Free Essay

Sustainabillity Programs of Food Concerns

In: Business and Management

Submitted By jurjenvelthoen
Words 16672
Pages 67
Duurzaam ondernemen bij voedingsconcerns

Auteur: J.A.F. Velthoen Klas: 6vB Vak: Management & Organisatie Docent: Mr. Zwarteveen Datum: 7-3-2013

Inhoudsopgave

Inleiding3

Deelvraag 1: Wat is ‘duurzaam ondernemen’?4

Deelvraag 2: Is er voldoende draagvlak vanuit politiek en pbuliek voor een duurzaam beleid? 21

Deelvraag 3: Wat zijn de effecten van de veranderingen en vernieuwingen in duurzaam ondernemen in vergelijking tot ‘gewoon’ ondernemen?30

Hoofdvraag: Leidt duurzaam ondernemen bij Unilever, Procter & Gamble en Ahold tot hogere rendementen?38

Evaluatie40

Bronnen41

Logboek42

Inleiding Deelvraag 1: Wat is ‘duurzaam ondernemen’? Deelvraag 2: : Is er voldoende draagvlak vanuit politiek en publiek voor een duurzaam beleid? Deelvraag 3: Wat zijn de effecten van de veranderingen en vernieuwingen in duurzaam ondernemen in vergelijking tot 'gewoon' ondernemen? Hoofdvraag: Leidt duurzaam ondernemen bij Unilever, Procter & Gamble en Ahold tot hogere rendementen? We horen de afgelopen jaren steeds meer over duurzaamheid. We kopen steeds vaker duurzame producten, we gebruiken groene stroom. Maar wat is duurzaamheid in het bedrijfsleven? Kan ieder bedrijf net zoals Unilever, een groot deel van de bedrijfsvoering en productie van haar producten duurzaam uitvoeren? En de hamvraag: Wordt een bedrijf winstgevender door het bedrijf te verduurzamen? Dit zijn vragen die ik wil gaan behandelen in mijn PWS. Duurzaamheid is de toekomst, dat is wat er geroepen wordt. Maar zullen bedrijven hier ook aan mee moeten doen of blijft het bij een klein groepje wat hierin voorop gaat en de rest wat er achteraan moddert? Ik denk zelf dat duurzaamheid veel meer gaat spelen de komende jaren en dat bedrijven hier ontzettend veel mee kunnen gaan winnen. Dit omdat mensen steeds meer in gaan zien dat wij te veel verspillen, niet goed omgaan met het milieu en dat er in een groot deel van de wereld niet eerlijk wordt omgegaan met de medemens. Dit moet allemaal in de toekomst gaan veranderen omdat er alleen maar meer mensen op deze aarde bij zullen komen. Langzamerhand worden nu ook overheden zich hiervan bewust, zij spelen een grote rol in het verduurzamen van de wereld. Zij hebben immers veel macht over de manier hoe mensen leven en hoe bedrijven te werk gaan. Groen is niet genoeg! Hiermee bedoel ik dat milieubewust denken niet genoeg is om de aarde te verbeteren. Wij moeten ook eens wat gaan doen tegen de extreem lage lonen, kinderarbeid en slechte arbeidsomstandigheden. Dit helpt namelijk de hele wereldbevolking en daardoor bouwen we samen aan iets sterks. Zelf ben ik een voorstander van de kapitalistische gedachte dat veel geld verdienen niet slecht is. De manier waarop dit gebeurt is voor mij zelf echter wel erg belangrijk, eerlijke handel en goede omgang met het milieu staan in mijn leven centraal. Dit is iets waar ik zelf veel waarde aan hecht en waar ik in mijn carrière voor zal leven. Duurzaam ondernemen is waar de 3 punten samenkomen, dit kan simpel gezegd worden door verantwoordelijk te ondernemen. Hier wilde ik meer over te weten komen en ik hoop ook mijn eigen vraag te kunnen beantwoorden: Kunnen we in de toekomst op een verantwoordelijke manier geld verdienen? Deelvraag 1: Wat is duurzaam ondernemen? * Duurzaam ondernemen voorwaarden * Duurzaam ondernemen een nieuw begrip? * Maatschappelijk verantwoord, tot hoever gaat dit? * Hoe is dit begrip in te omschrijven binnen het kader van Unilever? * Hoe is dit begrip in te omschrijven binnen het kader van P&G? * Hoe is dit begrip in te omschrijven binnen het kader van Ahold?

Onder duurzaam ondernemen verstaan we over het algemeen een vorm van ondernemen gericht op economische prestaties (profit), met respect voor de sociale kant (people), binnen de ecologische randvoorwaarden (planet). Dit wordt ook wel de triple-P benadering genoemd. Kort gezegd, bij het ondernemen moet er voldoende aandacht worden besteed aan het milieu, het welzijn van de medewerkers en het welzijn van de maatschappij. Er zijn mensen die vinden dat duurzaam ondernemen of Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) nog verder gaat dan de triple-P benadering. Dit is alleen de uitvoering van het duurzaam ondernemen, nog verder gaat een bijdrage die een duurzaam bedrijf aan de samenleving meegeeft. Het is namelijk de taak voor een duurzaam bedrijf om tot een duurzame ontwikkeling te komen. Dit houdt in: dat de mensheid moet streven naar een ontwikkeling die recht doet aan de huidige behoeften maar die de behoeften van volgende generaties niet in het gedrang brengen. Door een duurzame ontwikkeling te combineren met de drang om economische vooruitgang te behalen komen we tot een duurzaam economische vooruitgang. Een bedrijf wat volgens de triple-P benadering werkt zorgt dus niet alleen voor een vooruitgang op het gebied van welvaart maar zet zich ook in voor vooruitgang op welzijn, door goed voor haar medewerkers te zorgen en aan de gehele maatschappij te denken bij het produceren van producten en het doen van haar werkzaamheden. Een vereiste van een duurzame onderneming is dat er ook een zekere mate van transparantie in de organisatie zit, er moet namelijk aan het milieu, de werknemers en de gehele maatschappij verantwoording afgelegd worden.
Duurzaam ondernemen of MVO klinkt als een nieuwe en revolutionaire manier van ondernemen maar is dit eigenlijk wel waar? Er wordt namelijk ook wel gezegd dat de basis van het MVO niet van de 21ste eeuw of eind 20ste eeuw maar dat het uit het aan het begin van de industrialisatie gelegd is. Toen waren er namelijk ook al bedrijven die meer dan normaal zorg droegen voor medewerkers: amusement en gezondheidszorg bijvoorbeeld. Het probleem is dat er toen nog niet veel bekend was over milieuvriendelijke productiemiddelen en dat bedrijven toen der tijd niet veel waarde hechtten aan het maatschappelijke belang, dus zo duurzaam was het niet. In de jaren 60 van de vorige eeuw begon hier een omslag in te komen. Wetenschappers in Europa richtten de Club van Rome op, deze bracht het milieu onder de aandacht van het bedrijfsleven en overheden. Zij brachten een rapport uit met de naam ‘grenzen aan de groei’. Zij waren het met elkaar eens dat de economische groei negatieve effecten op het milieu had. Dit geeft dus een totaal andere invulling aan de definitie duurzaam ondernemen die we vandaag kennen. In de jaren 90 hadden zij voet aan de grond bij een aantal Europese bedrijven en overheden, die zij voor hen standpunt gewonnen hadden. Globalisering heeft bedrijven ook aangezet tot MVO. Doordat productieprocessen naar andere delen van de wereld verplaatst werden hadden overheden minder grip op het internationale beleid wat gevoerd werd, buiten de grenzen konden totaal andere dingen gebeuren dan aan de overheid geschetst werden. Een ander punt wat ook een grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van duurzaam ondernemen is de informatiebeschikbaarheid en individuele stem van consumenten. In onze huidige samenleving is het zo dat individuele personen en consumenten zich uit kunnen spreken over producten of bedrijven en daarmee het publiek kunnen bereiken. Hierdoor kunnen dubieuze praktijken rondom maatschappelijke verantwoordelijkheid of milieuonvriendelijkheid makkelijk aan het licht gebracht worden. Doordat tegenwoordig iedere burger over een ruim aanbod van informatie over bedrijven te beschikt, willen ondernemingen zo veel mogelijk positief nieuws naar buiten laten komen. Dit is een drijfveer voor sommige bedrijven om zich te richten op een duurzaam beleid.
Een belangrijk onderdeel van MVO is verantwoordelijkheid afleggen aan de maatschappij. Tot hoe ver moet een bedrijf hierin gaan? Wat als dit kruist met winstgevendheid? Dit zijn vragen die niet aan een norm vastgesteld zijn. De ondernemer of CEO moet zelf bepalen hoeveel zij zich in zet voor de maatschappij. De producten mogen niet schadelijk zijn, als het bedrijf ook productieonderdelen in andere landen heeft moet het de mensenrechten hoog hebben zitten, de consumenten moeten goed gediend worden. Zij moet dit niet als een streven hebben, maar hier volkomen voor gaan. De 3 gegeven voorbeelden moeten niet als leefregels van een MVO gezien worden, deze moeten in de mentaliteit van het bedrijf zitten. MVO moet geen lasten meebrengen, het biedt een kans voor een bedrijf om de wereld te veranderen, de kunst is om het zo in te richten dat het ook nog eens rendement oplevert. Ik denk zelf dat een bedrijf wat voor duurzaam ondernemen kiest de plicht heeft om goed voor de maatschappij te zorgen en zich hier zoveel mogelijk voor in te zetten, maar het moet niet zo zijn dat dit het hoofddoel vervangt. Het hoofddoel van een onderneming is winst behalen, dit mag niet veranderen doordat het bedrijf voor een andere vorm van ondernemen kiest. Het betekend dus dat het bedrijf via een duurzame manier nog steeds naar maximale winst streeft. Er komen door deze keuze wel een aantal randvoorwaarden bij, maar het doel blijft: economische vooruitgang voor het bedrijf, op een duurzame manier gecreëerd.
Duurzaam ondernemen heeft in dit PWS de omschrijving: het duurzaam produceren van de producten die het bedrijf in een duurzame bedrijfscultuur en –uitvoering faciliteert. Het hoeft niet te betekenen dat het ‘duurzame bedrijf’ (alleen) gezonde producten produceert en verkoopt. Zo kan Britisch-American Tobacco, wat tabaksgoederen produceert, ook een duurzame bedrijfsuitvoering hebben. Door bijvoorbeeld boeren een eerlijke prijs aan te bieden voor hen producten of door het inzetten van duurzame energie in het productieproces, nu is dit alleen natuurlijk niet genoeg om als onderneming een duurzame kwalificatie te verkrijgen. Dit zelfde geldt ook voor de olie-industrie. Nou is dit riskanter want hier raken we al snel over hoop met milieuvervuiling. Van deze sector wordt over het algemeen het volgende geëist: een streven naar meer duurzame en alternatieve energie in de toekomst. Dit kan bekeken worden door de activiteit van de Research- and Development-afdeling wat onderzoeken en innovaties naar en op duurzame energie betreffen. Afbouw van de reële productie (aanbod per consument) van olie. Dit is wat een olie-onderneming duurzaam zou maken, wat nog steeds door velen betwijfeld wordt. Ook kunnen goede omgang met leefgebieden van mensen waar olie uit de grond gehaald wordt, gezien worden als duurzame bedrijfsvoering. Dit geldt ook zeker voor ondernemingen in de voedingsindustrie zoals Unilever omdat deze ook vaak grondstoffen uit gebieden halen waar de lokale bevolking weinig kan maken tegenover een groot industrieel bedrijf zoals Unilever of Ahold. Eerlijkheid en transparantie zijn zeer belangrijk voor deze groep dubieuze ondernemingen om toch als duurzaam gekwalificeerd te worden. Er moet een duidelijke grens zijn tussen gezonde en duurzame producten. Een product kan namelijk zeer gezond voor mensen zijn en zou daarom al snel als duurzaam gezien worden, dit is echter een illusie die bedrijven maar al te graag creëren. Zo kan een bepaalde soort vis erg gezond zijn, terwijl de vis in een overbevist gebied gevangen is, en daarmee dus verreweg van duurzaam geproduceerd is. Andersom is hetzelfde mogelijk, denk aan het voorbeeld wat ik eerder gegeven heb over tabaksfabrikanten, producten die ongezond (of zelfs schadelijk) zijn kunnen op duurzame wijze geproduceerd zijn en daarmee een duurzamere kwalificatie krijgen dan de op ‘schadelijke wijze’ gevangen vis.
Unilever produceert nu al voor een groot deel op een duurzame wijze. Echter zijn er economen en bedrijfskundigen die pleiten voor niet alleen duurzame productie maar ook optimaal ecologisch verantwoord gebruik maken van grondstoffen en afvalstoffen van de producten. Recyclen krijgt op deze manier een nieuwe invulling. Wat dit precies inhoudt zal ik aan de hand van een voorbeeld uitleggen. Een koffiezaak zou van het afval wat hij overhoudt door koffie te produceren, het koffiedik, kunnen gebruiken om hier paddenstoelen op te kweken. Normaal gesproken wordt dit gedaan op het gruis van een dure houtsoort. Hierdoor worden er dus bomen gespaard, er is immers minder hout nodig. Ook houdt de producent van koffie minder tot geen afval meer over aangezien het koffiedik nu dient als voedingstof voor de productie van paddenstoelen, sterker nog hij kan zijn afval verkopen. Om nog optimaler gebruik te maken van de ‘afvalstof’ zou men de restanten uit de kweek van de paddenstoelen kunnen gebruiken als dierenvoeding. Dit is gebruik maken van producten op een natuurlijke wijze, de natuur leert ons iets waar wij ons voordeel uit kunnen halen, de natuur kent namelijk geen afvalstoffen. Dit is hoe wij onze huidige vervuilende economie in een duurzame circulaire economie veranderen kunnen. Het enige probleem voor bedrijven is dat zij op deze manier van ondernemen van de ‘core of business’ zullen moeten afwijken, een koffieproducent moet hierdoor ook paddenstoelen gaan produceren, en juist dit willen bedrijven liever niet. Een bedrijf als Unilever zou hier ontzettend veel voordeel uit kunnen halen omdat zij een breed productieproces hebben met verscheidene soorten producten. Zo kunnen de afvalstoffen van het ene product, de productie van het andere product ondersteunen.

