

Met Studieloopbaanbegeleiding werk je gestaag aan je eigen persoonlijke effectiviteit, onderzoek je wat je leuk vindt aan het vak en kijk je naar je eigen competenties. Waar liggen jouw kwaliteiten en ambities? De inhoud van SLB heb je grotendeels zelf in de hand. Zie het als een kans en doe er je voordeel mee.

Je krijgt steeds beter zicht op het communicatieberoep. We nemen je nu mee en zetten weer een stap vooruit. We gaan met elkaar kijken hoe communicatie ingezet wordt als een instrument om beleidsdoelen te bereiken.
‘Communicatiemanagement’ is het thema van deze periode.

We hopen en verwachten dat jij je ook deze periode weer open stelt voor alle nieuwe leerervaringen. Leren is niet af te dwingen. Jij moet het willen. Jij bent de manager van je eigen studiesucces. Laten we het volgende afspreken: als jij nu die lerende houding aanneemt, doen wij onze uiterste best jou goede ‘input’ te geven en er voor jou weer een leerzame periode te maken.

Namens alle docenten die je in deze periode lesgeven en begeleiden, wens ik je veel succes.

Rotterdam, februari 2013,
Tineke de Waal- de Boer

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 3
Inleiding 6
1. Projectonderwijs (CCOPPBC10R1) 7 1.1 Uitgangspunten projectonderwijs 7 1.2 Opzet 7 1.3 Samenwerken 7 1.4 Begeleiding 8 1.5 Beoordeling 8 1.6 Werkwijze projecten 9 1.7 Presentieplicht 10

2. Projectonderdeel Brand X 11 2.1 Competenties en leerdoelen Brand X 11 2.2 Veronderstelde voorkennis Brand X 12 2.3 Toetsing en beoordeling Brand X 12 2.3.1 Productbeoordeling projectonderdeel Brand X 12 2.3.2 Procesbeoordeling projectonderdeel Brand X 12 2.4 Literatuur 13 2.5 Opdracht Brand X 13 2.6 Urenverantwoording Brand X (1,5 ECT) 14

3. Projectonderdeel Event Y 15 3.1 Competenties en leerdoelen Event Y 15 3.2 Veronderstelde voorkennis Event Y 16 3.3 Toetsing en beoordeling Event Y 16 3.3.1 Productbeoordeling projectonderdeel Event Y 16 3.3.2 Procesbeoordeling projectonderdeel Event Y 16 3.4 Literatuur 16 3.5 Opdracht Event Y 17 3.6 Urenverantwoording Event Y (1,5 ECT) 19

4. Projectonderdeel Doelgroepgericht schrijven (individuele opdracht) 20 4.1 Competenties en leerdoelen 20 4.2 Voorkennis 20 4.3 Literatuur 20 4.4 De schrijfopdracht 21 4.5 Planning 22 4.6 Beoordeling en procedure 22 4.7 Literatuur 22 4.8 Urenverantwoording 23

5. Marketingmanagement 14 (CCOMMA11R1) 24 5.1 Algemene beschrijving vakgebied 24 5.2 Veronderstelde voorkennis 24 5.3 Competenties 24 5.4 Leerdoelen 24 5.5 Literatuur 24 5.6 Presentieplicht 24 5.7 Toetsing en beoordeling 24 5.8 Weekplanning 25

6. Communicatiemanagement (CCOCMA10R1) 28 6.1 Algemene beschrijving vakgebied 28 6.2 Veronderstelde voorkennis 28 6.3 Competenties 28 6.4 Leerdoelen 28 6.5 Literatuur 29 6.6 Presentieplicht 29 6.7 Toetsing en beoordeling 29 6.8 Weekplanning 29

7. Communicatietechnieken (CCOCOM18R1): Persbericht en Direct Mailing 33 7.1 Algemene beschrijving vakgebied 33 7.2 Veronderstelde voorkennis 33 7.3 Competenties 33 7.4 Leerdoelen 33 7.5 Leerstofinhoud en werkvormen 33 7.6 Literatuur 34 7.7 Presentieplicht 34 7.8 Toetsing en beoordeling 34 7.9 Weekplanning 34

8. Engels (CCOENG73R1) 36 8.1 Algemene beschrijving vakgebied 36 8.2 Veronderstelde voorkennis 36 8.3 Competenties 36 8.4 Leerdoelen 36 8.5 Leerstofinhoud en werkvormen 36 8.6 Literatuur 37 8.7 Presentieplicht 37 8.8 Toetsing en beoordeling 37 8.9 Weekplanning 37

Bijlage 1 Beoordelingscriteria Individuele marktverkenning 40 Bijlage 2 Beoordelingscriteria Rapport Productconcept Brand X 41 Bijlage 3 Beoordelingscriteria Verpakking Brand X 42 Bijlage 4 Beoordelingscriteria Pitch Brand X / Event Y 43 Bijlage 5 Individueel logboek project (procesbeoordeling) 44 Bijlage 6 Beoordelingscriteria Creatief proces Brand X 45 Bijlage 7 Vaardigheidsmeter Samenwerken Peerassessment Brand X 46 Bijlage 8 Samenwerken/plannen-verslag proces Brand X 48 Bijlage 9 Procesbeoordeling ‘plannen’ Brand X / Event Y door docent 49 Bijlage 10 Beoordelingscriteria Evenementvoorstel Event Y 50 Bijlage 11 Beoordelingscriteria Communicatieplan Event Y 51 Bijlage 12 Beoordelingscriteria Communicatiemiddelen Event Y 52 Bijlage 13 Samenwerken/plannen-verslag proces Event Y 53 Bijlage 14 Feedbackformulier opdracht Doelgroepgericht schrijven 54 Bijlage 15 Beoordelingsformulier Doelgroepgericht schrijven (Advertorial) 56

Inleiding

Er komt steeds meer interesse voor communicatie en communicatiemanagement. Aanvankelijk werd communicatie vooral geassocieerd met uitvoerende activiteiten zoals het schrijven van artikelen, het onderhouden van perscontacten en het ontwikkelen van advertentiemateriaal. Tegenwoordig is er meer aandacht voor de functie die communicatie voor organisaties kan vervullen op strategisch niveau. De focus is daarmee drastisch veranderd. Managers kijken nu naar communicatie als één van hun beleidsinstrumenten: hoe kan communicatie worden ingezet om de relatie tussen een organisatie en de maatschappelijke omgeving positief te beïnvloeden. Dat noemen we communicatiemanagement.

Vakken in deze periode
Tijdens de lessen Communicatiemanagement en Marketingmanagement wordt aangeven hoe (strategisch) beleid tot stand komt en hoe dat vervolgens operationeel wordt gemaakt. Binnen de lessen – maar ook binnen de projecten – houden jullie je met name bezig met de operationele taken, bijvoorbeeld het opstellen van een operationeel communicatieplan, het vervaardigen van een bijbehorend communicatiemiddel of het ontwikkelen van een verpakking.
Naast deze kernvakken krijg je in deze periode ook weer te maken met de flankerende vakken. Dit zijn Communicatietechnieken (persbericht en direct mailing) en Engels. Projectonderwijs
Ook in periode 3 krijgen jullie projectonderwijs (PO). De uitgangspunten zijn gelijk aan die van periode 2. In deze periode is gekozen voor twee projecten van ieder vier weken. Net als in vorige periode wordt het project gecombineerd met het projectonderdeel ‘Doelgroepgericht schrijven’.
Het projectonderwijs vindt weer plaats onder leiding van de projectbegeleider die tevens je studieloopbaan-coach is.

Studieloopbaanbegeleiding
Het traject dat in periode 1 met studieloopbaanbegeleiding is ingeslagen en in periode 2 zijn vervolg gekregen heeft, loopt ook in periode 3 door. In samenwerking met je studieloopbaanbegeleider houd je je bezig met je persoonlijke ontwikkeling. Voor de inhoud van het slb-programma verwijzen we naar de Studiehandleiding SLB jaar 1. Daar vind je ook de planning van de opdrachten die je deze periode moet inleveren.

In deze handleiding worden de bovenstaande onderdelen uitgebreid toegelicht. In het eerste hoofdstuk komen de uitgangspunten van en werkwijze binnen projectonderwijs aan de orde. Achtereenvolgens worden in hoofdstuk 2 tot en met 4 Project Brand X, Event Y en het projectonderdeel Doelgroepgericht schrijven beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 is informatie te vinden over de kernvakken: marketingmanagement, communicatiemanagement. De hoofdstukken 7 en 8 geven je inzicht in de flankerende vakken: communicatietechnieken (Persbericht en Direct mailing) en Engels.

1. Projectonderwijs (CCOPPBC10R1)

In deze periode krijg je te maken met twee kleine groepsprojecten en een individuele opdracht: het projectonderdeel ‘Doelgroepgericht schrijven’. Voor de twee kleine projecten zijn vier weken ingeroosterd. Het eerste project heet ‘Brand X’ en dit project vindt plaats van kalenderweek 7 tot en met 11. Het tweede project is ‘Event Y’ en vindt plaats van week 12 tot en met 15. Het projectonderdeel Doelgroepgericht schrijven is een individuele opdracht waar je de hele periode mee bezig bent. Je kunt met dit project in totaal 4 studiepunten verdienen.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de algemene uitgangspunten en werkwijze van het projectonderwijs in deze periode. In hoofdstuk 2 tot en met 4 wordt de inhoudelijke kant van de deelprojecten toegelicht.
1.1 Uitgangspunten projectonderwijs
Bij projectonderwijs (PO) worden praktijkproblemen als uitgangspunt gebruikt voor het verwerven van kennis en vaardigheden. Deze projecten zijn beroepsgericht. Het gaat steeds om reële, in de praktijk voorkomende problemen die in groepsverband moeten worden geanalyseerd en opgelost. Om een project tot een goed einde te brengen, moet je je project in een serie van verschillende taken opdelen. Als groep dien je taken zelfstandig op te pakken, waarbij je een systematische aanpak hanteert. Dit wijst op drie gemeenschappelijke leerdoelen, te weten:
- zelfstandig een project, verdeeld in verschillende taken, kunnen uitvoeren;
- in een groep kunnen samenwerken;
- een systematische aanpak hanteren.
Het resultaat is een product dat je als groep aan het eind van het project inlevert bij je begeleider, of in het geval van een presentatie, laat zien. Bij Doelgroepgericht schrijven lever je individueel een verslag in.
1.2 Opzet
Onder projectonderwijs in periode 3 (cursuscode: CCOPPC10R1) vallen drie cursussen, namelijk: 1. Project ‘Brand X’ (groepsopdracht). De eerste vier weken werk je met je projectgroep aan het realiseren van een productconcept. Je gaat een nieuw product op de markt brengen. Dit jaar mogen jullie bekijken voor welk nieuw dessert er vraag gecreëerd kan worden. 2. Project ‘Event Y’ (groepsopdracht). Je gaat onder het motto ‘beweeg meer en eet minder’ een evenement bedenken om een doelgroep te overtuigen van het gevaar van overgewicht en van de noodzaak in actie te komen. Om te zorgen dat je doelgroep naar dit evenement komt, maak je een communicatieplan en communicatiemiddelen. 3. Doelgroepgericht schrijven (individuele opdracht). Voor deze cursus schrijf je deze keer een introductie voor het nieuwe product (dat je bij Brand X uitgewerkt hebt) in de vorm van een advertorial voor een tijdschrift dat je doelgroep leest.
1.3 Samenwerken
Jullie hebben inmiddels ervaren dat het succes van projectonderwijs in grote mate wordt bepaald door de manier van samenwerken door de groepsleden. In deze periode wordt er nog meer van jullie gevraagd dan in eerdere perioden. Er is bij Brand X en Event Y geen weekplanning meer. Die moeten jullie zelf maken en naleven. Het is de bedoeling dat iedereen zich even goed en enthousiast inzet voor het project.
Hopelijk is het overbodig, maar voor de zekerheid volgen hieronder weer de afspraken die ook nu weer voor iedere projectgroep gelden; ‘De tien van samenwerken’:

1. De activiteiten worden evenredig over de projectgroepsleden verdeeld. 2. Iedereen levert voldoende en een professionele bijdrage aan het groepsproduct. 3. Iedereen doet zijn best om elkaar opbouwende feedback te geven en die op een volwassen manier te ontvangen. 4. Iedereen spreekt elkaar aan op niet gewenst gedrag en maakt meningsverschillen bespreekbaar. 5. Ieders inzet en deelname is een terugkerend punt op de agenda van de wekelijkse vergadering. 6. Afmelden vóór een vergadering of bijeenkomst moet vooraf per e-mail aan alle projectgroepleden en de begeleider, met opgave van reden. 7. Als je twee keer te laat bent op een vergadering of bijeenkomst zonder goede reden dan ontvang je een gele kaart van de begeleider (je bent te laat als de vergadering officieel geopend is). 8. Als je afspraken niet nakomt ontvang je een gele kaart van de begeleider. De afspraken moeten zijn vastgelegd in notulen/actie- en besluitenlijst. Hieronder valt ook het op tijd versturen van agenda’s en notulen, evenals het bij je hebben van je periodeboek, agenda’s en notulen tijdens de vergadering. 9. Als je afwezig bent bij een vergadering of bijeenkomst zonder goede reden of zonder de begeleider en groepsleden hierover tijdig te informeren ontvang je een gele kaart van de begeleider. 10. Twee gele kaarten resulteert in een rode kaart en betekent verwijdering uit de projectgroep door de begeleider.
Jullie worden door de docent ingedeeld in groepen van maximaal 4 studenten. De samenstelling van de groepen blijft de hele periode hetzelfde.
1.4 Begeleiding
Ook deze periode heb je een vaste projectbegeleider. Een projectbegeleider is met name procesbegeleider. Hij (we zeggen ‘hij’ maar we bedoelen natuurlijk ook ‘zij’) begeleidt en bewaakt de procesvaardigheden in de groep. Tevens speelt hij de rol van opdrachtgever. Je moet de projectbegeleider dan ook zien als een leek op het gebied van communicatie. Hij vraagt immers aan jullie (om de planning van) bepaalde marketing- dan wel communicatieactiviteiten op je te nemen. Jullie zijn als het ware de adviseurs. De vakinhoudelijke kennis die je nodig hebt om de projecten tot een goed einde te brengen, wordt aangeboden binnen het kernvak (marketingmanagement en communicatiemanagement).
Inhoudelijke vragen over het project kun je stellen aan de kernvakdocent. We proberen de lessen van de kernvakken zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij het projectonderwijs, maar dat lukt niet in alle gevallen. Je kunt altijd concrete vragen stellen aan de kernvakdocent (dus niet : “Ik snap er niets van.” maar: “ Waar vind ik in het boek de theorie over marketingstrategie? ” of “Kan ik voor dit onderdeel beter het model van ... gebruiken of het model van...?” ).
Ten slotte treedt de projectbegeleider ook op als beoordelaar. Hij beoordeelt zowel de producten van alle drie de projectonderdelen, als het proces.
1.5 Beoordeling
De cursus Project ‘Oriëntatie op communicatiemanagement’ bestaat uit de drie eerder genoemde (H1.2) onderdelen. Deze worden apart van elkaar beoordeeld. Verderop in deze handleiding vind je een uitgebreide uitleg van wat deze onderdelen inhouden en hoe deze onderdelen beoordeeld worden.

