Free Essay

Privaatrecht

In:

Submitted By florislekk
Words 1554
Pages 7
Privaatrecht voor niet-juristen
HC-1 - Onrechtmatige daad en kwalitatieve aansprakelijkheid

Ieder draagt zijn eigen schade, tenzij er sprake is vergoedingsmechanismen zoals: * Private verzekeringen * Sociale zekerheid * Aansprakelijkheidsrecht

Art. 6:162 BW “Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

Schade * Vermindering in object. ‘Feitelijk nadeel.’ * Schade bestaat uit: * Vermogensschade * Ander nadeel (Art. 6:95 BW) * Benadeelde zoveel mogelijk brengen in de vermogensrechtelijke positie waarin hij zonder onrechtmatige daad zou hebben verkeerd. * Vergelijking situaties mét en zonder onrechtmatige daad. Verschil is de schade.

Causaal verband Zou de schade ook zijn ontstaan indien onrechtmatige daad niet zou zijn gepleegd? Ja? Dan geen causaal verband: HR 1990 (aanrijding en hartinfarct) + RB 2009 (mishandeling + studievertraging)

Onrechtmatigheid (HR 1994 Lambregts/Moerdijk) “De enkele omstandigheid dat een handeling plaats heeft gevonden als gevolg waarvan iemand schade lijdt, brengt nog niet met zich mee dat een op onrechtmatige daad gegronde afspraak op vergoeding daarvan bestaat”.

Onvoldoende is dus alleen de handeling met schade tot gevolg (!)

Wanneer wel? Bushalte arrest “Het nemen van meer risico dan redelijkerwijs verantwoord is.

HR 1965 Kelderluik arrest * De mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht. * De kans dat daaruit ongevallen ontstaan. * De ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben. (aard en omvang schade) * De mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.

Vandaag de dag van grote betekenis bij aansprakelijkheidsvraag: * Hoedanigheid van partijen. * Particuliere sfeer * Profitsfeer * Overheid * Mogelijkheid maatschappelijke consequenties * Mede rechtspolitiek oordeel * Slachtoffers met ernstig of dodelijk letsel in de kou laten staan door hen op te offeren ten behoeve van macro-economische factoren.

Kwalitatieve aansprakelijkheid Aansprakelijkheid in hoedanigheid (kwaliteit), zónder dat de aansprakelijkheid behoeft te worden herleid tot ‘eigen’ foutief gedrag van degene op wie de aansprakelijkheid rust.

* Aansprakelijkheid voor personen (Art. 6:169-172 BW) * Aansprakelijkheid voor zaken (Art. 6:173-184)

HC-2 - Totstandkoming overeenkomst

Wat is verbintenissenrecht? 1. Algemeen 2. Verbintenissenrecht 3. Totstandkoming overeenkomst 4. Wilsgebreken 5. Uitvoering

1. Vermogensrecht regelt de betrekkingen die op geld waardeerbaar zijn. Dit kan onderverdeeld worden in: * Verbintenissenrecht vermogensrechtelijke relaties tussen (rechts)personen. (relatieve rechten) * Goederenrecht vermogensrechtelijke relaties tussen een (rechts)persoon en een goed. (absolute rechten)

2. Een verbintenis is een rechtsverhouding tussen twee partijen krachtens welke één der partijen (de debiteur) een op het terrein van het vermogensrecht liggende prestatie verschuldigd is aan de andere partij (de crediteur), die deze van haar te vorderen heeft.

Bronnen van een verbintenis: * Rechtshandeling * Wet * Overeenkomst * Wet * Onrechtmatige daad (6:162 BW) * Rechtmatige daad (bijvoorbeeld zaakwaarneming)

De obligatoire overeenkomst Een overeenkomst waarbij partijen één of meer verbintenissen doen ontstaan.

3. Totstandkoming overeenkomst: - Aanbod en aanvaarding (art. 6:216 e.v. BW) - Wilsovereenstemming (art. 3:33 en 3:35 BW)

4. Wilsgebreken 4 wilsgebreken:
1. Dwaling (art 6:228)
2. Bedrog (3:44 lid 3)
3. Bedreiging (3:44 lid 2)
4. Misbruik van omstandigheden (3:44 lid 4)

HC-3 - Inhoud van de overeenkomst

De partijafspraak HR 1981 Haviltex arrest (!)