Meetbaarheid van duurzaamheid
Hoe kunnen we de duurzaamheid van producten of bedrijven nou meten? Dit is een lastig vraagstuk, zeker omdat dit grotendeels gaat over waardeoordelen die hier aan gegeven worden. Duurzaamheid bestaat - zoals hierboven beschreven, uit het zuinig en bewust omgaan met grondstoffen, eerlijke handel, mensvriendelijkheid, milieuvriendelijkheid, laag CO-2 gebruik, efficiëntie, ethische bewustzijn en het recyclen van afval. En eigenlijk zou er nog een criteria aan toegekend mogen worden: de betrokkenheid van de gehele organisatie bij het duurzame handelen van het bedrijf. Nou kent niet ieder persoon, elke expert of bedrijf dezelfde van deze aspecten aan zijn perceptie van duurzaamheid toe. Daarom is het erg moeilijk om bedrijven volgens enkele experts’ samengestelde definitie van ‘Duurzaamheid’ te beoordelen als er geen algemeen en universeel geldende waarde aan wordt toegekend. Toch claimen bepaalde wetenschappers een juiste methode van het meten van duurzaamheid gevonden te hebben. Een wetenschapper die hier aan de RUG onderzoek naar gedaan heeft is kortgeleden gepromoveerd door zijn proefschrift hier over te schrijven. In “Social footprints, measuring the social sustainability performance of organizations” heeft M. Mc Elroy duidelijk gemaakt hoe duurzaamheid volgens hem te meten is. Ik wil hier echter geen tijd aan besteden omdat het mijn PWS op een zijpad zou brengen. Daarom houd ik een andere en simpele methodiek aan van het beoordelen van bedrijven naar Duurzaam Ondernemen. Door de betrokkenheid van de te onderzoeken concerns bij de verschillende duurzaamheidsaspecten te meten, dit is namelijk wel mogelijk. Door te kijken hoe actief bedrijven bezig zijn met het in werk stellen of het nastreven van een beleid wat deze duurzaamheidsaspecten ondersteunt, en hoe deze aspecten meegenomen worden in het uitvoeren van de werkzaamheden en productie van de (duurzame-)goederen.
Duurzaam ondernemen bij Unilever
Unilever kan op dit moment gezien worden als één van de meest vooraanstaande duurzame ondernemingen die er veel aan doet om zich te ontwikkelen op het gebied van: gerecyclede producten, een eerlijke omgang met leveranciers/werknemers en nieuwe duurzame innovaties. Dit doet zij allen met een tactiek wat gericht is op groei door een duurzaam beleid, zij heeft wederom in 2011 bewezen dat dit prima samen kan gaan door een onderliggende omzetgroei van 6,5% te boeken. Er zijn verschillende duurzame merken van Unilever die in de afgelopen jaren met dubbele cijfers gegroeid zijn, dit wordt mede bereikt door hoog besparende ecologisch-efficiency programma’s waar de fabrieken op afgesteld worden en door de besparingen op duurzame verpakkingen. De medewerkers van Unilever worden erg betrokken bij de duurzame leefstijl: ze krijgen duurzame scorecards waar ze bepaalde zaken op bijhouden, veel managers krijgen een bonus uitbetaald wanneer ze hen duurzame doelstellingen gehaald hebben. Op dit soort manieren worden alle medewerkers bij het bedrijf en haar duurzame beleid betrokken, daarom mag er bij Unilever gesproken worden van duurzame vooruitgang.
Hoe ziet Unilever duurzaam ondernemen en ziet zij zichzelf al als een Duurzame onderneming? Unilever spreekt over zichzelf als een duurzame onderneming, alhoewel als er goed naar de eigen tekst gekeken wordt, er gesproken mag worden over een duurzame onderneming in wording. Er wordt (zoals het bedrijf zegt) gestreefd naar integriteit naar iedereen waar mee omgegaan wordt, zij willen positieve invloed leveren door commerciële activiteiten, betrekkingen met anderen en vrijwillige bijdragen. Verder staat er in de doelstelling van Unilever dat zij voortdurend betrokken wil zijn. Zij wil de invloeden op het milieu uit bedrijfsactiviteiten erg terug nemen, op termijn wil zij overgaan op volledig MVO. Unilever legt haar streven vast, zij heeft een Gedragscode voor al haar werknemers opgesteld. Iedereen moet zich aan een aantal normen houden. Ook de bestuurders van het bedrijf, dit moet er voor zorgen dat er door ieder persoon binnen het bedrijf goed gehandeld wordt. Dit is eigenlijk wel één van de voorwaarden van een MVO, daar heeft Unilever dus een groot pluspunt mee behaalt. Ook heeft zij een Bussines Partner Code opgesteld, die misschien nog wel meer duurzaam is. Dit zorgt er namelijk voor dat de leveranciers van Unilever op een lijn zitten met Unilever zelf als het gaat om het omgaan met milieu en eigen werknemers. Dit zet een beweging buiten het bedrijf voort, aangezien Unilever veel leveranciers heeft die afhankelijk van haar zijn moeten zij hier aan meewerken.
Duurzaamheidsanalyse Unilever * Zuinig en bewust omgaan met grondstoffen
Unilever haalt 24% van haar agrarische materialen en grondstoffen bij een duurzame leverancier weg, 64% van de palmolie die zij gebruikt is duurzaam geproduceerd. Daar komt nog eens bij kijken dat Unilever een grote rol heeft gespeeld bij het opzetten van de duurzame productie van Palmolie. Zij heeft een vooruitstrevende rol ingenomen bij het organiseren van de duurzame productie, daar werpen zich de vruchten nu van af want zij heeft recht op het grootste deel van de duurzame palmolie (de duurzame productie is nog niet groot genoeg om in het gehele aanbod te voorzien). Bovendien heeft Unilever als doel om in 2020, al haar grondstoffen weg te halen bij duurzame leveranciers. Het is vrijwel niet mogelijk om binnen enkele jaren 100% gebruik te maken van duurzame grondstoffen omdat de leveranciersketen daar zich niet zo snel op kan aanpassen en bovendien zijn er nog niet genoeg aanbieders hiervoor. Unilever stimuleert boeren en producenten van grondstoffen om over te gaan op duurzame productie. Het concern heeft binnen korte tijd een deel van de levering duurzaam weten te maken, heeft ambities om dit geheel te gaan doen en stimuleert de duurzame productie van grondstoffen. Toch neemt zij nog een groot aandeel van haar palmolie af van een zeer milieuonvriendelijk bedrijf, Wilmar International, ondanks dat het daar door meerdere internationale bedrijven op gewezen is. Hierdoor stelt zij toch het belang van goedkope inkoop boven de extra inspanning van het zoeken naar alternatieve duurzame palmolie, en dat is zeker niet duurzaam. * Eerlijke handel
Dit is een punt waar bij Unilever de afgelopen tijd veel heibel over geweest is. De multinational haalt via het dochterbedrijf Lipton Tea veel grondstoffen uit plantages in Nuwara Eliya, Sri Lanka. Dit gebied staat bekend om de vele armoede en slecht drinkwater, alhoewel Unilever claimt alleen thee van Rainforest-Alliance Certified boeren te kopen en daar dus een eerlijke prijs voor neer te tellen. Oxfam heeft kortgeleden contact gehad met Unilever en zij claimt op dit moment 100% duurzame thee-grondstoffen in te kopen en daar een eerlijke prijs voor te betalen. Onderzoeken van SOMO en ICN (India Committee of the Netherlands) wijzen uit dat arbeiders van plantages in India en Kenia onder slechte omstandigheden werken: uitbetaling van (minder dan) minimumloon, discriminatie, slechte huisvesting, slechte sanitaire voorzieningen, blootstelling aan pesticide en weigering van vaste contracten terwijl arbeiders al meerdere jaren in dienst zijn. Dit is al genoeg om te kunnen zeggen dat ook Unilever nog steeds oneerlijke handel drijft met zwakke mensen die daar niet tegen in kunnen gaan. Aan de andere kant zijn er ook goede ontwikkelingen, er is een fonds opgezet, Knorr Fund, waar ondernemers die bereid zijn duurzaam te ondernemen kunnen deelnemen aan een project. In 2011 was er €1 miljoen aanwezig in het fonds, wegens succesvolle projecten wordt het Knorr Fund uitgebreid. * Mensvriendelijkheid
Zoals ik ook al vermeld heb onder het criterium ‘eerlijke handel’ heeft Unilever nog veel te leren en moet zij haar arbeiders beter behandelen wil zij ooit volledig duurzaam worden. Dit gaat dan wat meer kosten maar nu levert zij half werk. Aan de andere kant valt er wat te zeggen voor het ingenieuze en betaalbare apparaat ‘Pureit’, een waterzuiveringsapparaat voor thuis. Hierdoor hebben nu al zo’n 40 miljoen mensen toegang gekregen tot veilig drinkwater en het doel van Unilever is om in 2020 500 miljoen mensen toegang te laten krijgen tot veilig drinkwater. Het leuke van deze innovatie is dat het op het (lage)inkomen van ontwikkelingslanden afgesteld is, zodat iedereen het kan betalen maar dat het wel winstgevend voor het bedrijf is. Dit is dus een echt goed voorbeeld van een duurzaam en innovatief product.
Ook komt mensvriendelijkheid naar voren in het punt ‘gezonde voeding’. Unilever heeft namelijk als doel gesteld om het deel van haar voedingsproducten wat aan de hoogste voedingskundige normen voldoet te verdubbelen van 22% naar 44%. Om dit te bereiken verlaagt zij het vet- en zoutgehalte in haar producten om de kans op ziektes zoals obesitas die een steeds grotere bedreiging in onze westerse maatschappij vormen te verkleinen. In 2012 is het doel om alle ‘schadelijke’ transvetten uit Unilevers producten te halen behaald, dit getuigt van goede inzet om gezondheid te verbeteren. * Co²-uitstoot en Milieuvriendelijkheid
CO²-verbruik verminderen is ook één van de belangrijke punten die op de duurzaamheidsagenda van Unilever staan. Hoe het Co²-verbruik van een onderneming gemeten wordt is verschillend. Dit kan in het meeste simpele geval door meting aan de hand van een standaardreferentiemodel van een machine of productieproces. Er zijn echter op dit moment onderzoeken van Universiteiten gaande waar de gehele keten bij langs gegaan wordt om een zo nauwkeurig mogelijke waarde vast te stellen.
De Co² uitstoot van Unilever ligt voor 68% in handen van de consument, hierdoor is het belangrijk dat Unilever de consument aanzet tot duurzamer gedrag. Zelf doet zij aan duurzame energie en duurzame fabrieksinrichting om zo haar eigen uitstoot te verminderen. Om het verbruik van de consument te beïnvloeden heeft zij een simpel stappenplan voor de consument opgezet om haar uitstoot te verminderen, dit heet stappenplan heet ‘5 levers for change’. Hiermee wil zij de gedachten en handelingen van de consument beïnvloeden maar dit gaat niet gemakkelijk is gebleken. Doordat de uitstoot van de consument in de afgelopen 2 jaar bijna niet afgenomen is, is de impact van Unilever op het milieu gelijk gebleven.
Unilever heeft zelf veel mooie dingen bereikt als het gaat om C0²-reductie zoals: efficiëntere transport en 100% duurzame energiegebruik in Europa. In 2011 is de totale uitstoot van CO² verminderd met 20% per ton ten opzichte van 2008, t.o.v. 1995 is er een absolute afname van 55%. De zogenoemde ‘refrigeration’ CO² uitstoten zijn een groot probleem voor voedingsconcerns. Dit zijn de CO²-uitstoten veroorzaakt door koelingssystemen om de voorraad te koelen, deze geven een hoge bijdrage aan de uitstoot. Unilever ligt hier ver in voor op andere concerns zoals Ahold bijvoorbeeld. Het heeft in 2011 in totaal 470.000 klimaat vriendelijke ijskoelers in bezit. De grootste uitstoot zit hem in de zeep, shower- en douchegelproducten. Zoals in onderstaande diagram te zien is, is de uitstoot veroorzaakt door verzorgingsproducten 52%. De reden hiervoor is dat er veel (warm)water verbruikt wordt bij het consumeren van deze producten. En consumenten hebben de gewoonte om voor een lange tijd onder de douche te staan, dit is moeilijk te veranderen maar door Unilever wil dit probleem aanpakken door het onder de consumenten meer onder de aandacht te brengen. Unilever wil het door innovaties ook gemakkelijker maken voor de consument, zo is onlangs de ‘droge shampoo’ geïntroduceerd. Hiermee kunnen consumenten hen haar wassen zonder daar voor onder de douche te moeten staan.