De beoordeling van de drie projectonderdelen leiden tezamen tot het eindcijfer van ‘Project Oriëntatie op het communicatieberoep’. De opbouw van het eindcijfer ziet als volgt uit:

Onderdeel cursus | Beoordeling | Weging | Brand x | Groepsverband + individueel | 35% | Event Y | Groepsverband + individueel | 35% | Doelgroepgericht schrijven | Individueel | 30% |

Herkansing
Als het proces met een onvoldoende beoordeeld is, moet de gehele cursus opnieuw gedaan worden. Is het proces wel met een voldoende beoordeeld en komt het eindcijfer van ‘Project Oriëntatie op communicatiemanagement’ uit tussen een 4 en een 5,5, dan wordt aan het eind van de periode een herkansing aangeboden. Wanneer deze herkansing plaatsvindt en wat de herkansing inhoudt hoor je van je projectbegeleider. Met een eindcijfer onder de 4 moet gehele cursus volgend studiejaar opnieuw worden gedaan.
De deelcijfers blijven staan. Als er aan een van de onderdelen niet is deelgenomen (ND in Osiris), krijg je geen eindcijfer. En krijg je dus ook niet de 4 studiepunten die je bij een (gemiddelde) voldoende wel krijgt
1.6 Werkwijze projecten
De werkwijze is hetzelfde als in vorige periode, zij het dat er nu twee projecten van 4 weken zijn en dat jullie zelf verantwoordelijk zijn voor de planning. Die moet je zelf maken en bijstellen als het nodig is, zodat je in de laatste week van het project ook alle gevraagde producten op tijd kunt opleveren.
Zoals in vorige periode begin je op de projectdag (maandag of dinsdag) met een vergadering. Er is weer een voorzitter en een notulist. De taken van elk worden inmiddels bekend verondersteld. De overige groepsleden bereiden zich voor op de vergadering en participeren tijdens de vergadering, het is vanzelfsprekend dat je altijd je studiehandleiding, de agenda en de notulen bij je hebt, evenals de benodigde boeken.
In periode 1 en 2 heb je met bovenstaande taken geoefend. Voor de invulling ervan verwijzen we daarom naar de bijlagen waarmee in deze perioden is gewerkt.

Eerste vergadering
De eerste vergadering van een project is heel essentieel. Hier worden de taken verdeeld en het tijdspad besproken. In de voorbereiding op deze vergadering lees je de projectopdracht goed door en vraag je je af wat je nog moet weten om dit project goed af te ronden. Je formuleert zelf waar de tekorten in kennis en/of vaardigheden zitten om het probleem dat in het project aan de orde wordt gesteld te begrijpen of op te lossen. Het verwerven van kennis is noodzakelijk om deze vervolgens toe te kunnen passen binnen het project.

Tijdens deze eerste vergadering probeer je duidelijkheid te krijgen over een aantal verschillende onderwerpen, zoals: * Wat houdt de opdracht in? * Wat is het gewenste eindresultaat? * Welke kennis moet worden verzameld om het project tot een goed einde te brengen? * Welke acties moeten er in dit kader uitgevoerd worden? * Welke taken kunnen er binnen het project onderscheiden worden en hoe kunnen deze worden ingevuld? * Binnen welk tijdschema moeten deze taken worden uitgevoerd? * Hoe vindt de feedback plaats op elkaars activiteiten? * Welke afspraken moeten worden gemaakt met betrekking tot het groepsproces (rolverdeling)?

LET OP: het is van groot belang dat ieder projectlid de projectopdracht voor de eerste vergadering heeft doorgenomen. De projectbegeleider zal hierop toezien en dit meenemen in de procesbeoordeling. Tijdens de eerste vergadering dient ook ieder projectlid de handleiding bij zich te hebben!! Is dit niet het geval dan krijgt de desbetreffende student een gele kaart.

Iedere maandag of dinsdag twee vergaderingen
Gedurende de weken die volgen, ga je verder met het uitvoeren van het project. Een groot verschil met de vorige projecten is dat je geen planning per week krijgt. Je moet als groep deze planning zelf maken en bewaken. Iedere week vindt er aan de hand van een agenda – opgesteld door de voorzitter – een vergadering plaats met de projectbegeleider waarbinnen (de voortgang van) het project wordt besproken. Je bespreekt met elkaar wat je aan informatie hebt verzameld en – als dat aan de orde is – hoe je deze hebt toegepast. De notulist legt in de notulen vast wat er besproken is en noteert de concrete acties en deadlines.
De projectbegeleider treedt op als opdrachtgever en stelt aan een ieder in de groep kritische vragen naar zowel de inhoud als het proces. Let er wel op dat iedere projectgroep verantwoordelijk is voor de inhoud van de vergaderingen en niet de projectbegeleider!

Terugkommoment op dinsdag
Tussen de eerste vergadering en het terugkommoment werkt de groep verder aan het project. In de loop van de middag komen alle groepsleden en de projectleider weer bij elkaar om de verrichte activiteiten van die dag te bespreken. Op basis van de resultaten wordt afgesproken welke vervolgacties in die week nodig zijn. Deze worden eveneens vastgelegd in de notulen en de besluiten- en actielijst.

Na de bijeenkomst maakt de notulist de notulen en de besluiten- en actielijst en verspreidt deze direct na de vergadering (in ieder geval nog op dezelfde dag) onder de groepsleden en de projectbegeleider. Ieder groepslid werkt aan de acties die zijn afgesproken en houdt de groepsleden op de hoogte van de voortgang. De studenten houden een individueel logboek bij (zie bijlage 5).

Derde vergadering
Op donderdag of vrijdag komt de projectgroep voor een derde keer bij elkaar. De projectbegeleider is daar niet bij. De voorzitter bereidt deze vergadering voor en maakt een agenda. Tijdens deze bijeenkomst bespreken jullie wat je gevonden hebt, geven feedback op elkaars werk, scheiden hoofd- en bijzaken, passen de nieuw geleerde theorie toe en bespreken wat er verder moet gebeuren. De notulen/ besluiten- en actielijst van deze bijeenkomst worden dezelfde dag per mail verstuurd naar de projectleden en de projectbegeleider.

Belangrijk: * In het project worden taken verdeeld. De afzonderlijke resultaten moeten worden verwerkt tot een logisch samenhangend verhaal. Dat vereist afstemming en de ruimte voor discussie over verschillende meningen. Een eindproduct dat een bundeling is van de afzonderlijke resultaten is geen goed product. Zorg dus voor voldoende contact en afstemming gedurende de week. * Zorg er altijd voor dat je deze handleiding bij je hebt tijdens de bijeenkomsten.
1.7 Presentieplicht
Aanwezigheid en participatie op de projectdagen en bij de vervolgbijeenkomst op donderdag of vrijdag zijn verplicht. De projectbegeleider controleert de aanwezigheid. Je aanwezigheid tijdens de vervolgbijeenkomsten blijkt uit de notulen van die vergaderingen. Mocht je door onvoorziene omstandigheden echt niet aanwezig kunnen zijn, dan dien je vooraf je projectbegeleider en groepsleden hierover te informeren. Er kan dan eenmalig een uitzondering worden gemaakt op deze regel. De projectbijeenkomsten op de projectdag gaan altijd door, ook als de eigen projectbegeleider afwezig is. De opleiding zorgt in dat geval op de projectdag voor een vervangende begeleider.

2. Projectonderdeel Brand X

Het project Brand X is gekoppeld aan het kernvak Marketingmanagement. Het project duurt 4 lesweken en loopt van kalenderweek 7 tot en met 11 (week 9 is het vakantie).
In de volgende paragrafen tref je informatie aan over de competenties en leerdoelen van dit project, de veronderstelde voorkennis, de toetsing en beoordeling van zowel product als proces, benodigde literatuur, de opdrachtomschrijving en de urenverantwoording van project Brand X.
2.1 Competenties en leerdoelen Brand X
Door het project Brand X uit te voeren, werk je aan de ontwikkeling van een aantal competenties en leerdoelen, zowel inhoudelijk als procesmatig. Welke competenties en leerdoelen centraal staan, lees je hieronder.

Competenties
De opleiding Communicatie heeft als leidraad zes beroepscompetenties. De volgende competenties komen aan bod bij het projectonderdeel Brand X op niveau 1:

Competentie 1: Analyseren en onderzoeken
Competentie 2: Ontwikkelen van en adviseren over communicatiebeleid
Competentie 3. Plannen en organiseren
Competentie 4: Creëren en organiseren
Competentie 5: Representeren
Competentie 6: Innoveren

Overstijgende leerdoelen van CCOPPC10R1: 1.1 De student voert onder sturende begeleiding een analyse uit voor een productconcept 2.1 De student kan onder sturende begeleiding een advies formuleren voor een productconcept 3.1 De student ondersteunt in de uitvoering van een communicatiemiddel 4.1 De student creëert onder sturende begeleiding een communicatiemiddel 5.1 De student kan een productpresentatie geven 6.1 De student is in staat om onder begeleiding een innovatief productconcept te ontwikkelen Inhoudelijke leerdoelen: Na deelproject Brand X kan de student: * de huidige markt verkennen (analyseren) en daar verslag van doen * productconcept ontwikkelen voor een commercieel aantrekkelijk product * het commercieel beleid formuleren voor een nieuw te ontwikkelen product * een ontwerp maken van een verpakking met behulp van grafische software * een plan maken voor een op de opdrachtgever afgestemde productpresentatie Procesleerdoelen: In periode 1 en 2 stond er al een aantal procesdoelen centraal. Er wordt van je verwacht dat je deze procesleerdoelen beheerst. Voor Brand X gaat het om: * rapporteren (rapporteisen en bronvermelding) * vergaderen en notuleren * analyseren en aanpakken van de opdracht * presenteren Nieuwe procesdoelen voor dit project zijn: * Een creatief proces doorlopen dat leidt tot drie verschillende ideeën voor een nieuw dessert * Samenwerken/ plannen zonder gegeven weekplanning
2.2 Veronderstelde voorkennis Brand X
Voorkennis: Marketingmanagement 10 (CCOMMA10R1) periode 1; Grafische technieken (CCOGRT10R1) periode 2; Professioneel schrijven (CCOCOM14R1) periode 2, Creativiteit (CCOCRE10R1), eveneens periode 2.
2.3 Toetsing en beoordeling Brand X
Voor het projectonderdeel Brand X zie je in onderstaand overzicht welke producten er gemaakt worden en aan welke procesdoelen je werkt. Je ziet ook welke onderdelen een groepscijfer krijgen en welk onderdeel individueel beoordeeld wordt. Het cijfer voor Brand X is als volgt opgebouwd:

Product | Groep/ individueel | Weging product 80% | Verkenning van de markt | Individueel | 10 punten | Uitwerking productconcept (schriftelijk verslag) | Groep | 70 punten | Verpakking | Groep | 10 punten | Presentatie | Groep | 10 punten | Proces | Groep/ individueel | Weging proces 20% | Creatief proces | Groep | 20 punten | Samenwerken/plannen-verslag Brand X | Individueel | 40 punten | Procesbeoordeling planning door docent | Groep | 40 punten |
2.3.1 Productbeoordeling projectonderdeel Brand X
Brand X telt voor 35% mee in het eindcijfer van het project ‘Oriëntatie op communicatiemanagement’. In paragraaf 2.5 staat een omschrijving van de opdracht en de bijbehorende producten die je daarvoor moet maken.
Hoe de producten beoordeeld worden, vind je in bijlage 1, 2, 3 en 4. Daarin staat per product zo nodig ook vermeld aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om voor beoordeling in aanmerking te komen.
2.3.2 Procesbeoordeling projectonderdeel Brand X De procesbeoordeling betreft twee onderdelen. Allereerst het creatieve proces dat jullie doorlopen om tot drie verschillende ideeën voor een dessert te komen. Je past de technieken toe die je bij het vak creativiteit hebt geleerd. Jullie maken hiervan een verslag, dat een bijlage vormt van het rapport. De beoordelingscriteria van het creatieve proces staan in bijlage 6. Voor dit onderdeel kan je 20 punten halen. Het tweede procesleerdoel is samenwerken/ plannen zonder gegeven weekplanning. Na de eerste bijeenkomst maken jullie een plan van aanpak en een planning voor het hele project. Nu gaat het erom dat jullie je aan die planning houden en de planning bijstellen wanneer dat nodig is. Een goede samenwerking is daarbij vereist. Jullie leggen iedere week verantwoording af over de planning aan de begeleider. Je planning moet van dien aard zijn dat je zonder stress en laatste minutenwerk op de deadline de gevraagde producten kunt opleveren. Voor dit onderdeel zijn 80 punten te krijgen, verdeeld over een individueel Samenwerken/plannen-verslag (40 punten) en de docentbeoordeling (40 punten) Om een goede indruk te krijgen van ieders bijdrage en het proces van samenwerken/ plannen te kunnen beoordelen, vult ieder projectlid een individueel logboek in (bijlage 5) van het project en voegt dit toe als bijlage bij het rapport. Dit is een voorwaarde voor procesbeoordeling. Het volgende dat beoordeeld wordt, is het individuele Samenwerken/plannen-verslag dat jullie op de laatste projectdag (lesweek 4) inleveren. Je maakt dit na het peerassessment dat jullie op die dag houden. Voor het peerassessment vult iedereen voor zichzelf en voor de overige groepsleden de Vaardigheidsmeter Samenwerken (bijlage 7). Op basis daarvan maak je het Samenwerken/plannen-verslag dat je op dezelfde dag nog inlevert. Dit bevat twee onderdelen: a) een individueel verslag over het samenwerken in de groep op basis van de vaardigheidsmeter samenwerking. b) een individueel verslag waarin je reflecteert op het proces van plannen. De richtlijnen daarvoor en beoordelingscriteria staan in bijlage 8. Je kunt maximaal 40 punten (van de 80 punten) krijgen voor dit procesonderdeel. Als laatste beoordeelt de begeleider het proces van plannen van de groep. Dit doet hij door jullie planning, vastgelegd in een besluiten-&actielijst of een ander planningsdocument, wekelijks te volgen en jullie hierover te bevragen tijdens de bijeenkomsten. Hij beoordeelt ook of jullie de gevraagde producten op tijd, zonder al te veel stress en laatste minutenwerk inleveren. Het beoordelingsformulier van de docentenbeoordeling van het procesonderdeel samenwerken/plannen vind je in bijlage 9. Voor dit onderdeel zijn maximaal 40 punten te behalen.
2.4 Literatuur
Voor het project is de volgende literatuur voorgeschreven: * Grondslagen van de Marketing, Verhage, 7e druk.
Zorg dat altijd in ieder geval één projectlid dit boek bij zich heeft.
2.5 Opdracht Brand X
Je bent net aangenomen als marketingmedewerker bij het bureau Food Design, een marketing-verkoopbureau dat gespecialiseerd is in het ontwikkelen en introduceren van levensmiddelenconcepten. Dit bureau krijgt opdrachten vanuit de levensmiddelenindustrie, de supermarktorganisaties en de levensmiddelengroothandel (voor ‘out of home’ en instellingen).