Aanvulling/correctie van de partijafspraak: * Aanvullende werking (6:248 lid 1) * Derogerende werking (6:248 lid 2)

Tekortkoming: * Art. 6:74 BW * Art. 6:75 BW

Onderscheid: * Toerekenbare tekortkoming * Toerekenbaar krachtens de wet (Art. 6:76) * Toerekenbaar krachtens verkeersopvatting (Oerlemans/Driessen)

Rechtsgevolgen van wanprestatie: * Nakoming (6:74 BW) * De ingebrekestelling (6:82 BW) * Soms kan een ingebrekestelling achterwege blijven (6:83 BW) * Ontbinding (6:265 BW)

Casus: Wat is rechtens indien de mededeling van de ingebrekestelling de debiteur niet bereikt, omdat de postbode de brief verkeerd heeft bezorgd art. 3:37 lid 3 en art. 6:83 lid 2)

HC-4 - Goederenrecht

1. Eigendom het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.

Art. 3:2 BW zaken zijn ‘voor menselijke beheersing vatbare’ stoffelijke objecten. * Waarde niet van belang * Res Nullius konijn in het veld of in het vuilnis

2. Eigendom behouden. Voordelen van zaak en eigendom?

* Recht op revindicatie (art. 5:2 BW) * In verschillende situaties * Faillissement * Beschikking van onbevoegde

Revindicatie bij beschikking van onbevoegde wordt de koper beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid ten koste van de eigenaar. (3:86 BW)

3. Eigendom verkrijgen a. Door overdracht door beschikkingsbevoegde. Koppeling met het verbintenissenrecht. (Art. 3:84 BW) b. Door beschikkingsonbevoegde dankzij bescherming van de koper te goeder trouw. (3:86 BW) c. Door zaaksvorming, natrekking, vermenging e.d. (art. 5:14 BW e.v.) d. Dankzij het ‘aantreffen’ van: i. Verloren zaken ii. Zaken van niemand (Res Nullius)

HC-5 - Personen- en familierecht

Algemene inleiding personen- en familierecht (inclusief huwelijks/vermogensrecht in het privaatrecht.

Familierelaties * Familierechtelijke betrekkingen (art. 1:197 BW) * Bloedverwantschap (art. 1:3 BW) * Door geboorte * Door erkenning * Door gerechtelijke vaststelling ouderschap * Door adoptie * Graad van bloedverwantschap (art. 1:3 lid 1 BW) * Aanverwantschap (art. 1:3 lid 2 BW) * Door ontbinding van het huwelijk wordt de aanverwantschap niet opgeheven (art. 1:3 lid 3 BW)

Gevolgen van bloedverwantschap: * Huwelijksrecht * Erfrecht * Erfbelasting * Curatele * Alimentatie

Afstammingsrecht; moeder * Familierechtelijke betrekkingen, altijd tot de moeder (art. 1:98 lid 1 sub a) * Sinds april 2014: * Twee moeders door geboorte (art. 1:198 li 1 sub b) * Erkenning door een tweede moeder (sub c) * Gerechtelijke vaststelling ouderschap (sub d) * Adoptie

Afstammingsrecht; vader * Vaderschap (art. 1:199) * Door geboorte * Door erkenning * Door gerechtelijke vaststelling vaderschap * Door adoptie

Gevolgen erkenning: * Naamrecht * Gezagsrecht * Omgangrecht * Levensonderhoud * Erfrecht * Nationaliteit
HC-6 - Burgerlijk procesrecht

Verband met materiële en formele privaatrecht:

Handelszaak (geschil) * Dagvaardingsprocedure * Verzoekschriftprocedure

Prelabele vragen * Recht om rechtzaak te beginnen? * Grondrecht EVRM (toegang rechter) * Alleen onder strike voorwaarden niet.

Welke rechter is bevoegd? competentie * Internationaal * Nederland als woonplaats gedaagde, of * (Ter keuze eiser) België, als plaats van levering. * Binnen Nederland * Rechtbank, Gerechtshof of HR? * Eerste aanleg, RB * Welke van de 11 rechtbanken? * Hoofregel: woonplaats gedaagde * Binnen RB: kantonrechter? * Waardevordering: 25.000 of meer, of * Aardvordering

Advocaat verplicht? Niet bij kantonrechter. Dit is optioneel.