Unilever is efficiënt bezig als het gaat met verpakkingen en afval. In de periode van 2008-2011 heeft zij 4% minder verpakking per product gebruikt en 40% minder afval door productie gerealiseerd. In 2011 hadden 74 van de 258 fabrieksterreinen geen enkel schadelijke afval geproduceerd, het doel is om in 2012 dit bij de helft van de fabrieken te realiseren. Dit zijn vrij indrukwekkende resultaten, over water verbruik binnen Unilever zelf zijn de resultaten ook vrij positief. In 2011 is er een vermindering van 17% waterverbruik per ton geproduceerde goederen, en 72% absolute afname t.o.v. 1995. Het doel is om waterneutraal en zonder afval te gaan werken in de toekomst, in Zuid-Afrika is dit al gelukt in een nieuwe fabriek na een investering van €70mln. * Efficiëntie
Unilever is hier goed in op weg, door een goed transportbeleid, goede omgang met water en een zuinig verpakkingsbeleid. In de Benelux worden er 50.000 km minder per week gereden door nog eens goed naar de bevoorrading te kijken wat ongeveer €3.9 miljoen per jaar aan kosten bespaard. In Brazilië is een groot deel van het transport van vrachtwagens naar containerschepen gegaan wat veel geld en uitstoot bespaard. Door het installeren van gecombineerde warmte en stroom systemen in Europese fabrieken is er in 3 jaar tijd €10 miljoen bespaard. * Ethisch bewustzijn
Op het eerste gezicht lijkt Unilever een zeer ethische blik op haar activiteiten te hebben en daar overal verantwoordelijkheid voor te nemen, maar als we externe rapporten over Unilever bekijken zien we dat dit niet altijd het geval is. In onze wereld werken 450 miljoen mensen in de landbouwsector en in vele landen leven 60% van deze arbeiders nog steeds onder de armoedegrens. Voedingsconcerns, waaronder Unilever, erkennen deze fouten maar doen erg weinig om de problemen aan te pakken. Alhoewel de relatie tussen de machtige producent en de armoedige landarbeiders nu meer onder de aandacht gebracht is, is er nog net zo veel armoede als 100 jaar geleden. Dit is een probleem waar Unilever tot nu toe te weinig aan gedaan heeft. In plaats van het probleem toe te geven wordt het ontkend (zoals ik onder ‘eerlijke handel op bladzijde 8’ besproken heb) en wordt het dus niet opgenomen in de duurzaamheidsdoelstellingen. * Recyclen
Dit is één van Unilevers doelen waar zij gedeeltelijk niet mee op schema ligt. Zij had namelijk als doel om her te gebruiken verpakkingen te leveren zodat dit veel verpakkingsmateriaal zou besparen. Dit is bij consumenten niet goed aangeslagen waardoor het de doel niet op koers ligt. De reden die Unilever hiervoor geeft is dat consumenten in een groot aantal landen dit al als gewoonte hebben. Daarmee is het doel van Unilever niet gehaald maar het universele doel om minder verpakkingsafval te produceren is wel behaald. Er is in 2011 1400 ton aan hard plastic hergebruikt in nieuwe producten. Van het geheel aan gerecyclede producten is een stijging van 3,4% in 2011 t.o.v. 2011 te zien. Dit is een positieve trend, waarmee Unilever goed op schema ligt. * Betrokkenheid van gehele organisatie bij sociale beleid
Unilever heeft duurzaamheid heel breed in de organisatie opgenomen, er is een Gedragscode voor medewerkers opgesteld waarin aan alle medewerkers gevraagd wordt om op een duurzame manier te leven en in het bedrijf te werk te gaan. Unilever staat bekend om het streven om op termijn een volledig duurzame onderneming te worden, dit trekt veel talenten aan om voor het bedrijf te gaan werken en om zich harder in te zetten voor het bedrijf. Integriteit en respect staan centraal voor Unilever medewerkers, dit is wat het bedrijf van medewerkers vraagt om betrokken te zijn bij de organisatie en de duurzame koers.
*Informatie is voor een gedeelte gehaald uit het laatst bekende duurzaamheidsverslag uit 2011.
** In de beoordeling van Unilever is informatie gegeven die voor een groot deel ook van toepassing is op de concerns Ahold en P&G, daarom zal ik op deze bedrijven minder in gaan omdat het een overlapping heeft.
Duurzaam ondernemen bij Procter & Gamble
Dit is net zoals Unilever een voedingsmiddelenconcern, alleen is zij nog groter. Ook zij heeft een duurzaamheidsplan, de focus ligt wel op andere plaatsen dan bij Unilever. Bij P&G hechten ze veel waarde aan vermindering van de ecologische voetafdruk, er was een doel van 50% vermindering van energie-, CO²- en waterverbruik voor de periode 2002-2012 afgesproken, dit doel is al behaald. Ook vinden ze bij P&G sociale betrokkenheid bij ontwikkelingslanden belangrijk, vooral omdat daar meer dan de helft van de omzet vandaan gehaald wordt. Zo heeft P&G speciale projecten opgezet voor voldoende watervoorziening, ziektes voorkomen, kinderen onderwijzen en onderdak bieden. Procter & Gamble is dus sociaal betrokken, streeft naar een beter milieu en gaat daarom zuinig om met water en energie. Toch doet het bedrijf meer en hier verdient ze pas echt veel geld mee: één van de doelen is om in de periode 2007-2012, 50 miljard duurzaam innovatieve producten te verkopen en ook dit is nu al overschreden met 52 miljard verkochte producten in 2011. Het beleid van P&G vind ik zelf heel erg sterk want zij bouwen aan mensen, dat is erg belangrijk. Wij staan met andere mensen in de wereld en we leven voor mensen, met de aarde, maar we leven niet voor de aarde. Daarom denk ik dat het erg van belang is dat bedrijven veel doen aan ontwikkelingswerk, en opbouwende hulp. Zodra er welvaart is in de ontwikkelingslanden kunnen zij ook gestimuleerd worden om duurzaam te leven en te ondernemen. En dit is zeer van belang, want veel Afrikaanse landen staan op het punt om een economische inhaalslag te maken. Dit is nu al te zien door de snelle technologische ontwikkeling: 20 jaar geleden had niemand in Afrika een mobiele telefoon, vandaag de dag zijn er 800 miljoen mobiele telefoons in Afrika. Hierdoor is er een verbeterde (technische-)infrastructuur wat op zijn tijd weer leidt tot meer werk en welzijn. Als Afrika zich net zoals het westen op milieuvervuilende manier verder zal ontwikkelen gaat het compleet verkeerd in de wereld. Daarom is het goed om in duurzame ontwikkelingen in Afrika te investeren, hiermee wordt de hele aarde gespaard.
Procter & Gamble heeft aan aantal duurzaamheidsaspecten goed door zoals: duurzame productinnovatie, mensvriendelijk en eerlijk ondernemen. Andere essentiële aspecten zijn: milieuvriendelijk en CO-2 neutraal ondernemen. Deze heeft zij opgenomen in haar MVO beleid. Een doel van de afgelopen tien jaar was om de CO-2 uitstoot, waterbeschikking en gebruik en het energiegebruik per geproduceerd product met 50% naar beneden te brengen. Deze doelen zijn allemaal ruim behaald en nog verder overschreden. Het bedrijf investeert jaarlijks $2 miljard in Research and Development waarmee zij meer duurzame en innovatieve producten op de markt wil zetten. Dit is 60% meer dan de dichtstbijzijnde concurrenten zoals Unilever. Hiermee hebben ze een voorsprong op Unilever.
Duurzaamheidsanalyse Procter & Gamble * Zuinig en bewust omgaan met grondstoffen
P&G heeft hier één concreet hoofddoel voor: In 2020 zullen 100% van alle producten gemaakt zijn van duurzame of gerecyclede materialen. Voor 2020 willen P&G 25% van de op petroleum gebaseerde producten met duurzame (biologische en recyclebare) materialen produceren. Om plastic te recyclen werken zij samen met andere grote multinationals onder de naam ‘Plant PET Technology Collaborative’ afgekort als PCT. Hierin werken zij samen met Nike, Heinz, Coca-cola en Ford. Samen produceren zij een lichte en duurzame vorm van plastic, die gebruikt wordt voor producten en verpakkingen. Hiermee verminderen zij samen hen invloed op het milieu. Een ander doel is om voor 2015 100% van de houtvezels door 3e partijen goed te laten keuren en om 40% van het houtvezelgebruik door Forest Stewardship Council (FSC is een duurzaamheidskeurmerk voor hout) goed gekeurd te krijgen. Tegen 2020 is het doel om 100% duurzame verpakking te gebruiken. P&G doet zelf keuringen van de palmolie leveranciers en is lid van de Roundtable for Sustainable Palm Oil (RSPO is een duurzaamheidsraad die streeft naar volledige duurzame palmolieproductie). In 2011 was slechts 9% van de aangekochte palmolie als duurzaam gekwalificeerd. Volgens P&G ligt het bedrijf op koers met het doel van 2015; 100% van de ingekochte palmolie is verantwoordelijk en duurzaam geproduceerd. * Eerlijke handel
In september 2003 heeft procter & gamble als een van de eersten in Amerika ingestemd met eerlijke handel met koffie en cacao boeren. Dit heeft zij niet zo maar gedaan, onder druk van advocatenkantoor Millstone en de aandeelhouders heeft het ingestemd met de inkoop van koffiebonen tegen het Fair-Trade tarief. Dit was een grote stap want P&G is één van de 4 grootste koffieproducenten en –verkopers in de VS. Hiermee is het een beleid van eerlijke handel ingeslagen. Verder heb ik geen negatieve berichten kunnen vinden die er op wijzen dat P&G oneerlijke handel drijft met arbeiders in de VS of in andere landen. * Mensvriendelijkheid
Procter & Gamble claimt dat mensenrechten geïmplementeerd zijn in het bestaande beleid en de bedrijfsuitvoering. Het bedrijf houdt de ontwikkelingen van the ‘UN Working Group on Business and Human Rights’ in de gaten en streeft deze regels en richtlijnen na. Het doet mee aan discussie in U.S. State Departments over maatschappelijk verantwoord ondernemen (in het engels: Corporate Social Responsibility). Op navolging van de ontwikkelingen van de Business and Human Rights Group van de Verenigde Naties wil het concern in 2012/2013 een mensenrechtenbeleid in samenwerking met de VN opzetten. Dit is opgezet door stakeholders van binnen en buiten het bedrijf.
Wat het bedrijf verder aan ontwikkelingshulp gedaan heeft is fenomenaal. Met het programma ‘Live, Learn and Thrive’ wil het bedrijf voor 2020 300 miljoen kinderen in 120 achtergestelde landen (waar meer dan de helft van de omzet vandaan komt) helpen met onderwijs, water- en sanitaire voorzieningen, ziektes voorkomen en baby’s verzorgen. Alhoewel dit in eerste instantie een liefdadigheidsprogramma is, heeft het ook een zeer tactische reden. Doordat P&G nu al meer dan 22.000 levens in ontwikkelingslanden gered heeft, en het nog steeds zorgt voor kinderen, draagt het bij aan het welzijn van de toekomstige afnemers van hen producten. Het bouwt ook nog eens een ontzettend goede goodwill op in die landen, de naamsbekendheid groeit en mensen willen best geld neer tellen voor een producent die het drinkwater van hen kinderen schoon en veilig maakt.

* CO²-vebruik en Milieuvriendelijkheid
P&G heeft een aantal milieudoelstellingen geformuleerd, voor zowel ontwikkelde als onderontwikkelde landen. Deze worden door P&G en soms door nog meer organisaties nagestreefd en uitgevoerd. Zo is er in de Filipijnen een Waste to Worth team(W2W) samengesteld die een succesvol en winstgevend bedrijfsmodel voor het afvoeren en recyclen van afval opgesteld hebben. Dit is door een ander lokaal bedrijf overgenomen, die via P&G bij de Asian Development Bank een lening daarvoor gekregen heeft. Het zijn dit soort innovatieve ideeën die P&G onderscheiden van andere multinationals. 70% van alle verkochte wasmachines zullen in 2020 alleen nog gebruik maken van koud water, op dit moment is dat 40%, het doel ligt goed op koers. Het energiegebruik is in 2012 t.o.v. 2007 met 16% afgenomen, de CO²-uitstoot is in diezelfde periode met 14% afgenomen. Voor het waterverbruik geldt voor de periode 2007-2012 een afname van 22%, voor afval is een afname van 71% voor die periode gerealiseerd.
Het mooie is dat P&G het voor mekaar heeft weten te krijgen dat zij door middel van haar producten en de vele innovaties daarop een significante daling van de ecologische voetafdruk heeft weten te creëren van <10%. Er is in totaal al $52 miljard aan omzet gedraaid op alleen duurzame producten. Dit is zeer vooruitstrevend van P&G. * Efficiëntie
P&G heeft al gezien dat het duurzame beleid zijn vruchten afgeworpen heeft. Tot nu toe heeft het in totaal al een besparing van $1 miljard opgeleverd. 99.2% van wat er aan grondstof binnenkomt wordt uiteindelijk gebruikt voor de producten, dat betekend dat er slechts 0.8% van een grondstof verloren gaat. Het doel voor 2020 is om dit percentage terug te dringen tot 0.5%. Door het distributienetwerk nog een keer goed door te nemen en de efficiëntie te optimaliseren is de wachttijd van voorraden met 40% gedaald. De kernvoorraad is daarmee met 11% gedaald. Een ander gevolg was, een afname van het aantal kilometers per jaar met 5 miljoen. * Ethisch bewustzijn
Dit bedrijf doet waar het voor staat, het ziet het er naar uit dat dit bedrijf niks te verbergen heeft. En anders dan bij Unilever, waar 30% van de omzet uit voedingsproducten verkregen wordt, heeft dit concern daar maar een aandeel van <4% in. Daardoor kan ik niet dezelfde conclusies als bij Unilever trekken. Wel is het zo dat het bedrijf haar houtvezel gebruik met opzet laat checken door derden, en daar 100% goedkeuring van wil ontvangen, tegenover 40% goedkeuring van een internationaal erkende organisatie (FSC). Dit keur ik af, omdat dit eigenlijk betekend dat 60% van haar houtvezelconsumptie door een duurzaamheidskeurmerk niet goed gekeurd wordt. Ook heeft het bedrijf een duurzame betrekking van palmolie van slechts 9%, hier mag echter, voor zowel Unilever als P&G, soepel voor gerekend worden aangezien ze te maken hebben met een gering aanbod van duurzame leveranciers.

* Recyclen
Het doel van P&G is om in 2020 100% gebruik te maken van gerecyclede producten (voor producten waar dat mogelijk voor is). Zij ligt hier met bepaalde merken goed mee op schema zoals Pantene (haarverzorgingsproduct), waarvan de verpakking al voor 45% uit biologische materialen bestaat. Dit gebruikt zij in plaats van hard plastic. Met haar merk Gilete is P&G in veranderd van een plastic naar een gerecyclede kartonnen verpakking wat het 50% makkelijker maakte om het te vervoeren (gewicht en omvang), 164.000 KG verpakkingsmateriaal bespaard en jaarlijks $1 miljoen aan besparingen oplevert. Het belangrijkste wat P&G doet is projecten op zetten om gezamenlijk meer te recyclen. Dit heeft zij samen met ‘the Association of Postconsumer Plastic Recyclers’ (APR) gedaan. P&G heeft veel geld in onderzoeken gestoken en dit heeft al enkele grote resultaten opgeleverd zoals 350 miljoen pond aan gerecycled plastic, door een project samen met groentewinkels en hypermarkten. * Betrokkenheid van gehele organisatie bij sociale beleid
Bij dit concern is de betrokkenheid bij het eigen beleid en bij het sociale beleid zo vergevorderd dat het concern zelfs informatie en technieken om te verduurzamen deelt met anderen bedrijven. Zij zeggen er zelf alles aan te willen doen om leveranciersketens van andere bedrijven ook zo duurzaam mogelijk te maken. Door een ‘Supply Chain Environmental Sustainability Scorecard’ heeft het concern het gemakkelijk voor andere grote en kleine bedrijven gemaakt om duurzaamheid verder in de leveranciersketen te onderzoeken en te implementeren.
P&G stimuleert haar werknemers om duurzaam te leven, elk jaar houdt het bedrijf wereldwijd events om duurzaamheid extra onder de aandacht van de werknemers te brengen. Dit doet zij door de ‘Earth Week’ wat dit jaar in het thema van minder energie verbruiken op de werkvloer stond.