Samen met andere medewerkers word je geplaatst in een projectgroep om te werken aan een productconcept voor een nieuw dessert. Een bekende producent van levensmiddelen die groot is geworden met toetjes, wil koste wat het kost zijn positie als marktleider behouden. Innovatie is het toverwoord, het is weer tijd voor een nieuw toetje!
Bij jouw projectgroep ligt de uitdaging om met een nieuw productconcept te komen.
De marketingmanager verwacht: 1. Een individuele marktverkenning: voor de eerste projectbijeenkomst moet iedereen individueel de markt verkend hebben: naast cijfermatige gegevens van de markt moet je moet een duidelijk beeld hebben wat er allemaal al te koop is; hoe groot de markt is in cijfers; voor wie; welke nieuwe ontwikkelingen en dessertproducten er zijn en op welke behoefte er ingespeeld wordt; welke trends er zijn op het gebied van eten/ voeding en met name desserts. Eisen aan dit verslag: er moet sprake zijn van zowel field- als deskresearch (dat betekent dat je echt erop uit moet, bijvoorbeeld naar de supermarkt); de kern van het rapport moet minimaal twee A-4 tekst bevatten. Zie voor de beoordelingscriteria bijlage 1. 2. Een verslag van een eerste creatieve sessie die je met je projectgroep houdt. Je gebruikt minimaal twee creatieve divergerende technieken en daarna de COCD-box om uiteindelijk drie ideeën te kunnen selecteren. Deze drie ideeën werk je iets verder uit: maak elk idee echt creatief, vernieuwend (wat is de innovatieve, toegevoegde waarde), realistisch en uitvoerbaar. Daarna bepaal je welk idee je daadwerkelijk gaat gebruiken voor je Brand X. Maak van dit creatieve proces een verslag. Leg het resultaat van je brainstorm en de COCD-box vast op een foto en voeg die toe aan het verslag. Dit verslag komt uiteindelijk in de bijlage van je rapport over Brand X. Zie voor de beoordelingscriteria bijlage 6. 3. Een rapport met de uitwerking van het productconcept met onder andere de volgende elementen: * de omschrijving van het idee achter het definitieve product en de toegevoegde waarde voor de afnemer; * een degelijke, uitgebreide omschrijving van de gekozen doelgroep; * een korte omschrijving van de te volgen marketingstrategie en de gewenste positionering van het product; * voorstel t.a.v. de uitwerking van de in dit geval meest relevante aspecten van het productbeleid (hierbij moet in ieder geval aandacht besteed worden aan de producteigenschappen, de gekozen merknaam en de verpakking.); * voorstel t.a.v. de gekozen prijsstelling; * voorstel voor promotieactiviteiten de productintroductie ondersteunen; * korte uitleg over de manier waarop het product gedistribueerd gaat worden.
Zie voor de beoordelingscriteria bijlage 2. 4. Een complete uitwerking van het verpakkingsontwerp. Zie voor de beoordelingscriteria bijlage 3. 5. Een zogenaamde ‘pitch’ van minimaal 5 en maximaal 10 minuten waarin jullie projectgroep de resultaten aan de marketingmanager en de opdrachtgever presenteert. Zie voor de beoordelingscriteria bijlage 4.
Deadlines
Onderdeel 1: Iedereen levert dit individuele verslag in bij aanvang van de eerste projectbijeenkomst.
Onderdelen 2 tot en met 5 zijn bij aanvang van de les van de laatste week van dit project, lesweek 4 (maandag 11 of dinsdag 12 maart) gereed.
2.6 Urenverantwoording Brand X (1,5 ECT) Projectonderdeel Brand X | Activiteit | Uren | Weken | Totaal | Voorbereiding | 1 | 1 | 1 | PO-bijeenkomsten | 2 | 4 | 8 | Uitvoeren taken | 8 | 4 | 32 | Voorzitter/ notulist | 1 | 1 | 1 | | | | 42 |

3. Projectonderdeel Event Y

Het project Event Y is gekoppeld aan het kernvak communicatiemanagement. Dit project loopt van kalenderweek 12 tot en met 15.
In de volgende paragrafen tref je informatie aan over de competenties en leerdoelen van dit project, de veronderstelde voorkennis, de toetsing en beoordeling van zowel product als proces, benodigde literatuur, de opdrachtomschrijving en de urenverantwoording van project Event Y.
3.1 Competenties en leerdoelen Event Y
Door het project Event Y uit te voeren, werk je aan de ontwikkeling van een aantal competenties en leerdoelen, zowel inhoudelijk als procesmatig. Welke competenties en leerdoelen centraal staan, lees je hieronder.

Competenties
De opleiding Communicatie heeft als leidraad zes beroepscompetenties. De volgende competenties komen aan bod bij het projectonderdeel Event Y op niveau 1:

Competentie 1: Analyseren en onderzoeken
Competentie 2: Ontwikkelen van en adviseren over communicatiebeleid
Competentie 3. Plannen en organiseren
Competentie 4: Creëren en organiseren
Competentie 5: Representeren
Competentie 6: Innoveren

Overstijgende leerdoelen van CCOPPC10R1: 1.1 De student voert onder sturende begeleiding een analyse uit voor een concept voor een evenement en het daarbij behorende communicatieplan 2.1 De student kan onder sturende begeleiding een advies formuleren voor een concept voor een evenement en het daarbij behorende communicatieplan 3.1 De student ondersteunt in de uitvoering van een communicatiemiddel 4.1 De student creëert onder sturende begeleiding een communicatiemiddel 5.1 De student kan een presentatie geven over een idee voor een communicatieplan 6.1 De student is in staat om onder begeleiding een innovatief concept voor een evenement en een communicatieplan te ontwikkelen Inhoudelijke leerdoelen: Na deelproject Event Y kan de student: * een evenementvoorstel maken; * een operationeel communicatieplan voor een communicatieproject opstellen; * communicatiemiddelen ontwikkelen en teksten daarvoor redigeren en beoordelen. Procesleerdoelen: In periode 1 en 2 stond er al een aantal procesdoelen centraal. Er wordt van je verwacht dat je deze procesleerdoelen beheerst. Voor Event Y gaat het om: * Rapporteren (rapporteisen en bronvermelding) * Vergaderen en notuleren * Analyseren en aanpakken van de opdracht * Presenteren Het procesdoel dat bij Event Y getoetst wordt, is : * Samenwerken en plannen zonder gegeven weekplanning
3.2 Veronderstelde voorkennis Event Y
Vakinhoudelijk: Inleiding Communicatie (CCOICM10R1) en Grafische technieken (CCOGRT10R1)
Algemene beroepsvaardigheden: Vergaderen en notuleren, periode 1 (onderdeel van het Project Oriëntatie op de communicatie (CCOPPA10R1), Professioneel schrijven, periode 2 (CCOCOM14R1) en Creativiteit, eveneens periode 2 (CCOCRE10R1).
3.3 Toetsing en beoordeling Event Y
Voor het projectonderdeel Event Y zie je in onderstaand overzicht welke producten er gemaakt worden en aan welke procesdoelen je werkt. Je ziet ook welke onderdelen een groepscijfer krijgen en welk onderdeel individueel beoordeeld wordt. Het cijfer voor Event Y is als volgt opgebouwd:

Product | Groep/ individueel | Weging product 90% | Evenementvoorstel | Groep | 10 punten | Communicatieplan (schriftelijk verslag) | Groep | 50 punten | Uitwerking communicatie-middelen (direct mailing; website, filmpje) | Groep | 30 punten | Presentatie | Groep | 10 punten | Proces | Groep/ individueel | Weging proces 10% | Samenwerken/plannen-verslag Event Y | Individueel | 50 punten | Procesbeoordeling planning door docent | Groep | 50 punten |
3.3.1 Productbeoordeling projectonderdeel Event Y
Event Y telt voor 35% mee in het eindcijfer van het project ‘Oriëntatie op communicatiemanagement’.
De beoordeling van de producten vind je in bijlage 10, 11 en 12. Daarin staat ook vermeld aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om voor beoordeling in aanmerking te komen.
3.3.2 Procesbeoordeling projectonderdeel Event Y Net als bij Brand X maken jullie een plan van aanpak en een planning voor het hele project. Nu gaat het er weer om dat jullie je aan die planning houden en de planning bijstellen wanneer dat nodig is. Een goede samenwerking is daarbij vereist. Jullie leggen iedere week verantwoording af over de planning aan de begeleider. Je planning moet van dien aard zijn dat je zonder stress en laatste minutenwerk op de deadline de gevraagde producten kunt opleveren. Om een goede indruk te krijgen van ieders bijdrage en het proces van samenwerken/ plannen te kunnen beoordelen, vult ieder projectlid een individueel logboek in (bijlage 5) en voegt dit toe als bijlage bij het rapport. Dit is een voorwaarde voor de procesbeoordeling. De beoordeling van het onderdeel samenwerken /plannen zonder gegeven weekplanning komt tot stand door : * de beoordeling van het samenwerken/plannen-verslag Event Y (zie voor criteria bijlage 13). (50%) * de beoordeling van het planningsproces door de begeleider (zie bijlage 9). (50%)
3.4 Literatuur
Voor het project is de volgende literatuur voorgeschreven: * Communicatieplanner, W. Michels, derde druk (2012).
Zorg dat altijd in ieder geval één projectlid dit boek bij zich heeft.

Aanbevolen literatuur * Essentie van communicatie, W.J. Michels * Communicatiekunde, D. van Osch en A. van Doorn * Professionele bedrijfscommunicatie, Handboek voor tekstschrijvers. H. van Ommen, E. van Kuppenveld en H. Frijlink * Werkboek Communicatie 2012-2013, Persbericht en direct mailing (n@tschool)
Organiseren van evenementen: * Evenementenorganisatie, drs H. van der Velden * Te kijk staan, Mariët Herlé * Check-mate Bedrijfscommunicatie, Hans Aerssens * Zo organiseer je een event, Roel Grit en Marco Gerritsma
3.5 Opdracht Event Y
Obesitas is het probleem van de toekomst. Nu meer dan de helft van de Nederlandse volwassenen en één op de zeven kinderen kampt met overgewicht, is het voor bijna iedereen van belang meer te weten over de oorzaken en gevolgen. Want overgewicht is naast een persoonlijk probleem ook een maatschappelijk probleem. Ja, we eten meer dan we nodig hebben en we bewegen minder dan goed voor ons is.

De ziektekostenverzekeraars zijn zich inmiddels goed bewust van de omvang van het probleem: nu, maar vooral in de toekomst. Obesitas is schadelijk voor de gezondheid en dat leidt weer tot hogere ziektekosten. Als we de gezondheidszorg betaalbaar willen blijven houden, moet er iets gebeuren.
Vandaar dat de brancheverzekering Zorgverzekeraars Nederland (ZN) nu actie wil: er moet nog meer aan bewustwording en preventie gedaan worden. Iedereen die wat zou kunnen doen aan het bestrijden van overgewicht, moet zich daar ook verantwoordelijk voor gaan voelen en in actie komen. Dat geldt voor degenen die zelf al wat kilo’s meer wegen dan gezond is en voor degenen die in de toekomst overgewicht kunnen ontwikkelen. Maar die verantwoordelijkheid ligt ook bij de gemeentelijke overheden, die dit onderwerp tot een speerpunt van hun beleid kunnen maken, of bij de scholen, snoepfabrikanten, supermarkten, sportverenigingen, buurtcomités, huisartsen, ziekenhuizen enz.
Naast een landelijke communicatiecampagne wil ZN de boodschap op een andere, meer indringende manier bij de mensen brengen.
En dan kom jij in beeld. Je bent als een van de tien bureaus uitgenodigd door het bestuur van ZN om met een voorstel te komen voor een event. Je opdracht is: creëer bewustwording en zet aan tot actie, gericht op preventie (beweeg meer, eet minder). Je kiest zelf je doelgroep en het doel. Je moet dit doel bereiken met behulp van een event dat door je doelgroep bezocht wordt.
Dit event mag je zelf vorm geven. Het kan variëren van een symposium voor schoolleiders, een kennismarkt over overgewicht voor lokale organisaties, een uitwisseling van ervaringen met preventieve activiteiten voor gemeenten, het opnieuw leren buitenspelen voor de leerlingen van de basisschool, tot en met het promoten van ‘fiets op/ naar je werk’ door middel van een lokale fietsdag, maar er is nog veel meer mogelijk, je mag het zelf bedenken.
Dit event moet door minstens 50 mensen bezocht worden, maar als je bijvoorbeeld een strandevenement organiseert waar je laat zien hoe leuk en goed strand- en watersport is, dan mogen er ook 1000 bezoekers komen. Dat hangt af van je doel, de inhoud van je event, je boodschap en je doelgroep.
Wat er concreet van jouw bureau verwacht wordt is dat jullie op de laatste projectdag (maandag 8 of dinsdag 9 april) samen met de andere bureaus jullie plan presenteren.
Dit moet bestaan uit de volgende onderdelen: 1) Een evenementvoorstel met omschrijving van het idee voor het event: voor welke doelgroep willen jullie een event organiseren en hoe ziet dit event eruit? Eisen aan het event zijn dat er minstens 50 gasten moeten komen. Waarom is jullie event leuk, aantrekkelijk en motiverend voor jullie doelgroep? Zijn de bezoekers na het event zich bewust van de risico’s van overgewicht en komen ze in actie? De voorzitter verwacht dat jullie een creatieve invulling aan het event geven: het moet een uitnodigende en uitdagende bijeenkomst worden. Je mag zelf aangeven hoeveel het evenement gaat kosten en of je de deelnemers een bijdrage laat betalen. 2) Een operationeel communicatieplan met alles erop en eraan. Het is jullie taak een doordacht plan te maken dat ervoor zorgt dat jullie evenement goed bezocht wordt door jouw doelgroep. Na een grondige analyse, uitgebreide doelgroepomschrijving en concrete formulering van de communicatiedoelstellingen, maak je een weloverwogen middelenkeuze. Onderdelen daarvan zijn in ieder geval een inhoudsopgave, de homepage en de pagina met het programma van de website voor het event, een kort filmpje waarin jullie aan de doelgroep uitleggen waarom zij dit event niet mogen missen en een direct mailing. Verder laat de het bestuur van ZN de keuze van de overige middelen graag aan jullie over. Een planning en begroting horen er natuurlijk ook bij, evenals een plan voor de evaluatie achteraf.