Rechtsingang via dagvaarding * Eiser bepaalt * Dagvaarding gedaagde * Thans nog verplicht via deurwaarder * Procedure begint onder voorwaarde van inschrijving ter griffie * Inhoud * Oproeping om te verschijnen * Kennisgeving eis en grondslag * Eerste processtuk * Formaliteiten en sancties * Nuancering

Proces: schriftelijke deel: * Inschrijving ter griffie * Bij verzuim: procedure stopt * Mogelijkheid tot herstel * Straks: procesindeling (Wc 34 059) * Webformulier webportal justitie * Oproepingsbericht van griffie * Kennisgeving verweerder * Conclusie van antwoord (gedaagde) * Eisen/verweer * Motiveren * Concentreren

Kwalitatieve aansprakelijkheid

Kwalitatieve aansprakelijkheid risicoaansprakelijkheid, onrechtmatigheid noch schuld is vereist. Het is een aansprakelijkheid in hoedanigheid, gekoppeld aan het hebben van een bepaalde kwaliteit en geen foutief gedrag.

Aansprakelijkheid voor kinderen onderscheid leeftijden tot 14, tussen 14 en 16 en 16 jaar. 1. tot 14 Risico van aansprakelijkheid rust op ouders 2. 14 of 15 Hier geldt een weerlegbaar vermoeden van fout aan de zijde van degene die ouderlijk gezag hebben. Hier geldt dus omgekeerde bewijslast, maar de ouders kunnen die vermoeden weerleggen. 3. 16 jaar en ouder Hier geldt geen kwalitatieve aansprakelijkheid meer.

Aansprakelijkheid van de werkgever Art. 6:170 legt op werkgevers een risicoaansprakelijkheid voor schade door hun werknemers aan derden berokkend. Het is zonder belang of de werkgever enig verwijt kan worden gemaakt; het komt aan op de werknemer, of er een toerekenbare onrechtmatige daad is gepleegd.
Het is hiervoor niet nodig dat er een bestendig dienstverband bestaat, ook een arbeidsovereenkomst is geen noodzakelijke voorwaarde, als het maar om een ondergeschikte gaat. Ook vrijwilligers en directeuren kunnen hier dus onder vallen. Echter, een overeenkomst tot opdracht zal hier niet onder vallen.

Aansprakelijkheid van niet ondergeschikten Art. 6:171 schept een risicoaansprakelijkheid van de opdrachtgever voor fouten begaan door niet-ondergeschikten. Het moet gaan om een opdracht tot het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van het bedrijf van de aansprakelijke opdrachtgever.

Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken Art. 6:173 vestigt een aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een gebrekkige zaak. (er moet sprake zijn van een roerende zaak(!)) Vereiste is dat er een gebrek aan de zaak moet zitten. Binnen een zekere grens speelt het kelderluik arrest een rol; de kans op schade, de ernst ervan als het optreedt en de kosten gemoeid met voorkoming van de schade zijn verschillende bepalende factoren voor de aansprakelijkheid.

Er moet tot slot ook sprake zijn van schade aan zaken en personen. Het is de vraag of vermogensschade hier ook onder valt. Volgens de auteur wel, mits deze is veroorzaakt door zaak-of letselschade.

Om de vergoeding van de benadeelde toe te wijzen moet er sprake zijn van causaliteit in de zin van art. 6:98 BW. Ook moet het voldoen aan het relativiteitsvereiste van 6:163 BW.

Aansprakelijkheid voor opstallen Art. 6:174 BW roept een risicoaansprakelijkheid voor opstallen in het leven. Beslissend is of de opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Is dit niet het geval en ontstaat daardoor schade aan personen of zaken, dan is de bezitter aansprakelijk.

Opstal gebouwen of werken die duurzaam met de grond verenigd zijn. Ook onderdelen van het gebouw/werk vallen eronder.

Aansprakelijkheid voor dieren Art. 6:179 roept een risicoaansprakelijkheid voor door dieren veroorzaakte schade in het leven. Deze rust op de bezitter en wordt begrensd door de tenzij formule.