Duurzaam ondernemen bij Ahold
Ahold is een goed voorbeeld van een bedrijf wat nog erg veel te leren heeft, maar vooral nog veel in te halen heeft. Dit komt door het grote debacle rondom Ahold wat speelde in 2006/2007. Dit heeft Ahold een overdonderende klap gegeven waar zij nu langzamerhand van bekomen is. Toch heeft zij voor lange tijd de focus moeten leggen op het van binnen uit her opbouwen van de onderneming, en daarmee heeft zij weinig energie kunnen steken in duurzaamheid. Afgezien van dat dit erg vervelend is, mogen we Ahold hier niet op bevoordelen, het blijft een onderneming en die onderneming moet ook verantwoording afleggen aan het milieu en het publiek. Zij heeft sinds 2011 duurzame doelen gesteld dus het gaat de goede kant op. De doelen zijn: 1. Zorg ervoor dat de producten veilig en verantwoord zijn en dus van een goede [duurzame] leverancier komen. 2. De voetafdruk van de leveranciersketen verminderen. De voetafdruk van 50% van de leveranciers moet voor 2015 in kaart gebracht zijn. 3. De ecologische-voetafdruk van het gehele concern verminderen. Verminder het energieverbruik en de co2-uitstoot per vierkante meter winkelruimte met minstens 20% voor 2015 ten opzichte van 2008 (555 kg). Voor het einde van 2011 moesten alle leveranciers een verspillings-toezicht systeem opgesteld hebben. 4. Draag bij aan het welzijn van de community, gemeenschap, of maatschappij. 5. Moedig de werknemers aan om gezond en duurzaam te leven en te werken.
Ahold heeft gezien dat duurzaam ondernemen werkt, dus kan het ook voordelen voor haar hebben. Albert Heijn is een voorbeeld voor alle Nederlandse supermarkten als het gaat om duurzaam ondernemen. Zij heeft met de introductie van haar merk ‘Puur & Eerlijk een grote stap gezet in het duurzaam inrichten van haar assortiment en om duurzame producten goed op de kaart te zetten. Toch heeft zij nog heel veel milieuonvriendelijke en op oneerlijke manier geproduceerde producten in haar assortiment. Denk aan het eigen AH-huismerk of de Euroshopper producten, deze worden voor het grootste gedeelte op onverantwoorde manier geproduceerd, hier kan zij nog veel aan veranderen. Dat doet het bedrijf ook, zij wil voor 2015 ook al deze huismerken duurzaam produceren. Maar tot dit besluit is het bedrijf alleen gekomen doordat zij gezien heeft dat Puur & Eerlijk aanslaat bij de consument. Als Het heeft een aantal duurzame producten in het assortiment opgenomen. Ze werken samen met het sustainability consortium, ook zijn ze lid van MVO Nederland (de Nederlandse Brancheorganisatie van Duurzame ondernemers). Het concern is goed op weg zo heeft het 10.000 km aan glazen deuren in de koelvitrines geplaatst wat heel veel CO2-uitstoot bespaard. Toch kunnen ze nog veel meer doen, zeker als het om hen producten gaat. Want die komen niet altijd uit gebieden waar de mensenrechten hoog in het vaandel staan of ze kiezen ervoor om de producten weg te halen daar waar het goedkoopste kan. Dat is niet altijd even milieuvriendelijk zoals de paling die helemaal uit Madagaskar gehaald wordt, hiermee wordt de gespaarde CO2 als nog door het concern uitgestoten. En juist door dit soort zaken lijkt het alsof het bedrijf bij consumenten over wil komen als een duurzaam en maatschappelijk verantwoord bedrijf terwijl het nog niet werkelijk de kernwaarden hiervan bezit.
Ahold heeft tot 2010 een reductie van 3% gehaald, de toenmalige Bestuursvoorzitter stelde dat het doel van 20% reductie in 2015 nog wel gehaald gaat worden. De 2 grootste bronnen van CO2 uitstoot zijn elektriciteit en ‘refrigerance substances’ [stoffen die de ozonlaag afbreken] van de koelers uit opslagruimtes. Vooral met het 2e punt willen ze veel co2-uitstoot reduceren.
Het concern heeft er over gesproken om vanaf 2012 bonussen van bestuurders te koppelen aan duurzame prestaties die behaald worden, dit duurzame beloningsbeleid is er niet doorgekomen. De redenen die Ahold hiervoor gaf: koerswijzigingen en wisselingen van bestuurders aan de top van het bedrijf.
Toch mag er niet alleen negatief over de ontwikkelingen van Ahold gesproken worden. Sinds september 2012 doet zij mee aan een sociaal programma om mensen met een arbeidsbeperking op te nemen in haar organisatie.
Een groot probleem waar men al snel tegen aan loopt wanneer men de leveranciersketen van versproduct tot aan grondstof af zoekt is dat er ergens tussen boer en groothandel een schakel zit waar alle duurzame en schadelijk geproduceerde grondstoffen met elkaar vermengd worden. Zo is dit lange tijd gegaan met palmolie. Duurzame palmolie kwam in één depot terecht samen met palmolie die een gigantische ecologische voetafdruk achterliet. Consumenten gebruikten uiteindelijk dus shampoo die bestond uit een mengsel van duurzame en normale palmolie, de Producent had wel de inkoopprijs van Duurzame Palmolie betaald. Dit is zo met nog veel meer andere grondstoffen gegaan, nog sterker, dit is exact zoals het nu in de Europese vleesindustrie gaat. Hier is in begin 2013 nog veel heibel over geweest in verband met vermengd paardenvlees.
Deze problemen van een ondoorzichtige leveranciersketen hebben grote producenten zoals Unilever en P&G al voor grote gedeelten opgelost. Door betere handelsconnecties met boeren op te zetten bijvoorbeeld, Ahold is hier ook ver op weg naartoe maar zij heeft minder invloed op leveranciers door minder grote afname.
Duurzaamheidsanalyse Ahold * Zuinig en bewust omgaan met grondstoffen
Voor de fabricatie van eigen producten wil het bedrijf voor 2015, 6 belangrijke grondstoffen uit volledig duurzame bronnen betrekken: koffie, thee, cacao, palm olie, soja en vis (zee voedsel). Tot nu toe haalt het bedrijf voor slechts een gedeelte deze grondstoffen bij duurzame primaire producenten weg: 48% van de koffie , 78% van de thee, 82% van de cacao, 100% van de gecertificeerde palmolie en 0% van de gemengde palmolie (dubieus), 0% van de soja en 15% van het zee voedsel. De cijfers liegen er niet om, er moet nog een hoop gebeuren. Zeker als het gaat om vis, verdient Ahold geen duurzame kwalificatie. Het vliegt paling in vanuit Madagaskar omdat het daar extreem goedkoop gevangen kan worden in plaats van het te vangen in andere gebieden zoals Scandinavië waar men genoegen zal moeten nemen met een lager winstmarge. Ook als het gaat om palmolie wil dit bedrijf zich er beter van af maken dan hoe de zaken werkelijk lopen. De cijfers zijn niet bekend maar waarschijnlijk neemt het aandeel van Gecertificeerde Palmolie minder dan 10% in, in de volledige vraag naar palmolie. Ook is Ahold lid van de ‘Round Table on Responsible Soy’ (RTRS), en claimt tegen 2015 alleen nog maar duurzame olie in te kunnen kopen. ASEED Europe een actiegroep die tegen dubieuze praktijken m.b.t. duurzaamheid in actie komt. Heeft Ahold aangevallen op het claimen van het in de toekomst aan kunnen bieden van duurzame olie. Dit omdat RTRS zeer zwakke eisen stelt waardoor er helemaal geen duurzame verandering op hoeft te treden. * Eerlijke handel
Ahold heeft als eerste doel, wat handelsbetrekkingen betreft, gesteld dat minimaal 80% van de leveranciers van grondstoffen voor eigen merken gecertificeerd moeten zijn door ‘Global Food Safety Initiative’ (GFSI). Op het eerste gezicht lijkt dit een goede doelstelling maar toen ik opzocht wat de GFSI voor organisatie is, blijkt het een organisatie te zijn die zich bezig houdt met de controle op veiligheid van de grondstoffen en voedsel, niet op de duurzaamheid of eerlijke handel. Ahold heeft in Europa 90% goedgekeurd gekregen door GFSI en in Amerika is dit nog slechts 49%.
Ahold heeft ook in haar beleid opgenomen dat alle leveranciers de ‘Standards of Engagement’ tekenen. Hierin is opgenomen dat hen werknemers met respect en waardigheid behandeld moeten worden en dat ze allen het recht hebben om in vrijheid te leven. Er is ook een Supplier Information Management system opgericht waarin teams aan de slag gaan met het in kaart brengen van de gehele leveranciersketen om betere controles in werking te stellen. Het doel is om in 2015, van 50% van alle leveranciersketens de ecologische voetafdruk in kaart gebracht te hebben.
Het 2e doel van Ahold, met betrekking tot eerlijke handel, is met 100% zekerheid vaststellen dat de leveranciers voor eigen merk producten in hoog-risico landen de sociale normen van Ahold nastreven. Deze heeft het bedrijf gelijkgesteld aan de normen en waarden van ‘the Business Social Compliance Initiative’ (BSCI). Dit is een wereldwijd erkende organisatie die in vele landen opkomt voor de rechten van werknemers zoals: handhaving minimum loon, veilige werkomstandigheden en geen gedwongen arbeid. Ahold heeft nog steeds moeite om dit doel na te streven omdat nog niet alle leveranciersketens vastgesteld zijn. In 2011 waren fruit en groente in Europa en zee voedsel in Amerika onder zware controle gesteld. In 2011 waren 565 werklocaties in hoge risico landen in kaart gebracht, waarvan tot nu toe slechts 111 de BSCI normen goed nastreven. * Mensvriendelijkheid
Ahold is een concern wat veel supermarktbedrijven bezit, hierdoor hebben zij veel flexibele werknemers. Helaas heeft het bedrijf de afgelopen jaren niet veel goede publiciteit gekregen voor de flexibele omgang met haar werknemers. Zo hebben haar supermarkten uit de VS arbeiders uit lage-lonen landen ingevlogen om daar tegen slechte omstandigheden te werken. Een conflict, tussen Amerikaanse winkelketens van Ahold (Martin’s, Giant-Carlisle en Stop & Shop) en de werknemersvakbond UFCW, wat in 2011 begonnen is heeft ernstige gevolgen gehad. Giant-Carlisle heeft werknemers geïntimideerd om ze ervan te weerhouden zich aan te melden bij de vakbond. Ahold heeft dit alles ontkend, het zegt zich aan de Amerikaanse wetten te houden en zich met passie in te zetten voor haar eigen werknemers. Zoals ik ook al vermeld heb onder ‘Eerlijke Handel’ hebben slechts 111 van de 565 (toe-)leveranciers in risicolanden de mensenrechten hoog in het vaandel. Dit valt dan niet onder direct toezicht van Ahold maar het heeft wel de verantwoordelijkheid om dit op korte termijn ook voor mekaar te krijgen. Het bedrijf is ook zeer actief als het gaat om campagnes om mensen bewust te maken van gezond eten. Nu moet er wel meteen gezegd worden dat gezond eten belangrijk is maar totaal niet essentieel voor duurzaam ondernemen. Het getuigt van betrokkenheid bij de maatschappij! En dat is een belangrijk onderdeel van de maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dan mag het niet de even zo belangrijke andere aspecten zoals milieuvriendelijkheid en CO² neutraliteit ondermijnen. * CO²-uitstoot en Milieuvriendelijkheid
Een aantal goede zaken die Ahold ondernomen heeft om de CO²-uitstoot te verminderen zijn: 1. Ahold doet mee aan Duurzaam vliegen, vliegen op biobrandstof, dit betreft alleen de vluchten voor de top van het concern dus van een grote impact is geen sprake maar het straalt wel iets uit naar buiten. 2. Het aanleggen van duizenden kilometers aan glazen wanden voor de koelingen in de winkels wat veel energie bespaart, en dus CO²-uitstoot. 3. Het installeren van EnerNOC’s EfficiencySMART platform, dit is een systeem wat veel energie bespaart. Het is aangelegd in veel Amerikaanse winkels, en bespaart jaarlijks 5% op de energierekening. Door het donderen van voedsel aan voedselbanken wordt er minder weggegooid waardoor het percentage afval afgenomen is met 2-3%. De hoofddoelstelling op dit gebied is: het verminderen van de CO²-uitstoot per m² winkeloppervlakte met 20% in 2015 t.o.v. 2008. In 2011 was een daling 10,5% behaald t.o.v. 2008.
Er zijn nog meer positieve ontwikkelingen in de winkels, maar er staan ook nog veel negatieve ontwikkelingen tegenover. Zoals het invliegen van paling wat ik al eerder benoemd heb. Waardoor er veel gevlogen wordt en wat ontzettend veel CO² uitstoot. In Nederland is er een afname van energieverbruik te meten maar in de rest van Europa is vanaf 2010 een stijgende lijn te zien. In de VS ligt het gemiddelde energieverbruik per m² ongeveer 26% hoger dan in Nederland, en het neemt beiden lineair af. Uiteindelijk lijkt het gedeeltelijk wel zo te zijn dat Ahold helemaal niet zo milieubewust te werk gaat, want het bedrijf blijft telkens groeien, waardoor de totale ecologische voetafdruk absoluut gezien maar weinig afneemt. De absolute afname van CO² is in 2011 t.o.v. 2008 is 4,15%. Nou heeft Ahold een aantal overnames gedaan in diezelfde periode en is de relatieve afname 10,45%. De absolute elektrische consumptie is gelijk gebleven en de relatieve consumptie kent een afname van 6,38%. Het ergste moet nog komen, de totale uitstoot van broeikasgassen is absoluut gezien zelfs toegenomen met 6,28%, relatief met 3,81% afgenomen. Maar de ecologische voetafdruk van Ahold op het milieu is dus toegenomen i.p.v. afgenomen. * Efficiëntie
De brandstofconsumptie is sterk gestegen in de afgelopen jaren (2008-2011), met 10,37%. Dit getuigt niet van efficientere indeling van logistiek en bevoorrading. In de periode 2009-2011 is er een toename in water efficiency opgetreden van 5,88%. De afvalproductie is sterk toegenomen sinds 2008, met wel 10,32% in absolute vorm. Er is zelfs een relatieve toename van afval met 3,79%. * Ethisch bewustzijn
Dit bedrijf heeft moeten terugkomen van een klap, in 2006 werden meerdere mensen uit de top veroordeeld voor frauderen met Amerikaanse en Zweedse onderdelen van het bedrijf. Het concern is hier goed van hersteld, dit kwam doordat iedereen in het bedrijf wist dat het herstelproject moest slagen. Het bedrijf zet goede stappen maar is niet één van de voorlopers geweest die het initiatief genomen heeft om duurzaam te gaan ondernemen. Het zet goede stappen in de richting van betrokkenheid bij gezonde keuzes van consumenten. Maar het lijkt nogal laks te zijn als het gaat om het verkleinen van de ecologische voetafdruk. * Recyclen
Over de hele breedte van het bedrijf is een communicatie beleid opgesteld - wat vanaf 2013 start- naar de klanten met campagnes om klanten aan te zetten tot recyclen en hergebruiken. Ahold geeft niet veel informatie over haar recycling beleid en wat er bekend is heb ik al vermeld. * Betrokkenheid van gehele organisatie bij sociale beleid
Het leuke hiervan is dat dit voor mijzelf erg makkelijk te meten is. Eén van Aholds grootste dochters; Albert Heijn, heeft namelijk veel van mijn vrienden in dienst. Na met één van hen een gesprek te hebben gehad over duurzaamheid bij Albert Heijn en bij de duurzame inzet van de werknemers zelf. Kwam ik erachter dat het erg mee valt tot in hoeverre Ahold hierin gaat om zijn medewerkers te betrekken bij het duurzame beleid. Ahold zelf heeft een onderzoek gedaan naar de betrokkenheid van Albert Heijn medewerkers en claimt dat 74% betrokken is bij het bedrijf en beleid. Ahold claimt zelf veel mensen te willen aantrekken die enthousiast en sociaal betrokken zijn bij hen werk. Zij moedigen hen werknemers aan om: het gezonde leven, de duurzame handel, klimaatverbeteringen en sociale betrokkenheid naar buiten te dragen. En om dit in hen eigen leven ook naar buiten te brengen.