ZN heeft een flinke subsidiepot. Als er een goed onderbouwd plan ligt, mag je daar aanspraak op maken. Maar dan moet je wel goed kunnen uitleggen hoeveel geld je nodig hebt en waaraan je dat wilt besteden. En hoeveel mensen je met het event maar ook met de communicatie daarom heen gaat bereiken en hoeveel impact de boodschap op deze mensen zal hebben.

Aanstaande maandag of dinsdag is een van de bestuursleden van ZN aanwezig om tijdens een projectvergadering eventuele vragen over de opdracht te beantwoorden. Deskundig op het gebied van het organiseren en promoten van events zijn de bestuursleden echter absoluut niet. Daarom schakelt ZN juist jouw bureau in. Je aanvaardt maar wat graag deze uitdaging. Iedere opdracht is welkom, in deze tijden. Je informeert je teamleden en zegt dat je ze dinsdagmorgen - geheel voorbereid - verwacht. Je wil ook dat ze een lijstje met vragen voor de opdrachtgever opstellen. Het is van belang dat hij/ zij een goede indruk van het bureau krijgt!

In de bijlagen vind je de beoordelingscriteria van de gevraagde producten: * het evenementvoorstel (bijlage 10) * het communicatieplan (bijlage 11) * de communicatiemiddelen (website, direct mailing, filmpje) (bijlage 12) * de presentatie (bijlage 4)

De deadline voor deze producten is de maandag of dinsdag van de laatste projectweek, bij het begin van de presentaties.

3.6 Urenverantwoording Event Y (1,5 ECT) Projectonderdeel Event Y | Activiteit | Uren | Weken | Totaal | Voorbereiding | 1 | 1 | 1 | PO-bijeenkomsten | 2 | 4 | 8 | Uitvoeren taken | 8 | 4 | 32 | Voorzitter/ notulist | 1 | 1 | 1 | | | | 42 |

4. Projectonderdeel Doelgroepgericht schrijven (individuele opdracht)

Een onderdeel van het projectonderwijs is Doelgroepgericht schrijven. In deze periode schrijf je een advertorial.
4.1 Competenties en leerdoelen
Binnen het projectonderdeel ‘Doelgroepgericht schrijven’ bestudeer je wat een advertorial is, analyseer je praktijkvoorbeelden en je schrijft zelf een advertorial. Welke competenties en welk leerdoel hierbij centraal staan, lees je hieronder.

Competenties
De opleiding Communicatie heeft als leidraad zes beroepscompetenties. Bij het projectonderdeel ‘Doelgroepgericht schrijven’ werk je aan

Competentie 1: Analyseren en onderzoeken
Je gaat opzoek naar relevante informatie over (het schrijven van advertorials ). Competentie 4: Creëren en organiseren
Je vervaardigt aan de hand van de gevonden onderzoeksresultaten en de resultaten van het interview een communicatiemiddel, namelijk een advertorial.

Overstijgend leerdoel
4.1 De student creëert onder sturende begeleiding een communicatiemiddel

Inhoudelijke leerdoelen
Het ontwikkelen van vaardigheden die van belang zijn voor het ontwikkelen en beoordelen van communicatiemiddelen, in dit geval een advertorial.

Procesleerdoel:
Aan het eind van deze periode is de student in staat om: * Op een efficiënte manier relevante informatie te verzamelen, kritisch te beoordelen en te gebruiken bij het produceren van communicatiemiddelen.
4.2 Voorkennis
Communicatietechnieken in periode 2: Professioneel schrijven (CCOCOM14R1); Grafische technieken (CCOGRT10R1).
4.3 Literatuur
Voor het project is de volgende literatuur aanbevolen: - M. Klein en M. Visser, Praktische cursus nieuwe spelling. Vijfde druk.
- H. van Ommen, E. van Kuppenveld en H. Frijlink, Professionele bedrijfscommunicatie, Handboek voor tekstschrijvers. Vijfde druk.
- W.A.C. Verdaasdonk en G.H.J. ten Berge, Wisselwerk, Snel beter schrijven op hbo-niveau.

4.4 De schrijfopdracht
Een advertorial is een (tekst)advertentie die qua opmaak sterk lijkt op een redactioneel artikel. De term ‘advertorial’ is afkomstig van het samen vallen van ‘advertisement’ en ‘editorial’. Voor een lezer is het niet direct duidelijk dat het om een betaald bericht gaat.
Advertorials zijn zo geschreven dat ze passen in formule van de uitgave waarin ze worden geplaatst: ze lijken op wat de redactie zelf vormgeeft. In tegenstelling tot advertenties is het taalgebruik neutraal. De kunst van de advertorial is om wervend te zijn, zonder veel aanprijzen.
Een voordeel van een advertorial is dat de effectiviteit over het algemeen hoger ligt dan bij standaard advertenties. Lezers willen advertenties nogal eens overslaan, advertorials herkennen ze niet zo snel als reclame.
Om verwarring met redactionele artikelen te voorkomen moet de advertorial aan bepaalde voorwaarden voldoen. Advertorials komen voor in kranten, tijdschriften, huis-aan-huis-bladen en in sponsored magazines als TIP en Allerhande. Tegenwoordig worden advertorials uiteraard ook online toegepast.

Opdracht
Maak in Indesign een advertorial van het product dat jullie bij het project Brand X op de markt willen brengen. De advertorial moet geplaatst worden in een bestaand printmedium. De advertorial moet voldoen aan de voorwaarden die het medium hieraan stelt. Als dit medium geen voorwaarden stelt, ga dan op zoek naar voorwaarden die door een ander medium worden gehanteerd en pas deze toe. Je mag in de advertorial ontbrekende informatie zelf toevoegen.

De opdracht bestaat uit zes onderdelen: 1. Beschrijf op twee pagina’s in eigen woorden waaraan opmaak en inhoud van advertorials moeten voldoen. Je raadpleegt minimaal drie verschillende bronnen, waarvan minstens één schriftelijke. Knippen en plakken van informatie is dus niet de bedoeling! Vermeld steeds uit welke bron je informatie komt. Gebruik hiervoor voetnoten en verwijs daarin naar de literatuurlijst.

2. Zoek drie advertorials uit verschillende printmedia (dus niet van internet!) en beoordeel deze in 250 à 300 woorden. Vermeld waar je ze hebt gevonden (titel en verschijningsdatum). De voorbeelden mogen niet ouder zijn dan een half jaar. Is de advertorial afgestemd op de doelgroep van het medium. Waar blijkt dat uit? Valt de advertorial op tussen de redactionele teksten? Vind je het een wel of geen goede advertorial en waarom? Tel het aantal woorden en zet dat onder elke beoordeling.

3. Beantwoord de volgende vragen over jouw de advertorial in de paragraaf Toelichting: * Wie is de doelgroep? * In welk printmedium wordt je advertorial geplaatst? Beargumenteer je keuze. * Welke voorwaarden hanteert het medium ten aanzien van advertorials? * Wat is het formaat van je advertorial? * Wat is je doel? * Neem de vragen over je publiek over uit Wisselwerk ( hoofdstuk 1.2) en beantwoord deze. * Hoe ziet je structuur / bouwplan eruit? * Waarom heb je voor de opgenomen illustraties gekozen? Wat voegen ze toe aan de boodschap? * Voor welke tekst/beeldverhouding heb je gekozen en waarom? Geef verdere uitleg over de gekozen lay-out. Leg uit in hoeverre de advertorial lijkt op het redactionele gedeelte van het printmedium. Voeg drie pagina’s redactionele tekst van het printmedium toe als bijlage.

4. Ontwerp de advertorial in Indesign en plaats hierin de definitieve tekst. (Want als het goed is, past de advertorial en klopt de verhouding, dat beoordelen we.)

5. Feedback door klasgenoot + jouw reactie daarop. Vraag iemand uit je eigen groep feedback te geven op: * Jouw toelichting op je advertorial * Jouw tekst aan de hand van de vijf eisen van zakelijke communicatie. * De illustraties die je hebt gebruikt en de lay-out.
Je klasgenoot beantwoordt als conclusie de vraag: behaalt de schrijver met deze advertorial het doel dat hij/zij zichzelf heeft gesteld?
Gebruik voor de feedback het feedbackformulier in bijlage 14.

Voeg de feedback toe aan je rapport en schrijf erbij van wie die is. Schrijf ook erbij aan wie je feedback gegeven hebt.

6. Je reactie op de feedback van je klasgenoot (wat je vindt van het oordeel van je klasgenoot; welke adviezen heb je overgenomen en welke niet; waarom niet?) en de eindversie van de advertorial.
4.5 Planning Week | Onderdeel | Onderwerp | 1 | 1 | bestuderen theorie en samenvatten, voorbeelden zoeken | 2 | 2 | beoordelen advertorials | 3 | 3 | voorbereiding eigen advertorial | 4 | 4 | ontwerpen/schrijven advertorial | 5 | 5 | feedback geven op advertorial groepsgenoot | 6 | 6 | reageren op feedback, definitieve versie maken | 7 | inleveren | inleveren opdracht uiterlijk dinsdag 2 april, 12.00 uur | 8 | opdracht terug | dinsdag 9 april krijgen jullie je rapport met cijfer terug | 9 | herkansing | Inleveren op uiterlijk dinsdag 16 april, 12.00 uur |
4.6 Beoordeling en procedure
Het cijfer van projectonderdeel ‘Doelgroepgericht schrijven’ draagt voor 30% bij aan het eindcijfer van het Project ‘Oriëntatie op communicatiemanagement’. Het beoordelingsformulier van dit projectonderdeel vind je in Bijlage 15. Bij het beoordelingsformulier staan ook de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een beoordeling. Wanneer het rapport onvoldoende gemaakt is of niet voldoet aan de voorwaarden en dus niet is beoordeeld, kan het rapport op uiterlijk dinsdag 16 april ingeleverd worden als herkansing.

Om voor beoordeling in aanmerking te komen moet er voldaan worden aan de volgende eisen: * alle onderdelen genoemd bij 4.4 moeten worden ingeleverd en deze moeten voldoen aan de beschreven eisen; * het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 4 – Rapporteren; * het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 5 – Bronvermelding; * het rapport op tijd op n@tschool worden ingeleverd (op tijd betekent op dinsdag 2 april, om 12.00 uur) .
4.7 Literatuur
Voor het project is de volgende literatuur aanbevolen: - M. Klein en M. Visser, Praktische cursus nieuwe spelling. Vijfde druk.
- H. van Ommen, E. van Kuppenveld en H. Frijlink, Professionele bedrijfscommunicatie, Handboek voor tekstschrijvers. Vijfde druk.
- W.A.C. Verdaasdonk en G.H.J. ten Berge, Wisselwerk, Snel beter schrijven op hbo-niveau.
4.8 Urenverantwoording

Urenverantwoording projectonderdeel Doelgroepgericht schrijven: advertorial | Uren | * literatuur raadplegen * voorbeelden advertorials verzamelen * verzamelde advertorials beoordelen | 10 | * advertorial ontwerpen/schrijven | 11 | * geven van feedback | 3 | * beoordelen van feedback * herschrijven opdracht | 4 | Totaal | 28 |

5. Marketingmanagement 14 (CCOMMA11R1)

Binnen deze periode krijg je met twee kernvakken te maken: marketing- en communicatiemanagement. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van het vak marketingmanagement (CCOMMA11R1)
5.1 Algemene beschrijving vakgebied
Binnen het kernvak marketingmanagement (CCOMMA11R1) wordt bestudeerd hoe vorm wordt gegeven aan de marketing-mix van een onderneming.
5.2 Veronderstelde voorkennis
In dit kernvak wordt voortgebouwd op het kernvak Marketing uit periode 1 (CCOMMA10R1). Uitgangspunt is dat de student een basiskennis heeft met betrekking tot het vakgebied marketing.
5.3 Competenties
Binnen dit kernvak komen de volgende competenties aan de orde:
Competentie 1: probleemsignalering/probleemformulering
Competentie 3: beleidsontwikkeling
5.4 Leerdoelen
Het overstijgend leerdoel voor deze cursus is: * De student kan eenvoudige marketing methodes toepassen en kan eenvoudige analyses maken van doelgroep, doelstelling en inzet communicatiemix
Na afloop van het kernvak marketingmanagement kan de student: * de verschillende onderdelen van de marketingmix uitvoerig beschrijven; * de beslissingen die genomen zijn binnen het marketingbeleid, beargumenteren en onderbouwen.
5.5 Literatuur
Bij dit kernvak wordt gebruik gemaakt van: * Grondslagen van de marketing, B.J. Verhage, 7e druk
5.6 Presentieplicht
Tijdens deze colleges is er een creditregeling van toepassing. De opdrachten die horen bij deze regeling worden aangeboden tijdens de colleges.
5.7 Toetsing en beoordeling
Toetsing van deze module vindt plaats door middel van een schriftelijk tentamen. De stof van het tentamen bestaat uit de voorgeschreven literatuur en de collegeaantekeningen.

Tijden de lessen worden creditopdrachten aangeboden, waarmee 1 punt voor het tentamen behaald kan worden (met een tentamen zijn 10 punten te behalen). Om dit punt te verdienen moet je minimaal 5 van de 6 opdrachten voldoende gemaakt hebben. Als je gebruik maakt van deze creditopdrachten maak je een verkort tentamen. De behaalde creditpunten zijn alleen geldig in de periode waarin zij behaald zijn. Bij een herkansing in een volgende periode vervallen de punten en maak je een volledig tentamen.

De aangegeven literatuur, collegedictaten, cases, opdrachten en uitgedeeld materiaal behoren tot de te bestuderen stof voor zowel de creditopdrachten en het tentamen.
5.8 Weekplanning
Bij het kernvak marketingmanagement staan de volgende bijeenkomsten gepland.