Bijzondere regels inzake de aansprakelijke persoon De artikelen 6:180-183 BW geven een aantal in afdeling 6.3.2 geregelde aansprakelijkheden specifieke regels. Ingevolge 6:180 lid 1 zijn medebezitters hoofdelijk aansprakelijk. Intern draagt ieder van hen dat deel van de schade dat overeenkomst met zijn aandeel in de opstal. In het hangmat arrest heeft de HR bepaald dat art. 6:174 ook strekt ter bescherming van medebezitters die tevens benadeelden zijn.

Similar Documents

Free Essay

Privaatrecht

...Aantekeningen Privaatrecht Objectief recht = alle wetten Subjectief recht is: - Absoluut Tegenover iedereen - Relatief Verbintenis – Uit overeenkomsten - Uit de wet(Meestal door misdraging) Absoluut bestaat uit zakelijke rechten en vermogensrechten. Zakelijke rechten bestaan uit roerende en onroerende zaken. Onroerende zaken: - Grond - Alles in de grond - Gebouwen - Beplanting Roerend: Alles wat niet onroerend is. Boten en vliegtuigen zijn roerende zaken, maar ook wel registergoederen met kenmerken van onroerende zaken. Woonboten zijn situatieafhankelijk: Is de boot vast en gemonteerd, dan is het onroerend. Is de boot los en gaat mee met waterpeil, dan roerend. Je bent eigenaar van zaken en rechthebbende van vermogensrechten(octrooi, patenten, auteursrechten, merken). Vorderingen zijn verbintenissen, maar als je deze verkoopt, dan valt het onder vermogensrecht. Tentamen 15 MC vragen(30 punten) 3 Open vragen Opgave 2 (20 punten) Eigendom, eigendomsverkrijging, derdenbescherming, overdracht. 5/6 vragen Bk 3 Titel 4. Bk 5 Titel 1 2 3 Opgave 3 (25 punten) Pandrecht en hypotheekrecht Bk 3 Titel 9 Opgave 4 (25 punten) Faillissementsrecht, bepaling van boek 3 titel 10(Verhaalsrecht op goederen). Schuldsanering bij natuurlijke personen(bijna letterlijk uit de wet halen) Geen surséance in het tentamen. Burgerlijk procesrecht algemeen kennen, makkelijke vragen. Uitwerkingen Casussen Privaatrecht Week 1 Casus 1 1) a. Relatief recht b. Absoluut- en...

Words: 7102 - Pages: 29

Free Essay

Recht Week 1

...Inleiding recht Wanneer iemand levenslang krijgt is het echt levenslang. En wordt die absoluut niet eerder vrij gelaten. Tenzij: gratie (koningin) Functies van het recht: Normatieve functie; dat er bepaalde ethische gedragingen rechtsvormen(moord, doodslag, verkrachting) als je die overtreed zijn er regels voor. Geschiloplossende functies: onenigheid met elkaar, je komt er niet uit. Ga je naar de rechter. Oplossende functie. Additionele functie: een aanvullende functie. Onenigheid terwijl er niks op papier staat. Op het moment dat je als partijen niks hebt geregeld en niks op papier staat verval je terug op bepaalde wetten. Instrumentele functie: bijv. als je door roodlicht rijdt, wordt het beboet. Bronnen van het recht: De wet: wetgevers: - regering + statengeneraal(1e en 2e kamer) - regering ( koning , ministers, staatssecretarissen) - minister - provincie (provinciale staten) - gemeente (gemeentelijke verordening) wet in materiële zin: - regering + SG = nationale wetgever, wet in formele zin - regering (koninklijk besluit. Algemene maatregel van bestuur -minister: ministeriële regering (van het hele land) - provincie: provinciale verordening (van provincie) ...