Deelvraag 2: Is er voldoende draagvlak vanuit politiek en publiek voor een duurzaam beleid? * Hoe reageren consumenten op producten van MVO’s tegenover producten van gewone ondernemingen? * Behalen MVO’s ook marketingvoordelen door duurzame beleidsmaatregelen. * Biedt de overheid voldoende steun in regelgeving en subsidies voor een duurzaam beleid? * Wat zijn de ervaringen van Unilever? * Wat zijn de ervaringen van Procter & Gamble? * Wat zijn de ervaringen van Ahold? Hoe reageren consumenten op duurzame producten Om als MVO een hogere omzet te behalen moeten er meer producten verkocht worden. De vraag is dus: kopen consumenten liever producten van MVO’s dan van normale ondernemingen. Dit is een ingewikkeld vraagstuk, om het zo goed mogelijk af te bakenen wil ik het op de Nederlandse consumentendoelgroep houden. Hierdoor valt P&G wat buiten, maar Nederlandse en Amerikaanse consumenten tonen op veel vlakken overeenkomsten doordat we een gelijkwaardige westerse cultuur hebben. De GFK Goodies Monitor is een multinationale consumententypologie, deze brengt duurzaam consumeren in Nederland in beeld. Zij doen onderzoek naar verantwoord consumeren en bieden inzicht in: duurzame productontwikkeling, communicatie, marketing en verkoop. Er worden in Nederland 8 consumentendoelgroepen onderscheden. Van deze 8 worden er 4 doelgroepen tot duurzaam bewuste doelgroepen gerekend. Tot deze 4 duurzame doelgroepen worden 4,6 miljoen Nederlandse huishoudens gerekend. Hieronder in het figuur staan de beschrijvingen van doelgroepen van duurzame consumptie:

Zoals in de vorige alinea uitgelegd kunnen we de consumenten in Nederland opdelen in 8 doelgroepen. Daarvan zijn er 4 met een lichte tot een goed gemotiveerde duurzame instelling. De verdeling van de bevolking onder deze groepen is als volgt: Standing World hiertoe wordt 26,9% van de bevolking gerekend, Authentic World met 12,1%, Cosy Tech World met 14,3% en tot New World wordt 12,2% van de bevolking gerekend. Hiervan is Authentic World de meest potentiële doelgroep. Volgens het onderzoek ‘duurzaamheid en consument’ van ‘Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie’ (FNLI) uit 2008 maakt 15% van de Nederlandse bevolking een bewuste keuze voor producten met een goede duurzame kwaliteit en zonder of met een mindere ecologische voetafdruk. Zij zijn bereid om meer te betalen voor eerlijk voedsel en hebben geen ‘meer producten voor minder geld’ instelling. Om het prijsverschil tussen duurzame en gewone producten te compenseren kopen zij minder en verspillen zij dus ook minder. Hiermee zijn zij de duurzaamste consumenten en worden zij ook wel de ‘Cultural Creatives’ genoemd. Volgens de GfK Goodies Monitor is er in Nederland een potentiële groep ‘duurzame’ consumenten van 65,5%, het totaal van de 4 Nederlandse consumentengroepen. Echter consumeren niet al deze doelgroepen duurzaam op dit moment en zullen er veel gedragsaanpassingen nodig zijn om hen tot volledig duurzaam consumeren te leiden. Het is dus wel mogelijk om binnen een aantal jaren tot een duurzame consumentengroep van +/- 65% te komen. In 2008/2009 waren redenen voor consumenten om duurzame producten in de supermarkt te kopen over het algemeen: lekker van smaak, gezonde producten en een hoge kwaliteit. In mindere mate dachten consumenten ook aan het welzijn van dieren en de conditie van het milieu en het klimaat. Doordat duurzaamheid meer is gaan spelen de afgelopen jaren en dat daardoor consumenten meer over dit begrip geleerd hebben, heeft het in 2012 voor veel consumenten toch een andere begripsomschrijving gekregen: CO²-neutraal, minder weggooien, biologisch en ‘goedkopen’ Wanneer de bewuste consument aan duurzaamheid denkt, doet dat aan 4 aspecten denken: 1. hygiënische factoren zoals een fatsoenlijke klantbehandeling 2. Milieuaspecten 3. Verantwoordelijk omgaan met grondstoffen 4. CO²-Neutraal produceren Dan is het ook belangrijk dat een producent de consument goed voorziet van informatie over deze aspecten. Consumenten worden te weinig ingelicht over de duurzaamheid van het product zelf. Zo worden ze ook niet geprikkeld om deze producten te kopen. Dit is zeker van belang om de groep potentiële klanten binnen te halen, er is immers nog een slordige 40% van de bevolking die geïnteresseerd is in duurzame producten maar deze nog niet kopen. Als producenten vermelden dat het een biologisch afbreekbare verpakking heeft, zal dit een aantal consumenten over de streep trekken. Geeft de producent aan dat door dit merk te kiezen in plaats van dat van de concurrent daarmee 1kg aan grondstoffen gespaard wordt dan kan dit consumenten prikkelen om vaker voor het product te kiezen. Het gaat dus om voorziening van juiste informatie over duurzame producten, oftewel: de meerwaarde van het product moet meer benadrukt worden! Wat consumenten ook erg belangrijk vinden is dat wanneer een MVO een claim maakt dat het bijvoorbeeld duurzame vis verkoopt het dit ook moet waarborgen. Dit is door de jaren heen steeds belangrijker gevonden in de ogen van de consument, ook omdat sommige bedrijven misbruik hebben gemaakt van het begrip duurzaamheid en de onterechte goodwill die daarmee verkregen wordt. Dan is het ook zo dat 5% van de consumenten gevoelig is voor positieve informatie over een bedrijf of product terwijl de overige 95% alleen gevoelig voor negatieve informatie claimt te zijn. Er zijn nog steeds erg veel mensen die slechte gevoelens of twijfels bij duurzame producten hebben, zoals: extra hoge winstmarge voor de supermarkt, dubieuze milieuvriendelijkheid en voedsel kan niet duurzaam maar alleen gezond zijn. Toch is het zo dat dit vooral mensen zijn die buiten de potentiële doelgroepen vallen. Dit imago blijft slechts bij een beperkt aantal mensen hangen, hier hoeft geen extra aandacht aan besteed te worden. Uiteindelijk blijft de vraag: Laat de consument aankoopbeslissingen leiden door duurzaamheid? Uit onderzoek is gebleken dat 85% van de consumenten zich de komende jaren druk bezig gaan houden met hen gezondheid, daarin speelt duurzame voeding natuurlijk een rol. Alleen moet daar wel een kanttekening bij geplaatst worden dat de consument een matige bereidheid toont om meer te gaan betalen voor duurzame producten. De vraag naar duurzame producten is elastisch, de omzet zal dus stijgen naarmate de prijs daalt. Uit onderzoek is gebleken dat consumenten bereid zijn om 20% - 25% meer te betalen voor duurzame producten. Dan moeten ze wel actief bewust gemaakt worden van de aanwezigheid van duurzame producten en de positieve duurzaamheidsaspecten van het product. Het is aangetoond dat een actieve inzet van de promotie van duurzame producten zal leiden tot meer verkopen van duurzame producten op lange termijn. Het belangrijkste is dat het de consument gemakkelijk gemaakt moet worden: voldoende aanbod van duurzame producten, genoeg informatie beschikbaar over duurzame producten waardoor de consument makkelijk een persoonlijke voorkeur voor producten maken kan. De consument moet het eerlijke consumentengedrag kunnen delen met zijn omgeving, zo weet hij dat hij er niet alleen voor staat. De inzet van sociale media kan hier een zeer positief effect op hebben. Door bijvoorbeeld referenties te kunnen schrijven en lezen over duurzame producten en door sociale media in te zetten om de positieve effecten op het milieu ten gevolg van een duurzame aankoop te promoten. Doordat de omgeving dit ook kan zien, motiveren mensen elkaar om duurzame producten te kopen. Waar we uiteindelijk heen moeten is vertrouwen hebben in de producenten, als er duidelijke informatie verschaft wordt over duurzaamheid en eerlijke handel kan de consument zelf bepalen in hoeverre hij zijn aankopen wil scannen op duurzaamheid en eerlijkheid. De verwachtingen moeten reëel zijn, de perfecte toekomst bestaat niet, als producenten waargebeurde verhalen schetsen zullen veel consumenten hen verwachtingen aanpassen. In 2008 vonden 77% van de consumenten duurzaam ondernemen zeer belangrijk, en maar liefst 66% van de mensen nam het duurzaamheidsargument mee in de beslissing voor een aankoop. In 2010 was het percentage van mensen dat MVO zeer belangrijk vinden gezakt naar 70%. Toch is het zo dat een groot percentage van de bevolking MVO nog steeds belangrijk lijkt te vinden maar er toch niet naar streeft om duurzaam te leven en te kopen. Zij laten het wel meespelen wanneer zij voor een bepaald product uit meerdere varianten moeten kiezen maar nemen het niet in hen vaste kooppatroon op. Dit terug gezakte percentage kan verband houden met het feit dat mensen in 2012 meer waarde hechten aan kostenbesparingen dan aan duurzaam kopen, door inkomensonzekerheid van de crisis. Hierdoor hebben zij minder belangstelling voor duurzaam ondernemen en meer voor hen eigen portemonnee. Consumenten vinden zelf dat de markt voor de duurzame producten in de supermarkt nog niet ver genoeg ontwikkeld is, waardoor de consument (het de prijs van) het aanbod nog niet kan beïnvloeden. De Nederlandse consument weet dat de supermarkten een commercieel belang hebben en dat zij er winst op moeten maken. Als dat niet gebeurt door een zwakke vraag naar duurzame producten, zoals in crisistijd, moet de overheid supermarkten en producenten bijsturen met aangescherpte regelgeving. *Dit is hoe de consument denkt volgens het ‘Consumentenrapport 17-2-2009 van FNLI-CBL’
Wat doet de overheid om duurzaam ondernemen te vereenvoudigen/stimuleren?
Voor projecten die een positief effect op het milieu hebben is een speciale financieringsregeling door de overheid in het leven geroepen, dit werkt als volgt: spaarders en beleggers die hen geld ‘groen’ weg zetten krijgen belastingvoordelen van de overheid, hierdoor kan de bank tegen een lage rente een lening verstrekken aan de investeerder.
Veel Nederlandse politici roepen het bedrijfsleven op om duurzaam te ondernemen en zij willen zich inzetten voor een duurzame economie. Echter blijft het bij woorden en blijven de daden van het kabinet uit. Wat zij wel gedaan hebben: een informatie en adviespunt opgericht namelijk ‘MVO Nederland’. Het is opgericht door het Ministerie van Economische zaken. Deze organisatie helpt bedrijven met informatie en contacten op gang, om een duurzaam beleid in de organisatie te implementeren. De overheid heeft verder gezegd bestedingen, waar dat kan, te gaan doen bij duurzaam gekwalificeerde ondernemingen. Dit is tot nu toe één van de weinige stappen die de overheid zet naar een duurzame economie, het is meer vanuit het bedrijfsleven zelf gekomen omdat het onterechte vooroordeel: ‘veel goodwill maar geen winst’ uit blijft. Bedrijven zien dat het ook zonder de overheid kan, en zolang bedrijven het uit zichzelf moeten doen toont dit ook eigen initiatief en intrinsieke motivatie naar klanten en stakeholders. Maar dat wil niet zeggen dat de overheid zich afzijdig van een duurzame economie houden moet, het kan zich wel meer inspannen om burgers en consumenten bewust te maken van duurzame ontwikkelingen in bijvoorbeeld de voedingsmiddelenindustrie. Als de overheid meer promotie naar de burgers toe voor haar rekening neemt, geeft zij zonder subsidies en dergelijke een flinke stimulering aan MVO’s in heel Nederland. Om het nog maar eens te herhalen: consumenten zijn wel te motiveren voor duurzame aankopen als er maar genoeg duidelijke en makkelijke informatie voor de consument beschikbaar is.
Op 13 september 2012 heeft er een politiek debat in Den Haag plaatsgevonden als reactie op het actieplan ‘Duurzame Handel 2011-2015’ dat Unilever, Ahold, Wereld Natuur Fonds en IDH gepresenteerd hebben. Hierin werd duurzaamheid als thema gesteld en lieten verschillende politici hen visie over dit onderwerp blijken. In het actieplan wordt – door 54 bestuursvoorzitters van Nederlandse bedrijven aan – de Nederlandse overheid gevraagd om duurzame handel op de verduurzamingsagenda te zetten, aangezien door het vorige kabinet al mooie stappen waren gezet op het terrein van duurzaamheid. Nederland heeft namelijk een sterke grondstoffenstroom waarin €37 miljard per jaar om gaat en waar 61.000 banen aan gebonden zijn. Het heeft dus sterke invloed op de Nederlandse Economie. In het Actieplan staan 4 argumenten waarom het belangrijk is voor Nederland: 1. Duurzame handel is geen filantropie maar essentieel voor de toekomst van Nederlandse burgers en bedrijfsleven 2. Duurzame handel draagt bij aan de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen 3. Duurzame handel is een mondiale uitdaging, Nederlandse hulp is vereist 4. Duurzame handel is een primaire verantwoordelijkheid van bedrijfsleven maar kan niet zonder steun van de Overheid. De concrete verzoeken van het bedrijfsleven aan de overheid zijn: 1. De vraag om een kabinetsbreed beleid op duurzame handelen effectieve regie tussen de relevante ministeries. 2. Zet de ministeries en de diplomatieke posten in voor het uitdragen van deze publiek-private aanpak voor duurzame handel, om internationale samenwerking te vergemakkelijken. 3. Stel publieke co-investering beschikbaar als hefboom voor private investeringen om sectorale verduurzamingprogramma’s op te starten en op te schalen.
Tijdens het debat hebben veel politieke partijen hen visie over duurzaamheid en de rol van de overheid daarin uitgesproken. Ik vertel kort hoe de partijen hier tegenover staan:
PVV wil geen bemoeienis van overheid.
CU wil betrokkenheid van Nederland zelf, daarmee de overheid ook.
VVD wil een duidelijke definitie van duurzaamheid uit overheidswege horen. Uit deze uitspraak blijkt dat de partij zich op dit moment nog liever afzijdig van het thema houdt.
CDA vindt alleen efficiency niet belangrijk genoeg, sociale aspecten spelen net zo veel mee als milieuaspecten. Boeren en primaire producenten zijn zeer belangrijk.
PvdA ziet groei in export van armoedige landen als heel belangrijk om duurzame groei te kunnen voortzetten. Lobbygroepen Er zijn verschillende grote lobbygroepen voor duurzaamheid over de hele wereld actief, veel invloedrijke landen nemen deel aan de bijeenkomsten van deze groepen. Een belangrijke organisatie is ‘Rio + 20’ United Nations Conference on Sustainable Development, deze organisatie die deel uit maakt van de Verenigde Naties heeft ook invloed op grote westerse landen zoals Amerika, Frankrijk en Engeland. Op de internationale vergadering van juni 2012 zijn een aantal nieuwe hoofdpunten neergezet. Ik zal slecht op de relevante informatie (food-sector) ingaan omdat het mijn PWS anders op een zijspoor zou brengen. De beslissingen en hoofdpunten die bekend zijn gemaakt over landbouw en voedsel zijn het volgende: * De buitenlandse ondersteuning voor ontwikkeling van landbouw en platteland moeten met 20% toenemen * De oogsten van Boerderijen en Landbouwondernemingen geleid door vrouwen moeten met 2,5% tot 4% toenemen De lange-termijn doelen voor 2030 zijn: * Voedsel voor de export moet ondergeschikt worden aan voedsel voor eigen consumptie (geldt vooral voor ontwikkelingslanden) * Landbouw wordt over de hele wereld in plaats van industrieel, uitsluitend nog duurzaam geproduceerd; * Er wordt niet meer gebruik gemaakt van chemische stoffen (bijv. pesticide en herbicide) in de landbouw. Hiervoor in de plaats wordt er uitsluitend gebruik gemaakt van biologische hulpstoffen. Grondvervuiling wordt hiermee dus uitgebannen en landbouwgrond wordt extra nauwlettend beschermd * Door juiste management-strategieën worden erosie en stikstof afvoer met respectievelijk 90% en 50% of meer verminderd Al deze punten moeten er voor zorgen dat we de landbouwproductie kunnen verduurzamen en verhogen om de stijgende globale vraag naar voedsel te kunnen blijven voorzien in de toekomst. Ook heeft de Rio +20 ervoor gezorgd dat alle landen zelf ook duurzame ontwikkelingsinitiatieven opzetten. In het kort zal ik de Nederlandse duurzaamheidsprogramma’s bespreken: * ‘Clean and Efficient’ Een programma wat Duurzame Energie wil versterken in Nederland, verschillende doelen zijn gesteld zoals het terugdringen van broeikasgassen met 30% in 2020, t.o.v. 1990. * ‘KADO’ Dit is het voornaamste duurzame programma wat de Nederlandse overheid onderneemt. Het heeft 6 punten: 1. Nederland beschermen tegen een stijgend waterpeil 2. Het realiseren van het programma ‘Cleand and Efficient’ 3. Ontwikkeling van Biobrandstoffen en een constructief beleid opstellen 4. Financieringsvraagstuk over CO²-opslag oplossen 5. Verandering in voedingspatronen van consumenten 6. Mogelijkheden voor energieneutraal bouwen in 2050 Er valt hieruit op te maken dat internationale lobbygroepen voor duurzaamheid veel invloed hebben op besluitvorming en actie van individuele staten. Toch is het wel zo dat er in de politiek weinig aandacht besteed wordt aan dit programma.