Week 1. Marketingcommunicatiestrategie |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Marketingcommunicatiestrategieën (Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 9)
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 1.1 | Omschrijven wat marketingcommunicatie omvat; | 1.2 | Een communicatiedoelgroep omschrijven, rekening houdend met het tweestapsmodel van het communicatieproces; | 1.3 | Communicatiedoelstellingen formuleren met behulp van het AIDA- en het hiërarchie-van-effectenmodel; | 1.4 | Verschillende methoden beschrijven om het promotiebudget te bepalen; | 1.5 | Een optimale samenstelling van een communicatiemix bepalen; |

Voorbereiding voor bijeenkomst 2
Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 10 Reclame

Week 2. Reclame |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Welke rol spelen reclame en sponsoring binnen een marketingcommunicatiestrategie?
Creditopdracht:
* In groepjes werk je aan creditopdracht 1
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 2.1 | De rol van reclame in het bedrijfsleven beschrijven; | 2.2 | Een onderscheid maken tussen verschillende typen reclame; | 2.3 | Zinvolle reclame doelstellingen formuleren; | 2.4 | Beschrijven uit welke stappen campagneontwikkeling bestaat; | 2.5 | De juiste criteria hanteren bij mediaselectie; | 2.6 | De veel gebruikte vormen van reclame- en mediaonderzoek toelichten; | 2.7 | Beschrijven wat de functie van sponsoring in de marketingcommunicatie is. |
Voorbereiding voor bijeenkomst 3
Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 11 Salesmanagement

Week 3. Persoonlijke verkoop, direct marketing en Salespromotie |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Hoe passen persoonlijke verkoop, direct marketing en salespromotie binnen een marketingcommunicatiestrategie?
Creditopdracht:
* In groepjes werk je aan creditopdracht 2
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 3.1 | Verschillende typen verkopers onderscheiden; | 3.2 | Systematisch een verkooppresentatie opbouwen; | 3.3 | Diverse systemen voor een effectieve organisatie van de buitendienst beschrijven; | 3.4 | Verschillende methoden van werving, training en motivatie van verkopers beschrijven; | 3.5 | De voornaamste direct-marketingtechnieken beschrijven; | 3.6 | De voornaamste vormen van sales-promotions beschrijven. |

Voorbereiding voor bijeenkomst 4
Te bestuderen voor college:
Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 12 Prijsbeleid en Prijsbepaling §12.1 t/m §12.6 Week 4. Prijsbeleid |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Welke factoren spelen een rol bij het prijsbeleid?
Creditopdracht:
* In groepjes werk je aan creditopdracht 3
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 4.1 | Beschrijven welke factoren van invloed zijn op de prijsbepaling; | 4.2 | Beschrijven wat de betekenis is van de vraagcurve voor het prijsbeleid; | 4.3 | Een keuze maken uit twee alternatieve prijsstrategieën voor nieuwe producten;Break-even-analyse | 4.4 | Prijsdoelstellingen ontwikkelen |

Voorbereiding voor bijeenkomst 5
Te bestuderen voor college:
Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 12 Prijsbeleid en Prijsbepaling §12.7 t/m §12.8

Week 5. Prijsbepaling |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Van welke methoden kun je gebruik maken om een prijs te bepalen?
Creditopdracht:
* In groepjes werk je aan creditopdracht 4
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 5.1 | Verschillende elasticiteiten; | 5.2 | Prijs en marktvorm; | 5.3 | Psychologie en prijs; elasticiteiten. |

Voorbereiding voor bijeenkomst 6
Te bestuderen voor college:
Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 13 Distributiebeleid

Week 6. Distributiebeleid |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Welke methoden bestaan er voor het vaststellen van de verkoopprijs?
Creditopdracht:
* In groepjes werk je aan creditopdracht 5
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 6.1 | Aangeven welke factoren de kanaalkeuze beïnvloeden; | 6.2 | Verschillende distributiekengetallen berekenen en interpreteren; | 6.3 | Criteria voor de selectie en evaluatie; | 6.4 | De verschillende vormen van groothandel beschrijven. |

Voorbereiding voor bijeenkomst 7
Te bestuderen voor college:
Grondslagen van de marketing: hoofdstuk 14 Detailhandel

Week 7. Distributiebeleid en Detailhandel |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Welke ontwikkelingen spelen in de detailhandel?
Creditopdracht:
* In groepjes werk je aan creditopdracht 6
Leerdoelen:
| Na dit college kan de student: | 7.1 | Verschillende detailhandelsvormen beschrijven; | 7.2 | De aantrekkelijkheid van e-commerce voor een bedrijf beoordelen; | 7.3 | Verschillende samenwerkingsvormen in de handel toelichten; | 7.4 | Beschrijven wat trade marketing en accountmanagement inhouden. |

Voorbereiding voor bijeenkomst 8
Te bestuderen voor college:
Grondslagen van de marketing: alle hoofdstukken van deze periode

8. Proeftentamen |
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op de volgende vraag: * Alle vragen uit de voorafgaande colleges / Creditopdracht: n.v.t. * Het proeftentamen dat je op Natschool terug kunt vinden, wordt behandeld.

6. Communicatiemanagement (CCOCMA10R1)
Het andere kernvak van deze periode is communicatiemanagement. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van dit vak (CCOMMA11R1)
6.1 Algemene beschrijving vakgebied
Binnen het kernvak communicatiemanagement (CCOCMA10R1) houd je je bezig met het plannen van communicatieprocessen. Die processen spelen zich af op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Alle niveaus worden bij dit kernvak behandeld, de nadruk ligt echter op het tactische niveau.
6.2 Veronderstelde voorkennis
Binnen het kernvak communicatiemanagement (CCOCMA10R1) houd je je bezig met het plannen van communicatieprocessen. Die processen spelen zich af op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Alle niveaus worden bij dit kernvak behandeld, de nadruk ligt echter op het tactische niveau.
6.3 Competenties
De competenties die aan deze module zijn gekoppeld, zijn:
- Competentie 1 Analyseren en onderzoeken;
- Competentie 2 Ontwikkelen van en adviseren over communicatiebeleid.
Deze competenties zijn vertaald naar leerdoelen (zie 6.4).
6.4 Leerdoelen
De overstijgende leerdoelen van deze module zijn: 1. De student kan onder sturende begeleiding een analyse uitvoeren m.b.t. een communicatieprobleem; 2. De student kan op gestructureerde wijze communicatie als beleidsinstrument inzetten.

Hieronder worden de algemene leerdoelen van het vak communicatiemanagement aan de orde gesteld.

Na het volgen van het kernvak Communicatiemanagement kan de student: * een beschrijving geven van het begrip communicatiemanagement (bijeenkomst 1) * de verschillende niveaus van beleidsvorming benoemen en de rol van communicatie binnen deze niveaus tot uitdrukking brengen. (bijeenkomst 1); * de verschillende beleidsinstrumenten onderscheiden (bijeenkomst 1); * de vier verschillende fasen van een beleidsproces beschrijven (bijeenkomst 1); * de rol van communicatie als beleidsinstrument beschrijven (bijeenkomst 1); * een SWOT-analyse uitvoeren voor een tactisch communicatieplan (bijeenkomst 2); * de relatie leggen tussen de functionele gebieden en communicatieplannen op tactisch niveau (bijeen-komst 2); * een analyse uitvoeren voor een strategisch, tactisch en operationeel communicatieplan (bijeenkomst 2); * de onderdelen van een basiscommunicatieplan, concerncommunicatieplan, marketingcommunicatieplan en intern communicatieplan benoemen en invullen (bijeenkomst 2 t/m 6); * beknopt onderzoek uitvoeren naar relevante aspecten binnen de analyse (bijeenkomst 3) * op basis van de analyse een communicatiedoelstelling formuleren, een communicatiedoelgroep beschrijven (bijeenkomst 4), de strategie en boodschap vaststellen (bijeenkomst 5) en een mix van middelen samenstellen (bijeenkomst 6); * de wijze waarop je binnen een plan gebruik kan maken van free publicity, in kaart brengen (bijeen- komst 6);. * een communicatieplan uitwerken in concrete producten (bijeenkomst 6);
Bovenstaande leerdoelen worden bij de weekplanning verder uitgewerkt.

6.5 Literatuur
Voor het kernvak communicatiemanagement is de volgende literatuur voorgeschreven: * Communicatieplanner, W. Michels, derde druk (2012), ISBN 978-90-01-80780-1
6.6 Presentieplicht
Voor de colleges communicatiemanagement geldt geen aanwezigheidsverplichting.
6.7 Toetsing en beoordeling
Toetsing van deze module vindt plaats door middel van een schriftelijk tentamen.
6.8 Weekplanning
Bij het kernvak marketingmanagement staan de volgende bijeenkomsten gepland.

-------------------------------------------------
1. Communicatiemanagement: beleid en basisplan
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * Het begrip communicatiemanagement * Beleidsprocessen en –niveaus * Beleidsinstrumenten * De onderdelen van het basiscommunicatieplan en de samenhang daartussen
Leerdoelen:
Na dit college kan de student:
1.1 de functie en het belang van communicatie voor een organisatie uitleggen (organisationele communicatie);
1.2 hierbinnen het belang van concerncommunicatie, interne communicatie en marketingcommunicatie onderscheiden;
1.3 de plaats van communicatie binnen een organisatie bepalen;
1.4 het begrip communicatiemanagement beschrijven;
1.5 de fasen in een beleidsproces (beleidscyclus) beschrijven;
1.6 de beleidsinstrumenten benoemen;
1.7 de verschillende niveaus van beleidsvorming onderscheiden;
1.8 aangeven of communicatie als beleidsinstrument ingezet moet worden;
1.9 de onderdelen van een basiscommunicatieplan noemen en de samenhang tussen de onderdelen beschrijven. Te bestuderen voor college:
De case: Pesten (op natschool)
De Inleiding van Communicatieplanner

-------------------------------------------------
2. Communicatiemanagement: de analyse (BC, IC, CC, MC)
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * Tactische communicatieplannen: beleidsvorming op het niveau van de functionele toepassingsgebieden. * De analyse van een strategisch, tactisch en operationeel plan. * Het uitvoeren van een SWOT-analyse.
Leerdoelen:
Na dit college kan de student:
2.1 de functionele toepassingsgebieden binnen concerncommunicatie onderscheiden;
2.2 de elementen binnen de interne en externe analyse beschrijven;
2.3 een SWOT-analyse uitvoeren.

Te bestuderen voor college:
Communicatieplanner: H1: intro, stap 1, 2, 3 H2: intro, stap 1, 2, 3 H3: intro, stap 1-4 H4: intro, stap 1

-------------------------------------------------
3. Het communicatieplan: onderzoek
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * Het belang van onderzoek voor een communicatieplan * Het opstellen van een onderzoeksplan * Verschillende soorten onderzoek * Verwerken van de resultaten uit het onderzoek * Uitvoeren van een onderzoek

Leerdoelen:
Na dit college kan de student:
3.1 het belang van onderzoek voor een communicatieplan aangeven;
3.2 een onderzoeksplan opstellen;
3.3 het verschil uitleggen tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek en desk- en fieldresearch;
3.4 een beknopt desk- en fieldresearch uitvoeren;
3.5 de resultaten uit het onderzoek verwerken tot bruikbare input voor het communicatieplan.

Te bestuderen voor college:
Communicatieplanner: H6 Onderzoekstraject

-------------------------------------------------
4 Het communicatieplan: doelgroepen en doelstellingen (BC, IC, CC, MC)
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * benoemen en segmenteren van doelgroepen * formuleren van communicatiedoelstellingen
Leerdoelen:
Na dit college kan de student
4.1 communicatiedoelgroepen onderscheiden en segmenteren;
4.2 het verschil aangeven tussen doelgroepen en publieksgroepen
4.2 segmentatiecriteria hanteren;
4.3 een meetbare communicatiedoelstelling opstellen op het gebied van kennis, houding en gedrag.

Te bestuderen voor college:
Communicatieplanner: H1: stap 4 en 5 H2: stap 4, 5 en 6 H4: stap 2 en 3

-------------------------------------------------
5. Het communicatieplan: strategie en boodschap (BC, IC, CC, MC)
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * het formuleren van communicatiestrategieën * het formuleren en beoordelen van communicatieboodschappen
Leerdoelen:
Na dit college kan de student
5.1 specifieke communicatiestrategieën onderscheiden en toepassen 5.2 een onderscheidende boodschap binnen een communicatieplan opstellen 5.3 een boodschap van een campagne beoordelen.

Te bestuderen voor college:
Communicatieplanner: H1: stap 6 en 7 H2: stap 7 H4: stap 4-7

-------------------------------------------------
6. Het communicatieplan: middelen, uitvoering en advisering (BC, IC, CC, MC)
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * de effectiviteit van middelen binnen communicatieplannen * free publicity * de tijdsplanning, het budget en evaluatie van communicatieplannen
Leerdoelen:
Na dit college kan de student
6.1 een verantwoorde keuze maken in communicatiemiddelen binnen een communicatieplan; 6.2 binnen een operationeel communicatieplan een effectieve keuze maken met betrekking tot de inzet van massamedia en in het bijzonder free publicity;
6.3 het belang van evaluatie-instrumenten in een communicatieplan onderkennen ;
6.4 een realistische begroting binnen een communicatieplan opstellen;
6.5 een tijdspad voor een communicatieplan opstellen
Te bestuderen voor college
Communicatieplanner: H1: stap 8-12
H2: stap 8-10
H4: stap 8 en 9

-------------------------------------------------
7. Het communicatieplan: gastcollege
In deze week wordt een gastspreker uitgenodigd. Hij/zij gaat in op rol die een communicatieadviesbureau speelt bij de totstandkoming van communicatieadviezen, -plannen en - projecten.
Deze les wordt voor alle klassen gezamenlijk ingepland. Houd je rooster in de gaten!

-------------------------------------------------
8. Tentamenvoorbereiding
Instructie-uren:
Ingegaan wordt op: * Het tentamen
Leerdoelen:
Na dit college kan de student
8.1 zich een voorstelling maken van wat er tijdens een tentamen van hem gevraagd wordt.
Te bestuderen voor tentamen:
Collegestof + Communicatieplanner: Alle hoofdstukken.

7. Communicatietechnieken (CCOCOM18R1): Persbericht en Direct Mailing

In deze paragraaf tref je algemene informatie aan over een van de flankerende vakken: de cursus Communicatietechnieken (CCOCOM18R1). Deze informatie heeft betrekking op de inhoud van dit vak en de relatie met het beroepsprofiel. Verder tref je een weekplanning aan en de wijze waarop er beoordeeld wordt.
7.1 Algemene beschrijving vakgebied
Het vak communicatietechnieken is direct ondersteunend voor het projectonderwijs. Aan de orde komen de schriftelijke vaardigheden. Die vaardigheden zijn voor een communicatiemedewerker van zeer groot belang. Een groot deel van je toekomstige baan zal bestaan uit het schrijven van teksten, of dit nu beleidsplannen zijn op het gebied van marketing of communicatie of specifieke beroepsproducten als persberichten, folders of advertenties. De schriftelijke vaardigheden die je bij dit flankerende vak leert toepassen, zijn ondersteunend voor het project in deze periode, maar komen ook zeker terug bij de projecten en stages in leerjaar 2, 3 en 4.
7.2 Veronderstelde voorkennis
Er wordt geen specifieke voorkennis verondersteld. Wel wordt aangenomen dat je de basisschrijfvaardigheden kunt toepassen die je bij CCOCOM14R1 hebt geleerd.
7.3 Competenties
In hoofdstuk twee van deze handleiding zie je welke competenties zijn toegekend aan het kernvak Communicatiemanagement. Deze competenties zijn vertaald naar leerdoelen (zie 6.4).
Het vak Communicatietechnieken sluit aan bij de volgende beroepscompetenties van de opleiding Communicatie:
4. Creëren en organiseren
5. Representeren
7.4 Leerdoelen
Deze competenties laten zich vertalen in de onderstaande programmadoel en leerdoelen per onderwerp:

Overstijgend leerdoel
Het vergroten van schriftelijke vaardigheden in het algemeen en specifiek op het gebied van persberichten en direct mailings.