Words: 820 - Pages: 4

Free Essay

Samenvatting Rechten

...Samenvatting Vermogensrecht Hoofdstuk 1 Rechtsregels: Regels die als zodanig worden erkend en door rechters en andere autoriteiten worden toegepast en afgedwongen. Bijv. Rechts houden op de openbare weg. Publiekrecht: Dit regelt de verhouding tussen overheid en burger en de organisatie van de verschillende overheidsorganen. Hieronder vallen het staatsrecht, het bestuursrecht, het belastingrecht en het strafrecht. De regels van dit publiekrecht zijn altijd dwingend. Privaatrecht: regels wat betreft de onderlinge verhouding van mensen. Het burgerlijk wetboek en het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn wetten die onder het privaatrecht valt. Onder het privaatrecht vallen personen- en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht. Bijv. wie iets koopt moet daarvoor een koopprijs betalen. Dwingend recht: Men mag niet van de rechtsregel afwijken. Aanvullend recht: Van toepassing wanneer partijen zelf geen regeling hebben getroffen. Materieel Recht: Beschrijft de inhoud van de rechtsregel. Objectief Recht: Het geheel van geldende rechtsregels. Het omschrijft de bevoegdheden waarop personen recht hebben. (Law) Subjectief Recht: Bevoegdheid die een rechtssubject aan het objectieve recht ontleent. Zoals mijn recht op loon of mijn recht op koopsom. (Rights) Wet in Formele zin: Alles waar het woord ‘’wet’’ in voorkomt. Wet die tot stand is gekomen in samenwerking tussen regering en Staten-Generaal. Wet in materiële zin: Wet die iedereen moet nakomen. Jurisprudentie(rechtspraak):...

Words: 6321 - Pages: 26

Free Essay

Olom

...OPDRACHT AWV 2 Sayd Menawari 2043831 Madri Pabbi Chayo Leito 1) A geeft zijn jas af in de bewaakte garderobe van het vijfsterrenhotel B. Naast de garderobe hangt een duidelijk leesbaar bordje met de tekst ‘de directie is niet aansprakelijk voor vermissing en/of diefstal van uw goederen’. Als A na zijn diner terugkomt bij de garderobe is zijn jas verdwenen. Door onoplettendheid van het hotelpersoneel is deze door een andere bezoeker gestolen. Ten opzichte van A kan hotel B zich beroepen op I overmacht II de gehanteerde exoneratieclausule (beding tot uitsluiting van aansprakelijkheid). Stellingen: juist of onjuist? Waarom? Motiveer uw antwoord. a. Stelling I en II zijn juist. b. Stelling I is juist, II is onjuist. c. Stelling I is onjuist, II is juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. I=onjuist omdat hij zich niet kan beroepen op overmacht. Artikel 6:75 BW toerenbare tekortkoming in de nakoming. Geen overmacht, want er is sprake van onoplettendheid van het hotelpersoneel 6:75. II=onjuist Het is van belang hier om de grijze lijst van de algemene voorwaarden te raadplegen: deze beding komt voor in de op grijze lijst art 6:237 onder f wat dus inhoudt dat het kennelijk onredelijk bezwarend wordt geacht, het is dus vernietigbaar maar niet nietig. Gezien de omstandigheden is een beroep op de bovenstaande exoneratie clausule echter in de strijd met de redelijkheid en billijkheid op grond van art 2:248 lid 2 BW: derogerende werking van de goede trouw...

Words: 2361 - Pages: 10

Premium Essay

Law Essay

...Copyright and the Internet Hector L MacQueen*(* LLB (Hons), PhD, FRSE, Professor of Private Law, University of Edinburgh, email hector.macqueen@ed.ac.uk. This is a substantially revised, updated and rewritten version of the chapter which appeared under the same title in L Edwards and C Waelde (eds), Law and the Internet: Regulating Cyberspace (1997). I am grateful to those who commented upon that earlier version, to those who sent me information about developments on the Internet (especially Dr Athol Murray), and to the editors once again for their help, guidance and patience over a prolonged period.) Introduction A major issue for copyright lawyers at the present time is how to deal with the rapid development of the Internet and the prospect of the ‘information superhighway’, world-wide telecommunications systems which permit the rapid, indeed virtually instantaneous transmission around the world, at times chosen as much by individual recipients as by transmitters, of information and entertainment in all media - print, pictures still and moving, sound, and combinations thereof. The issues are manifold. Is the ease of perfect reproduction and manipulation of material in the digital form used by our communications systems the death-knell of the whole basis of copyright? Are we at least going to have to reconsider such fundamentals of copyright law as what constitutes publication, copying and public performance, or the old distinctions between categories of work such as literary...