Invloed van Keurmerken EKO, Demeter, Max Havelaar, Fira, MSC, UTZ Certified, Beter Leven het zijn allemaal keurmerken die voedingsproducten bestempelen als duurzaam. De consument kan hier aan zien dat zijn forel duurzaam gevangen is of dat de cacao die hij koopt eerlijk ingekocht is bij duurzame boeren in Afrika. Maar doordat er veel van deze keurmerken zijn vertrouwen consumenten de keurmerken niet altijd. Of een keurmerk goed aanslaat bij een consument hangt van 3 aspecten af: 1. Vertrouwen in de keurmerkverstrekker Dit vertrouwen kan verkregen worden doordat een organisatie of een keurmerk een groep consumenten steunt in het verantwoording nemen voor sociaal gedrag. Dit versterkt het effect van het keurmerk. Voorbeeld: Een grote groep consumenten heeft behoefte aan vlees wat van diervriendelijke en biologische veehouders komt. Als een keurmerk zich voor deze belangen in zet zal deze groep dit keurmerk vertrouwen, en heeft het dus een grote invloed op deze groep consumenten. 2. Begrijpelijkheid van het keurmerk
De toegevoegde waarde van het keurmerk moet simpel en niet achterhaald zijn. Consumenten moeten duidelijk kennis nemen van de toegevoegde en andere onderscheidende waarden van het keurmerk. Dit is zeer belangrijk om duurzaamheids-besef bij consumenten te creëren, duidelijke informatievoorziening over de impact van het product is heel belangrijk hiervoor. 3. Identificatie met het keurmerk De mate waarin de consument zich met het keurmerk kan identificeren is het belangrijkste, dit weegt 2,5 maal zo zwaar als de eerste 2 aspecten. In hoeverre de levensstijl, identiteit, waarden en het imago van een persoon ontleend worden aan een keurmerk. Dit is het allerbelangrijkste, maar een keurmerk is geen commercieel initiatief, dat moet wel in gedachten gehouden worden. Dus het keurmerk mag hier niet ernstig op aangepast worden om het zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Te weinig Nederlanders weten wat van duurzame keurmerken af, ze vinden het al moeilijk om er meer dan 5 op te noemen. De informatievoorziening hierover is gewoon niet sterk genoeg. Er kan meer vanuit overheidswege gedaan worden om dit goed op de kaart te zetten, het kan zeker een positief effect op de ontwikkeling van meer duurzame levensmiddelenverkopen hebben. Door één of enkele keurmerken per productsoort te hebben blijft het duidelijk voor de consument. Het beter-leven keurmerk is hier een goed voorbeeld van, het geeft door middel van sterren aan hoe duurzaam het vlees is. Zo kunnen consumenten makkelijker beslissingen maken over het kopen van een bepaald soort vlees.

Hoe ervaart Unilever deze factoren? Unilever is altijd al een van de voorlopers geweest als het gaat om wereldwijd duurzaam ondernemen. Het heeft steeds meer producten weten te verduurzamen, maar hoe reageert de consument hier nou op? Paul Polman Unilever´s CEO is lid van the High Level Panel of Eminent Persons waarmee hij een sterke invloed heeft op de beslissingen in de wereldwijde politiek genomen als het gaat om duurzaamheid. Unilever heeft zelf ook sterk bijgedragen aan de oprichting van een duurzaamheidskeurmerk voor vis, samen met de WNF heeft het MSC opgericht. Andrelon, axe, lipton, biotex, bertolli, ben&jerry’s, blue band, calve, conimex, dove, cup a sup, cif, glorix, hertog, omo, robijn, sun, unox, zendium en switsal. Zo een aantal merken van de producent Unilever, de meeste ervan zijn duurzaam geproduceerd. En Unilever krijgt steeds meer duurzaamheidscertificeringen voor haar merken: Rainforest Aliance voor Lipton Tea, het EKO-keurmerk voor Unox soep ga zo maar door. Maar wat mij zelf erg opvalt is dat Unilever erg weinig op de verpakking van haar producten de duurzaamheidswaarde aanprijst. Terwijl het promoten van de duurzaamheid van de producten juist erg belangrijk is in de ogen van de consument. Ik denk dat Unilever hier heel veel terrein mee te winnen heeft. Hoe ervaart P&G deze factoren? P&G heeft een lobby club genaamd ‘P&G’s Global Government Relations & Policy team’. Hiermee hebben zij invloed, voor zover dit wettelijk toegestaan is, op het ‘Congres’ en in ‘the House of Representatives’ (de Senaat), ook oefenen zij invloed uit op verschillende losse staten in Amerika. In Europa oefent de lobbyclub druk uit op de Europese Unie om hen bedrijfsuitoefeningen te vergemakkelijken en soepel te laten verlopen. De lobbyclub heeft in Amerika in het financiële jaar 2010-2011 $4.040.000,- uitgegeven aan de Amerikaanse Overheid en $362.362,- aan de lokale Amerikaanse overheden. In Europa is voor ongeveer €400.000,- bij overheden gelobbyd. Procter & Gamble heeft net zoals Unilever veel bekende merken, in Europa minder dan Unilever, maar veel gebruiken wij dagelijks. Ook voor P&G geldt dat het bedrijf waarschijnlijk meer kan winnen door de al behaalde duurzame innovaties en verbeteringen goed te promoten en de consument er op te wijzen dat hij 50 gram plastic bespaart door te kiezen voor een Shampoo van Pantene. Het gaat erom dat de consument er op gewezen wordt dat door dit merk te kiezen, hij/zij een verschil maakt. Omdat dit merk een extra bijdrage levert aan het milieu. Hoe ervaart Ahold deze factoren? Ahold staat met haar vele supermarkten veel dichter bij de consument dan Unilever of P&G, consumenten komen werkelijk naar de winkels toe en bekijken daar de producten van derden die het verkoopt en natuurlijk ook de eigen-merk producten van Ahold zelf. Hiermee heeft zij een groot voordeel op Unilever en P&G. Ahold heeft sinds 2010 Puur & Eerlijk geïntroduceerd, een meesterzet. Iedere consument weet dat puur & eerlijk biologische en duurzame producten zijn. Door dit merk te introduceren worden consumenten wegwijs gemaakt in de supermarkt als het gaat om duurzame aankopen te maken. Hiermee kaapt Albert Heijn de consumenten voor de duurzame concurrent weg, want waarom zou de consument zich nog een ongeluk gaan zoeken naar duurzame honing van een onbekende producent als het simpelweg ook gewoon voor Puur & Eerlijk kan kiezen. Dit is natuurlijk een zeer tactische zet, maar het is lang niet genoeg. Om alleen Puur & Eerlijk als duurzaam merk te hebben en daarnaast vrolijk AH-huismerk te verkopen is ethisch niet helemaal in orde. Maar natuurlijk is er begrip voor het feit dat een heel assortiment verduurzamen niet mogelijk is binnen enkele jaren, zoals ik al behandeld heb in mijn 1e deelvraag.