Leerdoelen per onderwerp
Persbericht
* De student kent de eisen die aan een persbericht worden gesteld; * De student kan volgens de daarvoor geldende eisen een persbericht ontwikkelen, corrigeren en redigeren.
Direct mailing * De student kent de eisen die aan een direct mailing worden gesteld; * De student kan volgens de daarvoor geldende eisen een direct mailing ontwikkelen, corrigeren en redigeren.

7.5 Leerstofinhoud en werkvormen
De colleges bestaan uit practicumcolleges. Centraal hierin staan twee communicatiemiddelen, namelijk het persbericht en de direct mailing.

Tijdens de colleges Communicatietechnieken worden de onderwerpen behandeld via praktijkgerichte opdrachten. Het gaat daarbij om de volgende opdrachten:
- het schrijven van een persbericht;
- het schrijven van een (gedeelte van een) mailbrief en de bijbehorende antwoordkaart.

In de Reader Persbericht en direct mailing worden instructies gegeven voor deze opdrachten. Ook tref je hierin checklists aan waarin de beoordelingscriteria van de opdrachten worden gegeven.
7.6 Literatuur
Bij het vak Communicatietechnieken wordt in dit blok gebruik gemaakt van: - Reader Communicatie 2012-2013, Persbericht en direct mailing
- M. Klein en M. Visser, Praktische cursus nieuwe spelling. Zesde druk, Groningen, 2011. Uitg. Noordhoff
- H. van Ommen, E. van Kuppenveld en H. Frijlink, Professionele bedrijfscommunicatie, Handboek voor tekstschrijvers. Vijfde druk, Groningen, 2009. Uitg. Noordhoff
7.7 Presentieplicht
Voor deze module geldt geen verplichte aanwezigheid.
Voor het college Communicatietechnieken is zijn twee college-uren per week ingeroosterd. Elke klas wordt gesplitst in een A- en in een B-groep. Elke groep volgt een college-uur per week.
7.8 Toetsing en beoordeling
De module CCOCOM18R1 wordt afgesloten met een tentamen voor 100 punten in de tentamenweek aansluitend op de periode.
7.9 Weekplanning
Bij het college Communicatietechnieken staan de volgende bijeenkomsten gepland.

Week 1 introductie / Persbericht |
Groep A: 1e uur aanwezig
Groep B: 2e uur aanwezig

Tijdens dit college wordt de inhoud van de cursus besproken en het belang van de inhoud voor een communicatieprofessional. Daarnaast wordt de theorie van het persbericht besproken. * Cursusbeschrijving / weekprogramma-/toetsvorm; * Theorie bespreken: * Persbericht: par. 1.2 t/m 1.5, Reader; * Persbericht: hoofdstuk 8, Professionele bedrijfscommunicatie; De student is verplicht tijdens de colleges de voorgeschreven literatuur bij zich te hebben.

Huiswerk voor week 2
Bestuderen: theorie persbericht (Reader en Professionele bedrijfscommunicatie).
Maken : opdracht persbericht

Week 2 en 3 Persbericht |
Groep A: 1e uur aanwezig
Groep B: 2e uur aanwezig

* Bespreken opdrachten persbericht

Huiswerk voor week 3: Bestuderen: stof persbericht
Maken: opdrachten persbericht en direct mailing

Week 4 Direct mailing |
Groep A. 1e uur aanwezig
Groep B: 2e uur aanwezig

* Bespreken theorie Direct Mailing * Huiswerk Huiswerk:
Bestuderen: theorie
Maken: opdracht direct mailing

Week 5 en 6 Direct mailing |
Groep A. 1e uur aanwezig
Groep B: 2e uur aanwezig

* Bespreken opdracht.

Huiswerk voor week 6:
Maken: opdracht
Huiswerk voor week 7:
Maken: opdracht persbericht

Week 7 Persbericht |
Groep A. 1e uur aanwezig
Groep B: 2e uur aanwezig

* Bespreken van de huiswerkopdracht

Huiswerk voor week 8:
Bestuderen: alle stof

Week 8 Persbericht en Direct mailing |
Hele groep (A en B): consultancy en herhaling collegestof met oog op tentamen

8. Engels (CCOENG73R1)

In deze paragraaf tref je algemene informatie aan van de cursus Engels (CCOENG73R1) , een flankerend vak in periode 3.
8.1 Algemene beschrijving vakgebied
Het kan je niet ontgaan zijn dat vandaag de dag veel bedrijven internationaliseren. De voertaal van deze internationalisatie is nog altijd het Engels. Het zal ongetwijfeld voorkomen dat je tijdens of na je studie een presentatie zal moeten houden in de Engelse taal. Denk bijvoorbeeld aan de externe communicatieopdrachten die je in het derde of vierde jaar van je studie uit moet voeren. De opdrachtgever is bijvoorbeeld een internationaal opererende onderneming en eist dat alle opdrachten in het Engels uitgevoerd worden, ook de presentaties. Wie weet heb je ambities om in een Engelstalig land stage te lopen. Ook daar zul je uiteraard de opdrachten in het Engels moeten uitvoeren en eventueel presenteren. Het is trouwens ook zeer waarschijnlijk dat je na je studie bij een bedrijf komt te werken dat internationaliseert. Het kan je gebeuren dat je wordt gevraagd een presentatie te houden over je afdeling voor vertegenwoordigers van een klant uit het buitenland.

Het is van essentieel belang dat je een presentatie goed voorbereidt en goed presenteert. In deze periode zal hier aandacht aan worden besteed. Hiernaast moet je constructieve feedback geven op de presentaties, dit zal wekelijks aan de orde komen door de minipresentaties en de videofragmenten van pro-sprekers.
8.2 Veronderstelde voorkennis
Er wordt een beheersing van de Engelse taal op MBO- of HAVO 5-niveau verondersteld. Bovendien word je geacht de grammaticale - en idiomatische kennis die je in periode 1 en 2 hebt verworven, toe te passen.
8.3 Competenties
Bij deze cursus wordt aan de volgende competenties aandacht besteed:
4. Creëren en realiseren
5. Representeren
Hieraan is de kernkwalificatie ‘intern en extern kunnen communiceren’ gekoppeld.
8.4 Leerdoelen
Programmadoel
De student vergroot de mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid die zich in alledaagse situaties en in vakspecifieke situaties voordoet. In deze cursus vindt een verdere verdieping plaats, met name op het gebied van presenteren.

Leerdoelen per onderwerp:
Na het volgen van deze cursus kan de student: 1. bronnen raadplegen; 2. informatie structureren; 3. een presentatie geven over een zakelijk/commercieel, politiek of sociaal actueel onderwerp; 4. een presentatie recenseren (mondeling feedback geven).
8.5 Leerstofinhoud en werkvormen
De contacturen bestaan uit practicumcolleges van 75 minuten per week. De voertaal is Engels. In de eerste les zullen duo’s gevormd worden die door middel van subopdrachten naar een eindpresentatie toe werken. De duo’s zoeken op het internet naar bronnen voor hun presentatie en maken met PowerPoint/Prezi een eindpresentatie van 10 tot 15 minuten aan de hand van de in de studiehandleiding gestelde subopdrachten.
Er wordt tevens van de studenten verwacht wekelijks feedback te geven op de presentaties/schriftelijke opdrachten.
8.6 Literatuur
Tijdens de cursus CCOENG73R1CCOENG73R1 wordt gebruik gemaakt van:
- de reader speak like a pro, te vinden op Natschool.
- woordenboeken (NL - ENG en ENG - NL)
- evt. een thesaurus (synoniemenwoordenboek)
- de site www.ted.com voor de videofragmenten
8.7 Presentieplicht
Voor de cursus CCOENG73R1 zijn 75 minuten per week ingeroosterd. Deze contacturen bestaan uit practicumcolleges. Je bent verplicht de practicumcolleges bij te wonen. Bij 1 keer afwezigheid krijg je een vervangende opdracht; als je meer dan één keer niet aanwezig bent, zullen er geen punten worden toegekend voor deze cursus en moet je de cursus volgend jaar overdoen.
8.8 Toetsing en beoordeling
De beoordeling van de Cursus CCOENG73R1 vindt plaats aan de hand van mondelinge en schriftelijke opdrachten die gemaakt worden in aanloop naar een eindpresentatie. Er zijn 2 schriftelijke opdrachten die je samen met je partner aan de docent en aan de medestudenten moet toelichten. De medestudenten geven hierop feedback. De studenten de schriftelijke opdrachten inleveren komen in aanmerking voor een creditpoint.
8.9 Weekplanning
Bij de cursus CCOENG73R1 wordt het onderstaande programma gebruikt

1. Introduction |
Instructie-uren:
Tijdens dit eerste college wordt de duo indeling voor de presentaties gemaakt. Er zal duidelijk gemaakt worden wat er van de student verwacht wordt en hoe hij/zij met de studiehandleiding, de opdrachten en de colleges om moet gaan. Verder zal de student de benodigde instructies krijgen. Tijdens deze les overleg je samen met je partner en de docent over een geschikt onderwerp voor de eindpresentatie. Leerdoelen:
Na het college kan de student:
- zich goed voorbereiden op de colleges tijdens de rest van het periode;
- bewust bronnen zoeken voor een presentatie op het internet of in de mediatheek;
- een presentatie geven over een zakelijk/commercieel, politiek of sociaal actueel onderwerp;
- feedback geven op andere presentaties

Voorbereiding voor bijeenkomst 2:
Te bestuderen: Om goed geïnformeerd te raken over het gekozen presentatie onderwerp is het nodig betrouwbare Engelstalige bronnen te vinden in de mediatheek of op internet. Hieronder valt dus niet Wikipedia, blogs, sites gemaakt door scholieren/studenten etc.
Zoek per duo twee onderwerpen en minstens 2 teksten van elk ongeveer 1000 woorden. Neem deze teksten mee naar de volgende les.
Opdracht: De duo’s geven een korte toelichting van de gekozen onderwerpen aan de medestudenten. Beschrijf waarom jullie deze onderwerpen hebben gekozen. Tot slot, met welke van de twee onderwerpen gaan jullie door; licht je keuze toe.

2. Choosing a subject |
Practicumuren
De volgende activiteiten worden uitgevoerd: * Elk duo geeft een korte presentatie/toelichting (max. 3 minuten) over hoe men te werk is gegaan met het vinden van de bronnen/onderwerpen. * De andere leden van de klas luisteren hiernaar en geven feedback (tops & tips) over het vinden van geschikte bronnen/onderwerpen.
Leerdoelen
Na het college kan de student: * Bewust bronnen zoeken voor een presentatie op het internet of in de mediatheek; * De gevonden gegevens verwerken. * Feedback geven op andere presentatie; * De gekregen feedback gebruiken om eventueel zaken te verbeteren.

Voorbereiding voor bijeenkomst 3:
Te bestuderen: Lees de teksten die je hebt verzameld en besluit of je genoeg informatie hebt om als groep een presentatie van 10-15 minuten te kunnen geven. Als je vindt dat je nog niet genoeg informatie hebt, zoek dan nog extra artikelen om te kunnen gebruiken. Ga na welke informatie je nog mist, probeer deze ontbrekende informatie te vinden.

Opdracht: Elk duo geeft in de volgende bijeenkomst een korte presentatie (5 tot 7 minuten) over de gekozen structuur van de eindpresentatie. In deze korte presentatie beschrijft elk groepje het doel van de eindpresentatie, de hoofdvraag, en de structuur die jullie hebben gekozen om deze hoofdvraag te beantwoorden. Er wordt ook verwacht dat je redenen geeft waarom jullie de betreffende structuur hebben gekozen.

3. Processing information & Structuring |
Practicumuren
De volgende activiteiten worden uitgevoerd:
- Elk groepje geeft een korte presentatie (5 tot 7 minuten) over stap 3 van het voorbereiden van de eindpresentatie.
- De overige klasgenoten luisteren en geven tops en tips over stap 3 van de voorbereidingen voor de eindpresentatie.
Leerdoelen
Na deze bijeenkomst kan de student: * Een structuur voor een presentatie bepalen en beargumenteren waarom deze structuur geschikt is. * Het niveau en de interesses van het publiek inschatten en de presentatie hierop aanpassen. * Feedback geven op de gezen structuur van een presentatie. * Gekregen feedback gebruiken om eventueel zaken te verbeteren.

Voorbereiding voor bijeenkomst 4
Schriftelijke opdracht: Vul de details in voor op zijn minst een deel van de presentatie. Zoek 1 grafiek, 1 definitie en 1 voorbeeld die jullie kunnen gebruiken tijdens de presentatie.
Mondelinge opdracht: Elk duo laat twee videos zien;
- Per duo: noem de volgens jou twee belangrijkste kenmerken van een professionele spreker en licht deze kort toe door een relevant videofragment (max. 4 minuten) te laten zien. Hiervoor maak je gebruik van www.ted.com. Per duo geef je feedback over de presentatievaardigheden van de spreker. - Per duo: kies een aandachtstrekker (max. 3 minuten) en licht je keuze toe. Hiervoor maak je gebruik van www.youtube.com.

4. Adding Detail |
Practicumuren
Tijdens de bijeenkomst worden de volgende onderdelen uitgevoerd:
- Elk groepje geeft een korte presentatie over stap 4 van het voorbereiden van de eindpresentatie.
- De overige klasgenoten luisteren en geven tops en tips over stap 4 van de voorbereidingen voor de eindpresentatie.
- Elk groepje laat twee relevante videofragment zien (max. 7 minuten) van een pro en van een attention grabber en geeft feedback hierover.
- Er wordt feedback gegeven op de schriftelijke taak door medestudenten.
Er wordt een indeling gemaakt om elk duo in week 5 en 6 individueel de les te laten volgen voor feedback van de docent.

Leerdoelen
Na deze bijeenkomst kan de student: * Een toepasselijk voorbeeld van een video en een grafiek gebruiken in een presentatie. * Feedback geven op het gebruik van de juiste video en grafiek in een presentatie. * De gekregen feedback gebruiken om eventueel zaken te verbeteren.

Voorbereiding voor bijeenkomst 5 en 6
Mondelinge opdracht: Geef de volledige presentatie zoals je hem in de afgelopen tijd hebt voorbereid. Zorg ervoor dat je (met je partner) een evenredig deel van het geheel presenteert!

5 & 6. Providing Cohesion |
Practicumuren
In de bijeenkomst worden de volgende activiteiten uitgevoerd:
- Elk duo geeft de presentatie zoals deze in de afgelopen weken is voorbereid, zonder visuele middelen. Hierbij is alleen de docent aanwezig.
- De docent geeft feedback op de presentatie.Leerdoelen
Na deze bijeenkomst kan de student: * Een Engelse presentatie effectief openen en als groep een samenhangend geheel presenteren. * Feedback van de docent gebruiken om eventueel zaken te verbeteren.
Voorbereiding voor bijeenkomst 7
Opdracht: Bereid per duo de volledige presentatie voor die je voor je klasgenoten wilt houden, inclusief een PowerPoint/Prezi presentatie minimaal 5 en maximaal 10 slides.