Words: 22271 - Pages: 90

Free Essay

Maritime Liens in the Conflict of Laws

...MARITIME LIENS IN THE CONFLICT OF LAWS (final version published in J.A.R. Nafziger & Symeon C. Symeonides, eds., Law and Justice in a Multistate World: Essays in Honor of Arthur T. von Mehren, Transnational Publishers Inc., Ardsley, N. Y. 2002 at pp. 439-457) Prof. William Tetley, Q.C.* INDEX I. II. Preface - Homage to Arthur T. von Mehren Introduction - Maritime Liens 1) 2) III. Civilian origins of maritime liens Characteristics of maritime liens Maritime Liens as Sources of Conflicts of Law 1) 2) 3) The differing scope of "maritime liens" Other maritime claims Different ranking of maritime liens and claims IV. V. VI. VII. The United Kingdom - The Lex Fori The United States - The Proper Law Canada Some Other Jurisdictions 1) 2) 3) 4) 5) China Israel Greece Sweden The Netherlands VIII. The Rome Convention 1980 IX. * Conclusion Professor of Law, McGill University; Distinguished Visiting Professor of Maritime and Commercial Law, Tulane University; counsel to Langlois Gaudreau O'Connor of Montreal. The author acknowledges with thanks the assistance of Robert C. Wilkins, B.A., B.C.L., in the preparation and correction of the text. -2- MARITIME LIENS IN THE CONFLICT OF LAWS Prof. William Tetley, Q.C.* I. Preface - Homage to Arthur T. von Mehren I am honoured to contribute to Prof. Arthur von Mehren's festschrift. On occasion, I have leaned upon and even borrowed (with great benefit and I hope with complete citation), his writings and, for example, have...

Words: 12945 - Pages: 52

Free Essay

Business En Ethiek

...BUSINESS EN ETHIEK Hoofdstuk 1: bedrijfsethiek in het spanningsveld tussen persoonlijke en institutionele verantwoordelijkheid.............................. 4 Inleiding: algemene beschouwingen over bedrijfsethiek..................................................... 4 1. 1 Bedrijfsethiek vanuit het standpunt van de ethische ondernemer.............................. 4 1.1.1 Bedrijfsethiek als ‘science des moeurs’: wetenschappelijke studie van het feitelijk moreel gedrag ................................................................................................... 5 1.1.2 Bedrijfsethiek als normatieve ethiek ............................................................... 5 1.2 De ethische onderneming ....................................................................................... 9 1.2.1 Het statuut van de onderneming.................................................................... 10 1.2.1.1 Een sociologische kijk: van organisatie naar instituut................................ 10 De dierbare organisatie......................................................................................... 10 Institutionalisering als routine............................................................................... 10 Internationalisering als interne waardecreatie ....................................................... 11 1.2.1.2 Een economische kijk op de onderneming................................................. 11 Het ondernemingsbegrip verruimd......

Words: 12394 - Pages: 50

Free Essay

The Developments of 'Wrongful Birth' and 'Wrongful Life' in the Uk and Australia

...This article is published in a peer-reviewed section of the Utrecht Law Review The Use and Influence of Comparative Law in ‘Wrongful Life’ Cases Ivo Giesen* 1. Introduction** 1.1. Comparable stories of great grief In 1993, a South African boy named Brian Stewart was born severely handicapped. He suffers from ‘spina bifida’, a congenital defect to the lower spine, which negatively affects the nerve supply to the lower limbs, bladder and bowel. He suffers from a brain defect as well.1 In 1994, a Dutch girl named Kelly Molenaar was also born severely handicapped. By the time she was two-and-half-years old she was diagnosed as being retarded, autistic, not fully grown, not able to walk or talk, suffering from heart disease, bad hearing and poor eyesight and she was not able, at that time, to recognize her parents. She had been admitted to hospital on nine occasions due to continuous crying, believed to be caused by pain.2 Comparable stories about severely handicapped children can be found in several other countries as well. Both Brian and Kelly were not supposed to have been born in the sense that their mothers would have chosen for an abortion had they known in time about the birth defects their children would suffer. Brian’s mother would have undergone a termination of her pregnancy had the obstetrician and gynaecologist she consulted detected any abnormalities in the foetus and advised her thereof. Kelly’s mother had asked the obstetrician she consulted to carry out some...

Words: 18173 - Pages: 73