Deelvraag 3: Zijn er voordelen door vernieuwingen en veranderingen te behalen op duurzaam ondernemen in vergelijking tot gewoon ondernemen? * Zijn er grote verschillen in winst(groei) tussen Ahold en P&G of Unilever? Verschillen in winstgroei tussen Ahold, P&G en Unilever Er zullen een aantal financiële termen en bedrijfseconomische kengetallen in deelvraag 3 ter sprake komen, hierdoor kan er meer inzicht in de financiële toestand van de bedrijven verkregen worden. Het is handig om te weten wat deze begrippen betekenen, daarom geef ik een korte uitleg van de termen: * netto-omzet is de gewone omzet minus de teruggenomen goederen en kortingen gegeven door het bedrijf. * onderliggende omzetgroei is de omzetgroei gecorrigeerd op overnames en afstotingen van dochtermaatschappijen en het effect van wisselkoersen. Deze wordt meestal vermeld om zo een wat duidelijker beeld te geven over hoe groot de omzet nou echt voor het bedrijf gegroeid is. Door overnames van andere bedrijven kan de omzet heel sterk groeien terwijl dit niet allemaal onder het beheer van het concern tot stand is gekomen. * Bedrijfsresultaat dit is het geld wat overblijft na aftrek van alle kosten die het bedrijf in een bepaald jaar heeft gehad, het wordt ook wel winst voor belasting genoemd. Soms komt het voor dat van het bedrijfsresultaat nog eenmalige kosten worden afgetrokken. * Current ratio geeft aan in hoeverre een onderneming in staat is om kortlopende schulden af te lossen zonder daarvoor nieuw vreemd vermogen aan te trekken. Het is berekend door inventaris, voorraden, debiteuren en liquide middelen te delen door het rekening courant krediet en de crediteuren. De formule ziet er als volgt uit. Dit ratio wordt over het algemeen voldoende geacht bij 1 of hoger, in de sector van P&G, Unilever en Ahold ligt het wat lager door de snelle omloop van de voorraden. * Quick-ratio lijkt op de current ratio maar de waarde van de voorraad wordt niet meegerekend, hierdoor is een wat duidelijker inzicht te krijgen in hoeverre het bedrijf op dit moment aan alle kortlopende verplichtingen kan voldoen, zonder dat het eerst (een deel van) de voorraad moet verkopen. * Debt-ratio dit kengetal geeft aan hoeveel procent de schulden innemen van het totaal van de balans. Dus eigenlijk hoeveel procent het bedrijf uit schulden opgebouwd is. Financiële resultaten Procter & Gamble | 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | Netto Omzet | $83,680 | $81,104 | $77,567 | $75,295 | $77,714 | Bedrijfsresultaat | $13,292 | $15,495 | $15,732 | $15,188 | $15,743 | Nettowinst marge | 11,1% | 14,4% | 14,0% | 14,1% | 14,4% | Onderliggende omzetgroei | 3% | 4% | 3% | 2% | 5% | Current-Ratio | 0.88 | 0.80 | 0.77 | 0.71 | 0.79 | Quick-Ratio | 0.42 | 0.33 | 0.34 | 0.34 | 0.33 | Debt-Ratio | 51,58% | 50,84% | 52,07% | 53,2% | 51,73% | Getallen x $1,000,000 Er is een absolute stijging van ongeveer 7% in de netto omzet te zien. Er is een redelijk constant bedrijfsresultaat, wat niet groeit en zelfs daalt in 2012, dit is een negatieve ontwikkeling. Want dit betekent dat er meer verkocht wordt maar daar uiteindelijk minder op verdient wordt. Er is namelijk een relatieve stijging in de inkoopwaarde van vooral grondstoffen te zien, dat betekend dat er meer voor de grondstofen betaald moest worden aan groothandels, exporteurs en oer producenten. Het nettowinstmarge heeft de afgelopen jaren ongeveer hetzelfde percentage aangehouden maar is met 3,3 procentpunten gedaald in 2012. Dit kwam mede door een lager bedrijfsresultaat. Het current ratio van P&G ligt in 2012 ruim boven het gemiddelde van de sector waar P&G actief in is. In crisisjaar 2009 zat het bedrijf tegen de risicogrens van 0.7 maar dit is weer snel gestegen naar 0.88 in 2012. Het quick-ratio zag er de afgelopen jaren nogal zwak uit, dit is met 0.09 punten toegenomen in 2012, een zeer positieve ontwikkeling want dit betekent dat het bedrijf over meer liquiditeit beschikt. Ten opzichte van Unilever heeft P&G nog steeds een laag quick-ratio, dit komt mede door de soepelere regelgeving in de VS. Dit hoeft geen risico te vormen voor P&G omdat de Amerikaanse markt op ongeveer hetzelfde niveau zit, zij zal dus zonder problemen liquiditeit kunnen krijgen in de toekomst. Het bedrijf heeft de altijd iets meer dan 50% schulden op de balans staan wat eigenlijk zeer positief is vergeleken met Unilever of Ahold. Het betekent dat het bedrijf de afgelopen jaren minder vreemd vermogen nodig had om haar activiteiten te financieren en dat is een goede zaak. Het heeft een sterker eigen vermogen dan de andere twee en heeft daarom meer mogelijkheden om (grote) overnames te doen en verder uit te breiden. Financiële resultaten Ahold | 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | Netto-Omzet | €32.841 | €30.271 | €29.530 | €27.925 | ------- | Bedrijfsresultaat | €1.187 | €1.347 | €1.336 | €1.042 | ------- | Nettowinst marge | 4,5% | 4,7% | 4,9% | 3,2% | ------ | Omzetgroei (valuta-gecorrigeerd) | 3,5% | 4,3% | 4,4% | 11,0% | ------- | Current-Ratio | 1.15 | 1.28 | 1.42 | 1.44 | ------- | Quick-Ratio | 0.66 | 0.77 | 0.89 | 0.92 | ------- | Debt-Ratio | 54,27% | 60,76% | 59,86% | 60,96% | ------- | Getallen x €1.000.000 Ahold heeft de afgelopen jaren achter mekaar door omzetstijgingen weten te bereiken en ook niet zomaar, de winst is in 2012 t.o.v. 2009 met ongeveer 15% gestegen. Dat terwijl in die tijd juist een kredietcrisis is uitgebroken. Het bedrijfsresultaat is heeft niet dezelfde stijging weten te bereiken, in 2012 t.o.v. 2009 is dit met 12,2% toegenomen. Het nettowinstmarge heeft in 2010 en 2011 afgenomen tot 4,5% in 2012, dit komt vooral door de prijzenoorlog waarmee vooral Nederlandse supermarkten elkaar beconcurreren. Het current-ratio van Ahold heeft een veilige waarde van 1.15 waardoor het concern onder soepele voorwaarden kapitaal aan kan trekken want deze kenwaarde is veel hoger dan het gemiddelde van 0.99 in de Nederlandse supermarktbranche. Over het quick-ratio doen zich enkele zorgen opwekken, de daling van deze waarde is te danken aan de stijging van de waarde van de voorraad. Deze stijgt sterk door stijgende grondstofprijzen en stijgende inkoopprijzen in 2012. Nog steeds hoeft het concern zich hier ook geen zorgen over te maken want het lag in 2011 nog 0.09 punten hoger dan het gemiddelde van de branche destijds. Over de waarde van de schulden op de balans is met lovende woorden te spreken, deze is met maar liefst 6 procentpunten in 2012 afgenomen tot ongeveer 54%. Op basis van deze korte financiële analyse mag gesproken worden van een gezonde onderneming.

Financiële resultaten Unilever | 2012 | 2011 | 2010 | 2009 | 2008 | Netto-Omzet | €51.324 | €46.467 | €44.262 | €39.823 | €40.523 | Bedrijfsresultaat | €6.989 | €6.433 | €6.339 | €5.020 | €7.167 | Nettowinst marge | 9,64% | 9,95% | 10,39% | 9,19% | 13,04% | Onderliggende omzetgroei | 6,9% | 6,5% | 4,1% | 3.5% | 7.4% | Current-Ratio | 0.77 | 0.80 | 0.92 | 0.93 | 0.81 | Quick-Ratio | 0.49 | 0.47 | 0.57 | 0.48 | 0.37 | Debt-Ratio | 65,96% | 68,59% | 45,63% | 45,63% | 61,77% | Getallen x €1.000.000 Unilever heeft een sterke omzetstijging over de periode 2008-2012 weten te behalen van maar liefst 21%, dit is uitermate positief, wat betekend dat het sterk geëxpandeerd is. Helaas valt er niet zo lovend te spreken over het bedrijfsresultaat wat met 2,5% gedaald is in de periode 2008-2012. Dit komt vooral door een grote omslag van 2008 naar 2009, het nettowinstpercentage name met bijna 4 procentpunten af en het bedrijfsresultaat kromp met 43%. Dit kwam door een combinatie van moeilijkheden, ten eerste had het bedrijf veel last van de crisis die in 2009 de kop op stak. Een andere grote verandering waar het bedrijf in dat zelfde jaar moeite mee had waren risicoverlagingen en schuldenaflossingen waardoor het bedrijfsresultaat slonk. Dit is meteen al weer terug te zien in de cijfers, het bedrijfsresultaat steeg dan ook in 2010 met maar liefst 20,8%. De voorruitzichten zijn positief door een aanhoudende stijgende onderliggende omzetgroei wat laat zien dat de uitbreidingen werkelijk vruchten af beginnen te werpen. De ratio’s liggen op dit moment ongeveer hetzelfde als die van de sectorgenoten. Het bedrijf hoeft zich om financiële redenen dus geen zorgen te maken op dit moment. Alhoewel het bedrijfsresultaat toch wel toe mag nemen t.o.v. de snel stijgende winst.

Beleggingsanalyse Om te bepalen of de aandelen van Ahold, Unilever en Procter & Gamble goed genoeg gewaardeerd zijn om er in te beleggen onderzoek ik ze aan de hand van de volgende analyses: * Koers/Winst verhouding * Debt/Cash verhouding * Dividend Ik zal een korte toelichting op de verschillende analyses geven om zodat het makkelijk te begrijpen is. Koers/Winst verhouding De koerswinstverhouding is de relatie tussen de koers van een aandeel en de winst per aandeel van het onderliggende bedrijf. De waarde die hieruit komt zegt iets over de waardering van het aandeel. Hieronder zie je wat de waardes aangeven: 0-10 onderwaardering/toekomstige eenmalige winstdaling 10-17 een neutrale waardering, geen tekenen van extreme daling of stijging 17-25 overwaardering/groeiaandeel 25+ sterke toekomstige winstgroei/zeer speculatief aandeel Debt Ratio Het Debt Ratio is het totaal aan schulden uitgedrukt als percentage van het totaal aan bezittingen van een bedrijf. Het laat dus zien hoeveel procent de schulden innemen in het totaal van de balans. * Debt/Cash ratio Dit geeft aan hoeveel cash er per aandeel over blijft na het aftrekken van de schulden die het bedrijf heeft. Dividend Een deel van de winst van een onderneming die het uitkeert aan de aandeelhouders. Rentabiliteit van het Totale Vermogen (RTV) % Dit geeft aan hoeveel rendement er gemaakt wordt op het totale vermogen. Dit wordt berekend volgens de volgende formule: Nettowinst + (Betaalde) Interest ------------------------------------------------- x 100%= RTV Gemiddeld Totaal Vermogen