7. Presentations |
Practicumuren
De volgende activiteiten worden tijdens deze bijeenkomst uitgevoerd:
- Elke duo houdt de volledige presentatie voor de klas m.b.v. PowerPoint/Prezi.

Leerdoelen
Na deze les kan de student: een volledige presentatie houden over een zelf gekozen onderwerp.
Bijlage 1 Beoordelingscriteria Individuele marktverkenning

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling: * het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 4 – Rapporteren uit het periodeboek van de vorige periode, voorwoord en samenvatting mogen ontbreken; * de kern van het rapport bevat minimaal twee pagina’s; * uit de marktverkenning moet blijken dat er zowel desk- als fieldresearch is gedaan; * het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 5 – Bronvermelding uit het periodeboek van de vorige periode.

| Inhoud | Bijzonderheden | Punten | 1. | Laat de marktverkenning cijfers van deze markt zien? | Heeft de student een indruk van de omzetten in aantallen en geld? De student mag, bij gebrek aan gegevens, aannames doen van de consumptie. | Max 2 | 2. | Geeft de marktverkenning een goed overzicht van wat er op de markt is op het gebied van desserts? | | Max 2 | 3. | Geeft de marktverkenning aan welke doelgroepen je kunt onderscheiden als het om desserts gaat? | | Max 2 | 4. | Geeft de marktverkenning aan welke nieuwe producten er zijn en op welke behoeftes daarbij ingespeeld wordt? | | Max 2 | 5. | Geeft de marktverkenning aan welke trends er zijn op het gebied van eten/ voeding en met name op het gebied van voeding? | | Max 2 |

Bijlage 2 Beoordelingscriteria Rapport Productconcept Brand X

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling:
- het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 4 – Rapporteren;
- het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 5 – Bronvermelding;

Beoordelingscriteria productconcept Brand X (70 punten)

| Algemeen | Toelichting | Max 15 p | 1. | Idee | Omschrijving idee | | 2. | Doelgroep | Wat zijn de kenmerken van de doelgroep | | 3. | Behoefte | Op welke behoefte of trend(s) wordt ingespeeld? | | 4. | Omzetprognose | Hoe groot is de te verwachten afzet/omzet? | | | Product | Toelichting | Max 15 p | 5. | Productkenmerken | Wat zijn de meest kenmerkende product-eigenschappen? | | 6. | Productnaam | Is de productnaam commercieel geschikt? | | 7. | USP | Beschrijf de USP? | | 8. | Fysieke eigenschappen | Wat zijn de fysieke eigenschappen? | | 9. | Toegevoegde eigenschappen | Wat zijn de toegevoegde eigenschappen? | | 10. | Afgeleide eigenschappen | Wat zijn de afgeleide eigenschappen? | | | Prijs | Toelichting | Max 15 p | 11. | Prijsdoelstelling | Wat zijn de belangrijkste factoren die van invloed zijn op de gekozen prijs? | | 12. | Prijsstrategie | Wat is de prijsstrategie? | | 13. | Prijsbepaling | Hoe is de prijs tot stand gekomen? | | | Pomotie | Toelichting | Max 15 p | 14. | Promotiedoelstellingen | Wat zijn de promotiedoelstellingen? Maak gebruik van een model. | | 15. | Reclame | Voor welke vorm van reclame is gekozen en waarom? | | 16. | Sales promotions | Is er een beargumenteerde onderbouwing voor de gekozen vorm van sales promotions? | | 17. | Sponsoring | Is er een beargumenteerde onderbouwing voor het al of niet inzetten van sponsoring? | | 18. | Kosten promotie | Is er een realistische (globale) kostenraming voor alle promotieactiviteiten? Belangrijk! | | | Distributie | Toelichting | Max 10 | 19. | Distributiestructuur | Beschrijf de distributiestructuur | | 20. | Distributie-intensiteit | Voor welke distributie-intensiteit is gekozen? | |

Bijlage 3 Beoordelingscriteria Verpakking Brand X

Beoordelingscriteria verpakking Brand X (10 punten)

Algemeen | Toelichting | Oordeel / Max 5 p | 1. Originaliteit | Hoe origineel is het verpakkingsontwerp? | | 2. Grafische vormgeving 2D | Is er veel aandacht besteed aan de grafische vormgeving (2D)? | | 3. Grafische vormgeving 3D | Is er veel aandacht besteed aan de grafische vormgeving (3D)? | | 4. Schriftelijke toelichting | Is de schriftelijke toelichting duidelijk en overtuigend? | |

Communicatieve aspecten | Toelichting | Oordeel / Max 5 p | 5. Emotional appeal | Roept de verpakking bepaalde emoties op bij de consument? | | 6. Herkenbaar | Is het een duidelijk herkenbaar product? | | 7. Expressief | Zegt de verpakking iets over de gebruiker? | | 8. Wettelijke voorschriften | Voldoet het verpakkingsontwerp aan de wettelijke eisen? | |

Bijlage 4 Beoordelingscriteria Pitch Brand X / Event Y

Beoordelingscriteria presentatie Brand X/ Event Y (10 punten) * duur presentatie minimaal 5, maximaal 10 minuten * presentatie Event Y: het filmpje maakt deel uit van de presentatie

Groep : | Projectbegeleider: | Eindoordeel: | Studenten | Studentnummers | 1. | | 2. | | 3. | | 4. | |

Aandachtspunten Inhoud | Oordeel Max 5 | Toelichting | - structuur/ rode draad/ doel duidelijk - afgestemd op opdrachtgever (inh+taal) - aantrekkelijk (humor, enthousiasme, leuk begin en eind) - overtuigingskracht | | | Aandachtspunten Presenteren | OordeelMax 5 | Toelichting | 1) Spreken - tempo (snelheid, variatie daarin) - intonatie - bereik stem, variatie in volume - vloeiend/ stopwoorden/ variatie in woordkeuze - articulatie- enthousiasme 2) Non-verbale aspecten - natuurlijke indruk - wisselende houding - functionele gebaren - kijkt iedereen aan - overtuigende houding - komt rustig en zeker over - enthousiaste indruk 3) Gebruik hulpmiddelen - juiste hulpmiddelen/ ondersteunen verhaal - duidelijke en aantrekkelijke hulpmiddelen - gebruikt hulpmiddelen handig - blijft zich tot publiek richten bij gebruik | | |

Bijlage 5 Individueel logboek project (procesbeoordeling)

Naam projectgroep: | Projectbegeleider: | Eindoordeel: | Student: | Studentnr: |

Welke acties heb je uitgevoerd? Geef daarbij de tijdsduur aan. Datum | Activiteit | Tijd in urenen minuten | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | Individuele tijdsbesteding totaal in uren en minuten | |

Bijlage 6 Beoordelingscriteria Creatief proces Brand X

| Inhoud | Bijzonderheden | PuntenMax 20 | 1. | Zijn er minstens twee creatieve divergerende technieken gebruikt en beschreven? | Er moet een foto / afbeelding van het resultaat van de brainstorm toegevoegd zijn. | Max 4 | 2. | Hoe is de COCD-box gebruikt? | Er moet een foto/ afbeelding van de COCD-box toegevoegd zijn. | Max 6 | 3. | Zijn de drie ideeën echt creatief, vernieuwend, realistisch en uitvoerbaar? | | Max 5 | 4. | Zijn de ideeën divers, verschillen ze onderling veel van elkaar? | | Max 5 |

Bijlage 7 Vaardigheidsmeter Samenwerken Peerassessment Brand X

INSTRUCTIE 1. Kruis bij iedere uitspraak aan in welke mate deze uitspraak op jou in dit project van toepassing is. 2. Doe hetzelfde voor ieder lid in de projectgroep. 3. Benoem op basis van je beoordeling onder punt 1 twee vaardigheden waarover je al beschikt en twee vaardigheden die je wilt gaan verbeteren en meld deze bij het peer assessment. 4. Doe hetzelfde als bij punt drie maar dan voor een ieder van je projectleden. Meld deze tijdens het peer assessment. Bedenk ook dat je je ‘oordeel’ met voorbeelden moet kunnen ondersteunen. Uitspraak 1 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Draagt bij aan het succes van het project door afspraken na te komen. | | | | | |

Uitspraak 2 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Zet zich volledig in voor het project. | | | | | |

Uitspraak 3 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Onderneemt actie zonder dat anderen daarom moeten vragen. | | | | | |

Uitspraak 4 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Draagt bij tot het duidelijk krijgen van de doelen binnen het project. | | | | | |

Uitspraak 5 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Heeft een constructieve bijdrage aan het oplossen van de problemen binnen het project. | | | | | | Uitspraak 6 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Draagt bij tot het doen van voorstellen en maken van duidelijke werkafspraken binnen het project. | | | | | |

Uitspraak 7 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Staat open voor opmerkingen van projectleden en docenten. | | | | | |

Uitspraak 8 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Is bereid fouten toe te geven en de noodzaak voor verbetering te accepteren. | | | | | |

Uitspraak 9 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Geeft andere projectleden opbouwende suggesties om te komen tot een betere resultaten. | | | | | |

Uitspraak 10 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Erkent en waardeert de bijdragen van andere projectleden. | | | | | |

Uitspraak 11 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeer vaardig | Is eerlijk en open in de contacten met projectleden. | | | | | |

Uitspraak 12 | Sterkverbeterbaar | | Voldoende vaardig | | Zeervaardig | Kan omgaan met stress bij zelfstandig werken of werken met anderen | | | | | |

Bijlage 8 Samenwerken/plannen-verslag proces Brand X

Voor dit individuele verslag neem je de vragen over en geeft per vraag het antwoord daaronder. Je hoeft dit niet in rapportvorm aan te leveren. Zet er wel duidelijk je naam, studentnummer en de naam van je projectgroep boven. Lever het verslag op de laatste projectdag van Brand X in.

A | Individueel verslag Samenwerken | Punten 20 max | 1. | Wat is je gemiddelde score als je de beoordeling van je eigen samenwerkingsmeter bij elkaar optelt en deelt door 12? | | 2. | Welke gemiddelde score geven je groepsgenoten jou? Mee eens? Wijkt die af van je eigen oordeel (zie 1) | | 3. | Wat doe je goed, als het om samenwerken gaat (noem de uitspraken)? | | 4. | Welke verbeterpunten zie je? | | 5. | Wat heb je nodig om die punten te verbeteren? | | 6. | Hoe ga je dat in de praktijk organiseren, zodat je het bij Event Y (nog) beter doet? | | B | Plannen (reflectie) | Punten 20 max | 1. | Jullie moesten plannen: hoe heb je dat als groep aangepakt? | | 2. | Hebben jullie tijdens het project je planning moeten bijstellen? Waarom? | | 3. | Hoe heb je je eigen acties gepland? | | 4. | Heb je nagedacht over hoeveel tijd deze acties kosten? | | 5. | Heb je je eigen planning gehaald? | | 6. | Hoe zou je individueel nog beter kunnen plannen? | | 7. | Wat heb je nodig om individueel nog beter te plannen? | | 8. | Hoe ga je dat in de praktijk organiseren, zodat je het bij Event Y beter doet? | | 9. | Hoe zou je als groep nog beter kunnen plannen? | | 10. | Wat heb je nodig om als groep nog beter te plannen? | | 11. | Hoe ga je dat in de praktijk organiseren, zodat jullie het bij Event Y (nog) beter doen? | |

Bijlage 9 Procesbeoordeling ‘plannen’ Brand X / Event Y door docent

De begeleider beoordeelt het proces van plannen van de groep. Dit doet hij door jullie planning, vastgelegd in een besluiten-&actielijst of een ander planningsdocument, wekelijks te volgen en jullie hierover te bevragen tijdens de bijeenkomsten. Hij beoordeelt ook of jullie de gevraagde producten op tijd, zonder al te veel stress en laatste minutenwerk inleveren.

1. De groep heeft bij aanvang een goede planning gemaakt voor het hele project.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Toelichting:……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

2. De groep heeft de planning, zo nodig, bijgesteld.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Toelichting:……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

3. De groep is niet in tijdnood gekomen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Toelichting:……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

4. De groep heeft op tijd alle producten af.

1 10

Toelichting:……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Bijlage 10 Beoordelingscriteria Evenementvoorstel Event Y

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling:
- het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 4 – Rapporteren;
- het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 5 – Bronvermelding.
Je mag het evenementvoorstel en het communicatieplan in één rapport bundelen.

Evenementvoorstel | Toelichting | Max 10 p | 1. Opdracht | Beschrijving opdrachtgever, opdracht en randvoorwaarden | Max 1 | 2. Naam organisatie | Hoe heet je bureau/ team? | | 3. Doelgroep evenement | Voor welke doelgroep organiseer je dit evenement? Geef de kenmerken van de doelgroep. | Max 6 | 4. Doelstelling evenement | Wat wil je met het evenement bereiken? USMART? (U=uitdagend) | | 5. Sfeer | Welke sfeer/ uitstraling heeft je evenement ? Motiveer je keuze | | 6. Idee | Omschrijf het idee en hoe je hiermee je doel bereikt. Is het evenement uitdagend voor jouw doelgroep? | | 7. Locatiekeuze | Heb je een goede locatie gekozen en aan welke eisen voldoet deze locatie volgens jullie? | Max 1 | 8. Datum/ tijd | Bepaal de datum en tijd waarop het evenement plaats vindt. Onderbouw dit met argumenten. | | 9. Naam evenement | Hoe heet je evenement? | Max 2 | 10. Programma | Hoe ziet het detailprogramma van het evenement eruit? | | 11. Begroting | Wat zijn de te verwachten inkomsten en uitgaven? Is dit realistisch? | |

Bijlage 11 Beoordelingscriteria Communicatieplan Event Y
Voorwaarden om in aanmerking te komen voor beoordeling:
- het plan bevat alle inhoudselementen van een communicatieplan
- het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 4 – Rapporteren;
- het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 5 – Bronvermelding.
Je mag het evenementvoorstel en het communicatieplan in één rapport bundelen.

Communicatieplan | Toelichting | OordeelMax 50 | 1. Compleet | Is het plan volledig ten aanzien van de inhouds-elementen die gelden voor een communicatieplan? | Voor-waarde | 2. Analyse | Geeft het een goede en gedegen analyse van de situatie? | 5 | 3. Doelgroep | Maakt het een duidelijke keuze in de doelgroep en weet die op een juiste wijze te beschrijven?Maakt het gebruik van (de juiste) intermediairs? | 5 | 4. Doelstelling | Zijn er concrete communicatiedoelstellingen geformuleerd? Zijn deze SMART? | 5 | 5. Boodschap | Geeft het een duidelijke omschrijving van de boodschap? | 5 | 6. Strategie | Is de communicatiestrategie goed omschreven en onderbouwd? | 5 | 7. Middelen | Is er sprake van een effectieve middelenkeuze? Is de keuze onderbouwd? | 5 | 8. Planning | Is duidelijk welke middelen wanneer ingezet worden voor wie precies? | 5 | 9. Kosten | Zijn de kosten van dit communicatieplan duidelijk in beeld gebracht en verantwoord? | 5 | 10. Evaluatie | Is er rekening gehouden met een evaluatie? | 5 | 11. Samenhang | Sluiten alle onderdelen op elkaar aan? | 5 |

Bijlage 12 Beoordelingscriteria Communicatiemiddelen Event Y

Website | Toelichting | Max 10punten | 1. | Heeft de website (inhoudsopgave) een logische structuur? Is alle informatie die de bezoeker nodig heeft, gemakkelijk te vinden? Waar zet je het filmpje? | | 2. | Zijn de beginpagina en de pagina met het programma uitgewerkt in tekst en beeld? | | 3. | Zijn de teksten geschreven volgens regels voor schrijven voor het web? | | 4. | Zijn de pagina’s aantrekkelijk vormgegeven? | | Direct mailing | Toelichting: | Max 10punten | 1. | Bevat de direct mailing in ieder geval een brief en een responsmogelijkheid? | | 2. | Is de brief opgebouwd en uitgeschreven volgens de eisen zoals geleerd bij Communicatietechnieken? | | 3. | Bevat de responsmogelijkheid alle elementen die de organisator wil weten? | | 4. | Hoe is de brief en de responsmogelijkheid geïllustreerd en vormgegeven? | | Filmpje | Toelichting | Max 10punten | 1.Doelgroep | Is het afgestemd op de doelgroep, wat inhoud, toon en beeld betreft? | | 2. Inhoud | Geeft het duidelijk aan waarom de ondernemer het event moet bezoeken? Wordt aangegeven wat de ondernemer er straks in de praktijk aan heeft? Is het overtuigend? | | 3. Vorm | Is het filmpje technisch goed? Is het origineel en creatief? | |

De beoordelingscriteria voor de pitch zijn te vinden in bijlage 4

Bijlage 13 Samenwerken/plannen-verslag proces Event Y

Voor dit verslag neem je de vragen over en geeft per vraag het antwoord daaronder. Je hoeft dit niet in rapportvorm aan te leveren. Zet er wel duidelijk je naam, studentnummer en de naam van je projectgroep boven. Lever het verslag op de laatste projectdag van Event Y in.

A | Individueel verslag Samenwerken | Punten max 25 | 1. | Welke individuele verbeterpunten zag je bij Brand X? | | 2. | Wat had je nodig om die punten te verbeteren? | | 3. | Hoe heb je bij Event Y aan je verbeterpunten gewerkt? | | 4. | Ben je daarin geslaagd? | | 5. | Is de groepssamenwerking beter verlopen ? | | 6. | Hoe kwam dat? | | 7. | Wat zijn de tips voor jezelf en voor de groep voor het volgende project als het om samenwerken gaat? | | B | Plannen (reflectie) | Punten max 25 | 1. | Hoe verliep de planning in vergelijking met de planning bij Brand X? | | 2. | Wat heb je gedaan om individueel beter te plannen? | | 3. | Is dat gelukt? | | 4. | Wat hebben jullie gedaan om als groep beter te plannen? | | 6. | Heeft dat tot succes geleid? | | 7. | Wat zijn de tips voor jezelf en voor de groep voor het volgende project als het om plannen gaat? | |

Bijlage 14 Feedbackformulier opdracht Doelgroepgericht schrijven

Voor het projectonderdeel ‘Doelgroepgericht schrijven’ moeten je de advertorial van één van je medestudenten beoordelen. Voor deze beoordeling maak je gebruik van onderstaande punten en beoordeel je de punten op (O)nvoldoende, (V)oldoende of (G)oed. Verder geef je, verplicht, een toelichting op je beoordeling (positief dan wel negatief).

De feedback is gegeven door :Op het werk van : | | | | Feedback op de toelichting | O | V | G | De toelichting op de advertorial is uitgebreid en diepgaand genoeg. | | | | Toelichting: | Eisen tekst, onderdeel 1: Duidelijkheid | | | | Het doel en de boodschap komen duidelijk naar voren. | | | | Er wordt geen gebruik gemaakt van vage woorden. | | | | De tekst heeft een duidelijke structuur (indeling inleiding/ kern/ slot, goede alinea-opbouw en is er duidelijk en logisch verband tussen de alinea’s). | | | | Toelichting: | Eisen tekst, onderdeel 2: Efficiëntie | De tekst is niet langer dan nodig. | | | | De tekst is overzichtelijk. | | | | Er is sprake van een logische woordkeuze (dus geen omslachtige woorden, irrelevante woorden, geen overbodige, nietszeggende zinnen). | | | | Toelichting: | Eisen tekst, onderdeel 3: Aantrekkelijkheid | De tekst is plezierig om te lezen. | | | | Er wordt gebruik gemaakt van een uitdagende kop en tussenkoppen. | | | | Er is sprake van variatie in zinsbouw en zinslengte. | | | | Het is een actieve tekst (bijv. geen lijdende vorm en naamwoordstijl). | | | | Toelichting: | Eisen tekst, onderdeel 4: Gepastheid | De toon van de tekst sluit aan op de doelgroep. | | | | Toelichting: | Eisen tekst, onderdeel 5: Correctheid | De tekst bevat geen stijlfouten (incongruentie, verwijsfouten, tangconstructie, contaminatie enz.). | | | | De tekst bevat geen spelfouten. | | | | De tekst bevat geen interpunctiefouten. | | | | Toelichting: | Illustraties en lay-out | De illustraties voegen iets toe aan de boodschap. | | | | De vormgeving levert een evenwichtig beeld op en oogt professioneel. | | | | De tekst/beeld-verhouding is in orde. | | | | De advertorial past wat vormgeving betreft bij het redactionele gedeelte van het gekozen printmedium (vergelijk de advertorial met de redactiepagina’s van het printmedium die als bijlage zijn toegevoegd). | | | | Toelichting: | Samenvatting: Behaalt de schrijver met deze advertorial het doel dat hij zichzelf stelde? | Toelichting: |

Bijlage 15 Beoordelingsformulier Doelgroepgericht schrijven (Advertorial)

Voorwaarden voor beoordeling: * alle onderdelen genoemd bij 4.4 moeten worden ingeleverd en deze moeten voldoen aan de beschreven eisen; * het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 4 – Rapporteren; * het rapport voldoet aan de eisen van Bijlage 5 – Bronvermelding; * het rapport op tijd op n@tschool uploaden (dinsdag 2 april uiterlijk 12.00 uur).

Onderdeel | Ingeleverd? | Toelichting | 1 | Bestuderen theorie en samenvatten, voorbeelden zoeken | | 3 bronnen? | 2 | Beoordelen advertorials (uit printmedia) | | Actuele voorb.? | 3 | Toelichting op eigen advertorial | | Voorbeeldpagina’s? | 4 | Ontwerp- advertorial | | | 5 | Feedback op advertorial groepsgenoot | | | 6 | Reactie op feedback + definitieve versie | | |

Beoordeling voorbereiding | Cijfer | Punten | Opmerkingen | a) | Bestuderen theorie en samenvatten, voorbeelden zoeken, beoordelen advertorials | | x 2 = | | b) | Toelichting op eigen advertorial | | x 1 = | | c) | Feedback aan ........... | | x 1 = | |

Beoordeling advertorial | Cijfer | Punten | Opmerkingen | d) | Past de advertorial bij * de doelgroep * het medium * het doel? | | x 2 = | | e) | Tekst * geschreven volgens de richtlijnen voor advertorials? * aantrekkelijk, efficiënt, duidelijk, correct en gepast? | | x 2 = | | f) | Vormgeving * aangepast aan de rest van het medium (voorbeeld van redactiepagina’s van het gekozen printmedium in bijlage) * professioneel (Indesign gebruikt) * voegen de illustraties iets toe aan de boodschap? | | x 2 = | |…...

Similar Documents

Premium Essay

Paper

...Paper #1: Expository writing to inform Draft for peer review DUE: at class time, Wed Sept 19th by class time. Points deducted from final paper if peer review is missing. Points awarded for participation Final Paper DUE: Sunday, Sep 23 by midnight. Upload to SafeAssign Length: 3 – 3 ½ pages Format: Standard MLA or Letter format: Use the appropriate format for your chosen purpose. The Prompt: 1. You have an acquaintance coming to the Dallas area on vacation and you have been asked to provide advice on what to do and visit while he/she is here for three or four days. Your purpose is to explain attractions in Dallas that a 3 – 4 day visitor might consider. Write your paper as a short essay that gives the traveler good information about the city. Write so that the essay might be published on a travel blog. Use and cite correctly at least one source from the possibilities posted by Dr. Coder, our librarian. You may use any of the modes of development discussed in the first weeks of class. You may need to use several of the techniques to accomplish your task. How the paper will be evaluated…Consider each on a five-point scale 1. Does the paper have a clear purpose in the form of a thesis statement in the introduction paragraph? 2. Does the introduction make an attempt to hook the readers’ interest? 3. Does each paragraph have a transition device, (a word or short phrase) to indicate the logical organization of the paper and lead into the......

Words: 334 - Pages: 2

Free Essay

Paper

...students will reflect on what they are thankful for, and visually present it by creating a placemat to use on their Thanksgiving table. Materials Pencil Paper Construction paper with leaves Construction paper with lines Large construction paper in various colors Glue Scissors Butcher paper Procedure: Beginning Teacher will instruct students to write a list of things they are thankful for. Once the list is written, the students will be handed a sheet of construction paper with the outlines of four different shapes of leaves on it. The students will cut out the leaves, and choose four things they are thankful for to copy down onto the leaves. Middle Once the leaves are finished, the students will be given three more sheets of construction paper; one large sheet, and two with lines on it to cut into strips. Students will be instructed to fold the long sheet in half, and cut from the fold to one inch away from the edge. The teacher will model this so there are few errors. Students will cut the other sheets of paper into strips along the drawn lines. Students will weave the strips of paper into the large sheet of paper, creating a placemat Once all strips are woven in, the students will glue the four leaves with what they are thankful for on them. End The students will place their placemats on a sheet of butcher paper in the back of the room to dry Once all students have finished, teacher will lead a discussion with the students to talk about what they are......

Words: 620 - Pages: 3

Free Essay

Paper

...Paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper do it do it should could should could should could should could should could should could should could should could should could should could will but for it should should should shuold should should should should should should should Paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper do it do it should could should could should could should could should could should could should could should could should could should could will but for it should should should shuold should should should should should should should Paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper do it do it should could should could should could should could should could should could should could should could should could should could will but for it should should should shuold should should should should should should should Paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper do it do it should could should could should could should could should could should could should could should could should could should could will but for it should should should shuold should should should should should should should Paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper do it do it should could should could should could should could should could should could should could should could should could should could will but for it should should should shuold should should should should should...

Words: 450 - Pages: 2

Premium Essay

Paper

...Paper is Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper is Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper......

Words: 266 - Pages: 2

Premium Essay

Paper

...and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop your cheating and write your paper. Stop......

Words: 596 - Pages: 3

Premium Essay

Paper

...paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper paper......

Words: 347 - Pages: 2

Free Essay

No Paper

...I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add one to this soon. I don’t have a paper to upload, but I will add......

Words: 616 - Pages: 3

Free Essay

Paper

...Environmental Scan Paper The business environment of an organization reveals much about its competitiveness and the possible influences on the success of its strategies. The focus of this paper will be an environmental scan of the internal and external environments of two real-world firms, their competitive advantages and company strategies for creating value and sustaining competitiveness, measurement guidelines for verifying strategic effectiveness and their evaluation. Internal and External Environments Environmental scanning of the internal organizational environment focuses on company culture, employee-employee, manager-employee, and manager-manager, manager-shareholder interactions, in addition to organizational structure, natural resources’ access and brand awareness, among others (Schneider, 1995, p.70). Environmental scanning of the external organizational environment focuses on the analysis of the industry/immediate environment, national, and macro-environments. Analysis of the industry environment appraises the competitive Environmental Scan Paper The business environment of an organization reveals much about its competitiveness and the possible influences on the success of its strategies. The focus of this paper will be an environmental scan of the internal and external environments of two real-world firms, their competitive advantages and company strategies for creating value and sustaining competitiveness, measurement guidelines for verifying strategic...

Words: 1088 - Pages: 5

Premium Essay

Paper

...Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper, paper, paper, Paper,......

Words: 724 - Pages: 3

Premium Essay

Paper Paper Paper

...Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper P Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper aper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper Paper......

Words: 277 - Pages: 2

Free Essay

Paper

...Research or Interview Paper Instructions You can choose 1 of the following two options for your Research or Interview Paper. Your paper will be 7 double-spaced pages for the main content (not including the cover page and reference page). Your choices include: 1. A research paper Steps for writing the research paper: a) Choose a topic in Managerial Economics. b) Submit the topic and the outline of the paper to the instructor anytime for approval. c) A minimum of 3 references besides the textbook are required. Liberty University library has excellent resources for your search for journals. http://www.liberty.edu/index.cfm?PID=178 OR 2. An interview paper Steps for writing the interview paper: a) Choose a topic in Managerial Economics. b) Design at least 5 questions according to the topic. c) Submit your questions to the instructor for approval. d) Contact a local or non-local company for an interview. e) Conduct the interview for answers to your questions. f) The paper must have 3 parts: • The description of the company; • Interview questions and answers; and • Your comments. *The research paper is to be done individually, not as a group. **Do not wait until the last module/week to work on the paper. Do it as early as possible. ***A paper that was written for other classes would not be accepted......

Words: 265 - Pages: 2

Free Essay

Paper

...Week 4 Student Name Kaplan University HR420 Employment Law Introduction This is generally one paragraph. The easiest way to explain this section is to think of it like a brief overview of the topics you will be discussing in your paper. The introductory paragraph is designed to set up the rest of the paper by offering your reader a glimpse of what is to come. The goal here is to grab your reader’s attention and make him/her want to read the rest of the paper. Type your paper in the third person (no I, my, we, you, our, your…) Describe a BFOQ and when are they legally permissible? Answer to question #1 with supporting arguments-minimum one paragraph. Your response should be written in your own words, using your own thoughts, ideas, and opinions. Include information from the chapter reading assignment and the case study to help support your points. Be sure to let your reader know where you got your supporting information by including a citation afterward. An example of a citation for your textbook is (Scott, 2008). What is sex-stereotyping? Include examples with your description? Answer to question #2 with supporting arguments-minimum one paragraph. Your response should be written in your own words, using your own thoughts, ideas, and opinions. Include information from the chapter reading assignment and the case study to help support your points. Be sure to let your reader know where you got your......

Words: 450 - Pages: 2

Free Essay

Paper

...Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper. Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper paper.Paper paper......

Words: 2107 - Pages: 9

Free Essay

Paper

...business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper business paper......

Words: 291 - Pages: 2

Premium Essay

Paper

...PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is expensive and too expensive to use anyway. So why don’t you go on with it and write the constitution. Jon Jacob! PAPER is......

Words: 1082 - Pages: 5