Bellegingsanalyse – Unilever Koers/Winst verhouding 2010: 15,96 2011: 18,2 2012: 18,72 Dit duidt erop dat het een groeiaandeel is aangezien het niet een sterke opwaartse trend vertoont over de afgelopen jaren. Debt ratio
TOTAAL SCHULDEN €30,450
----------------------------------- = DEBT RATIO --------------- = 65,96% = Debt Ratio 2012
TOTAAL BEZITTINGEN €46,166 *waarden zijn in miljoenen euro’s * Debt/Cash verhouding 2012: 1.31 Dividend Unilever heeft er voor gekozen om in 2012 €0.97 per aandeel uit te keren, dit komt uit op een rendement van 3,36% uitgegaan van de slotkoers op 31-12-2012, deze was €28,84 Rentabiliteit Totale Vermogen Het rendement behaald op het totale vermogen was 9,41% in 2012. Dit is normaal voor sector. Toelichting op grafiek: Rood: AEX Blauw: Unilever Sinds het 3e kwartaal van 2011 heeft dit bedrijf uitermate goed gepresteerd op de beurs. Mede door duurzame vooruitstrevende ontwikkelingen waar het bedrijf vaak het nieuws mee haalt, maar ook door haar solide resultaten die laten zien dat dit bedrijf ook omzetgroei kan behalen in een zeer onzekere markt. Een aandeel wat de indices AEX verslagen heeft, kortom succesvol. Bellegingsanalyse – Procter & Gamble Koers/Winst verhouding 2010: 13.33 2011: 13.63 2012: 17.08 Dit duidt op een normale waardering van het aandeel, de kans is klein dat er op dit moment onverwacht een snel stijgende trend optreedt. Debt ratio | |
TOTAAL SCHULDEN $68,209
----------------------------------- = DEBT RATIO --------------- = 51,58% = Debt Ratio 2012
TOTAAL BEZITTINGEN $132,244 *waarden zijn in miljoenen dollars * Debt/Cash verhouding 2012: 2.55 Dividend Procter & Gamble heeft er voor gekozen om in 2012 $2.14 per aandeel uit te keren, dit komt uit op een rendement van 3.15% uitgegaan van de slotkoers op 31-12-2012, deze was $67,89 Rentabiliteit Totale Vermogen In 2012 was de RTV 7,51%, dit ligt lager dan dat van Unilever. Ook ligt het wat lager dan dat van de wereldwijde sector. Toelichting op grafiek: Rood: Dow Jones Blauw: P&G Je ziet dat er sinds Juli 2012 een sterke opwaartse trend gaande is. Toch presteert het aandeel al sinds augustus 2010 onder de benchmark. Dit kan komen doordat beleggers vinden dat het bedrijf niet presteert zoals het zou moeten doen volgens het verwachtingen. Bellegingsanalyse – Ahold Koers/Winst verhouding 2010: 13.53 2011: 11.31 2012: 12.67 Dit duidt op een normale waardering. Debt ratio | |
TOTAAL SCHULDEN €8,185
----------------------------------- = DEBT RATIO --------------- = 54,27% = Debt Ratio 2012
TOTAAL BEZITTINGEN €15,082 *waarden zijn in miljoenen euro’s * Debt/Cash verhouding 2012: 2.89 Dividend Ahold heeft er voor gekozen om in 2012 €0.44 per aandeel uit te keren, dit komt uit op een rendement van 4,34% uitgegaan van de slotkoers op 31-12-2012, deze was €10,14 Rentabiliteit Totale Vermogen De RTV van Ahold is 5,84%, ongeveer het Nederlandse marktgemiddelde en het overtreft daarmee de markt niet. Toelichting op grafiek: Rood: AEX Blauw: Ahold Het aandeel Ahold presteert als sinds september 2011 beter dan de markt, dat betekend dat het bedrijf zijn eigen verwachtingen waar maakt en doet wat van aandeelhouders en beleggers verwacht wordt. Ook komt dit hoogstwaarschijnlijk door een sterk resultaat in een onzekere markt. Supermarkketens presteren over het algemeen goed in crisisjaren. Hoofdvraag: Leidt duurzaam ondernemen bij Unilever, P&G en Ahold tot hogere rendementen? In dit profielwerkstuk heb ik de vraag besproken of duurzaam ondernemen winstgevend kan zijn. Ik heb eerst onderzocht tot in hoeverre de multinationals Unilever, Procter & Gamble en Ahold duurzaam ondernemen. Daarna hoe zij hier in gesteund worden door de overheid en hoe consumenten het waarderen. Ook heb ik besproken hoe de concerns het verantwoordelijke ondernemen gebruiken in het verkopen van hen producten. Uiteindelijk heb ik gekeken naar de resultaten van de onderzochte ondernemingen zodat de conclusie getrokken kan worden of dit maatschappelijk verantwoord ondernemen ook een meerwaarde in de opbrengst heeft opgeleverd. Unilever is één wereldwijd concern wat vooral voedings- en verzorgingsproducten verkoopt. Het heeft sinds 3 jaar een duurzaam beleid opgesteld waarin het zich tot 2020 wil ontwikkelen tot een volledig duurzame onderneming. Alleen het feit al dat dit bedrijf dit zonder druk van de markt doet is respect waard, althans dat is mijn mening. De extra moeite en kosten zijn te verwaarlozen met de meerwaarde die duurzaam ondernemen opbrengt voor deze multinational. Doordat het bedrijf in derdewereldlanden stappen zet naar eerlijke handel en milieu neutrale productie werkt het aan de toekomst van dit land. Dit is zeer waardevol want het bedrijf haalt nu al een meer dan éénderde van de omzet hier vandaan en dit zal binnen korte tijd tot de helft van de omzet stijgen. Door te investeren in duurzame handel met dit land kan het die afzetstijging daar behalen. Ook wordt het bedrijf steeds vaker genoemd in persberichten en krantenartikelen in dezelfde zin met duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Doordat consumenten dit steeds vaker te horen krijgen blijft het hangen en maken consumenten eerder de keuze voor Unilevers merken dan dat van haar concurrenten. De omzet van Unilever is sinds de duurzaamheidsdoelstelling van 2010 met €7,062 miljard gestegen, in slechts 3 jaar tijd. Zelfs relatief gezien was dit ongekend voor Unilever. Ook zijn de kosten gestegen, en het nettowinstpercentage is gedaald. Maar dit kan de komende jaren door kostenverlagingen weer goed gespeeld worden. Op de beurs heeft Unilever ook veel voordeel van een de ‘duurzame’ naam, zo kan het opgenomen worden in duurzame beleggingsfondsen, waarin beleggers tevreden zijn met minder rendement dan de algemene financiële markten. Kortom: Unilever heeft geprofiteerd van de invoering van het duurzame beleid. Procter & Gamble zette in principe de eerste stap naar duurzaam ondernemen door in 2001 over te gaan op duurzame koffie. Daarmee was het een voorloper van bedrijven zoals Unilever. Toch heeft het een andere weg ingeslagen, wat duurzaamheid betreft. Zoals Unilever zich richt op milieu neutrale productie van palmolie heeft P&G meer met de maatschappelijke kant van het ondernemen. Het bedrijf heeft namelijk veel ontwikkelingsprojecten opgezet in ontwikkelingslanden. Ook heeft het bedrijf veel nieuwe duurzame innovatieve producten gelanceerd, waarmee elk product duurzamer geproduceerd wordt of duurzamer en kostenbesparend voor de consument is. Dit is ook weer een zeer unieke kant van duurzaam ondernemen wat P&G als voordeel heeft op anderen omdat zij ook één van de voorlopers in de VS is. Ook P&G heeft mooie omzetgroei weten te behalen de afgelopen jaren, deze is niet zo explosief als die van Unilever maar het is ook zeker beter dan de markt. Toch heeft ook P&G het bedrijfsresultaat in 2012 zien slinken met 16,6%. Dit kwam ook door eenmalige hoge kosten, mede door bedrijfsovernames in het verleden. Het is helaas niet duidelijk op te maken uit de jaarverslagen waar de kosten door ontstaan maar het heeft in ieder geval te maken met de stijgende grondstofprijzen. Doordat de volumes van de verkopen niet sterk groeien maar de inkoopkosten van de producten wel toenemen hebben de bedrijven een lagere brutowinst. De overheadkosten namen wel af, wat een teken kan zijn van duurzame ontwikkeling. Wat door bedrijven zoals Unilever en P&G vooral geclaimd wordt is dat duurzame winst vooral op de lange termijn zichtbaar wordt. Daarom is het belangrijk om niet alle innovaties en veranderingen in bedrijfsprocessen en leveranciersketenen in één keer door te zetten. Dit zou de kosten op korte termijn erg opstuwen waardoor de continuering van het bedrijf in gevaar zou kunnen komen. Ook P&G heeft duurzame stappen weten te zetten en heeft nog steeds voldoende winst geboekt waardoor ook op basis van Procter & Gamble ’s resultaten gesproken mag worden van ‘duurzaamheid loont’. Ahold is een bedrijf wat nog maar kortgeleden een sterke voorkeur aan duurzaam ondernemen heeft afgegeven. Dan mag daar wel aan toegevoegd worden: het bedrijf voegt duurzame producten aan het assortiment toe. Want er is nog niet veel vooruitgang geboekt op zaken zoals milieu neutraal produceren. De relatieve uitstoot van CO² of het relatieve energieverbruik mag de laatste jaren dan afgenomen zijn maar absoluut nemen deze nog steeds toe door de groeiende afzet van producten. Het bedrijf moet dus een andere manier vinden om haar ecologische voetafdruk te verkleinen terwijl zij haar productie wel blijft opvoeren. Want met kleine innovaties zoals: Energie zuinige systemen in Amerikaanse winkels wordt er in totaal weinig milieuwinst geboekt als je ziet dat de grootste afdruk op het milieu van fabrieken in Azië en Afrika komen. Dit is een punt waar Ahold zich nog over moet buigen. De financiële resultaten van het bedrijf zijn erg goed, in een markt die steeds concurrerender wordt en waar de consument steeds meer bezuinigt en de hand op de knip houdt weet Ahold zijn winstmarge redelijk constant te houden. De omzet laat het bedrijf ook nog steeds stijgen, verder heeft het bedrijf alles intern ook goed op orde. Er is bij Ahold sprake van voldoende financiële stabiliteit om meer duurzame processen in het bedrijf door te zetten. Ahold moet risico’s nemen maar als het bedrijf als eerste supermarkt het hele assortiment met duurzame producten omgooit moeten anderen wel volgen, anders raken ze de consument kwijt, en daarin kan Ahold dan weer leidend marktleider worden. Zodra Ahold meer duurzame artikelen (ook huismerk en euroshopper) zijn de andere supermarkten gedwongen om dit ook te doen. Daarmee neemt Ahold een maatschappelijke leiderschapsrol in, om duurzaamheid te verbreden in de sector en het bedrijf verovert een marktleider positie van duurzame artikelen. Daarmee krijgt zij een monopolistische positie. Kortom: dit is de tijd waarin Ahold toe kan slaan met een duurzame sprint, de resultaten laten het toe.

Evaluatie Ik heb tijdens het maken van dit PWS gemerkt dat het onderwerp nog veel te breed was. Ook de keuze om 3 bedrijven te benaderen bleek achteraf toch iets te moeilijk. Dit verbreedde het onderwerp eigenlijk te veel waardoor ik relatief weinig in ben kunnen gaan op alle aspecten die duurzaam ondernemen met zich meebrengen – in een bepaalde sector. Het onderwerp heeft mij blijven interesseren en dit is voor mij heel belangrijk geweest tijdens het maken van mijn PWS, hierdoor behield ik de motivatie om door te gaan. Ik heb veel geleerd over duurzaam ondernemen en over de bedrijven die ik behandeld heb. Ook hebben ik geleerd om door uitgebreide jaarverslagen heen te gaan en daarin op zoek te gaan naar bepaalde informatie. Dit acht ik als zeer waardevol, zeker omdat ik dit in de toekomst waarschijnlijk nog veel vaker zal moeten doen. Achteraf had ik misschien meer contact willen zoeken met bedrijven zelf, hier heb ik tijdens het maken van mijn PWS ook aan gedacht. Er was maar één belemmering, bedrijven wilden waarschijnlijk niet meer informatie geven dan hen sociale jaarverslag al los liet. Dus daarom heb ik niet de moeite genomen om actief contact met de bedrijven te hebben. Ook had ik in principe genoeg aan de informatie die op internet beschikbaar was.

Bronvermelding http://www.unilever.nl/overons/doelstellingengedragscode/ http://www.duurzaamondernemen.nl/index.aspx?id=50 http://www.agentschapnl.nl/onderwerp/duurzaam-ondernemen http://www.logistiek.nl/Distributie/duurzaam-transport/2008/11/Duurzaamheid-leidt-tot-andere-supply-chains-LOGNWS107484W/ http://www.oecd.org/greengrowth/38875759.pdf http://www.vbdo.nl/ http://nl.odemagazine.com/doc/N002/De_wereld_wordt_blauw/ http://nl.odemagazine.com http://www.duurzaamnieuws.nl/bericht.rxml?id=94517 http://www.mvonederland.nl/content/publicatie/mvo-nederland-persbericht-normaalste-zaak-beleeft-vliegende-start#attachments http://www.duurzaamheid-search.nl/supermarkten-kleuren-groen.html http://books.google.nl/books?id=vRXj1XuA0CkC&pg=PA101&lpg=PA101&dq=keurmerken+be%C3%AFnvloeden+consumenten&source=bl&ots=0isC_d6hN8&sig=S1vYxg1FJ2me0jUvxCXw48xv9zQ&hl=nl&sa=X&ei=4mYGUZn0GbGN0wXUjIGgDA&ved=0CF8Q6AEwBg#v=onepage&q=keurmerken%20be%C3%AFnvloeden%20consumenten&f=false onderzoek FLNI: Duurzaamheid en Consumenten in de voedingssector http://www.marketresponse.nl/themas/duurzaamheid/ http://www.marketresponse.nl/wp-content/downloads/rapporten/rapport_duurzaamheidkompas9.pdf http://www.uncsd2012.org/content/documents/227Issues%20Brief%209%20-%20FS%20and%20Sustainable%20Agriculture%20CLCnew.pdf http://www.uncsd2012.org/index.php?page=view&type=99&nr=83&menu=20 http://somo.nl/news-en/precarious-work-in-certified-tea-production-for-unilever http://www.unilever.be/nl/Images/Gedragscode%20-%20final_tcm166-177051.pdf http://uk.oneworld.net/article/view/68194/1/1945 http://www.thegreenitreview.com/2012/04/p-provides-sustainability-assessment.html Verslag Politiek Debat Duurzame Handel 13 september 2010 http://www.stock-analysis-on.net/NYSE/Company/Procter-Gamble-Co/Valuation/Ratios#Historical-Valuation-Ratios-Summary

Logboek Datum | Uren | Werkzaamheden | Opmerkingen | Plaats | 15-09-12 | 1 | Het vaststellen van definitieve deelvragen + hoofdvraag | Aanpassingen gemaakt na telefonisch overleg met Mr. Zwarteveen | School | 25-09-12 | 3 | PvA opgesteld en nagedacht over eerste 2 deelvragen | Neergezet hoe ik het ga aanpakken en wat ik daarvoor ga doen | Thuis | 1-10-12 | 1,5 | Thuis Informatie opzoeken | Info gevonden in krantenartikelen en op websites, deze appart gehouden | Thuis | 4-10-12 | 2 | Informatie opzoeken + verwerken in deelvraag 1 | Verder gegaan met info zoeken, begonnen aan deelvraag 1 | Thuis | 9-10-12 | 1 | Verwerken van informatie | Het werk wat ik op 4 okt liet zweven heb ik opgepakt en afgerond | School | 19-10-12 | 2 | Info zoeken en verwerken | Scripties over duurzaam ondernemen gelezen en dit verwerkt in deelvraag 1 | Thuis | 27-10-12 | 2,5 | Info verwerken | De informatie is nu verder aangepast en concreet verwerkt in deelvraag 1 | Thuis | 4-11-12 | 1,5 | Inleiding + Deelvraag 1 | Ik kreeg ideeën voor mijn inleiding en ben dit meteen op gaan schrijven | Thuis | 9-11-12 | 1 | Kleine aanpassing in PvA | N.a.v. een gesprek met Mr. Zwarteveen heb ik aanpassingen in mijn PvA gemaakt | Thuis | 16-11-12 | 2 | Informatie voor deelvraag 2 gezocht | Vrij weinig gevonden over overheid, onderzoeken gevonden over duurzaamheid en consument | Thuis | 18-11-12 | 1 | Schrijven deelvraag 2 | Aantekeningen van de onderzoeken verwerkt in deelvraag 2 | Thuis | 27-11-12 | 1,5 | Onderzoeken lezen en deelvraag 2 bewerken | Na interessante resultaten gevonden te hebben heb ik deze verwerkt in de 2e deelvraag | Thuis | 29-11-12 | 3 | Onderzoeken lezen en deelvraag 2 bewerken | Ik heb het werk van 2 dagen eerder weer opgepakt en ben hier mee door gegaan, veel opgeschoten | Thuis | 8-12-12 | 2 | Deelvraag 2 verder uitwerken | Overheidsdocumenten doorgelezen en conclusies hieruit getrokken | Thuis | 29-12-12 | 2 | Deelvraag 1 zelf bekritiseren en verbeteren | Gezocht naar duurzaamheidsbeoordelingen over de desbetreffende bedrijven, gedeelte van info herschrijven | Thuis | 10-1-13 | 3 | Informatie voor deelvraag 3 zoeken | Jaarverslagen en jaarpublicaties van Unilever doorgekeken, gezocht naar interessante vermeldingen en cijfers | Thuis | 11-1-13 | 4 | Duurzaamheidsverslagen lezen en interpreteren (Deelvraag 1) | Gelezen wat bedrijven gedaan hebben en wat hen doelen zijn en waren | Thuis | 18-1-13 | 1 | Tussentijdse planning maken | Planning gemaakt wat er moet gebeuren en gedaan is | Thuis | 20-1-13 | 2 | Begonnen aan hoofdvraag | Informatie wat al klaar en definitief was heb ik verwerkt in de hoofdvraag | Thuis | 28-1-13 | 2 | Mail sturen naar expert | Contact gezocht met een expert op het gebied van duurzaamheid en politiek om enkele vragen op te helderen | Thuis | 29-1-13 | 2 | Deelvraag 2 aanpassen | Extra informatie toegevoegd en informatie op internet opgezocht over consumentendoelgroepen | Thuis | 13-2-13 | 6 | Deelvraag 1 + Deelvraag 2 controleren, verbeteren en ‘afmaken’ | Alle informatie nagekeken op fouten en aanpassingen gemaakt | Thuis | 24-2-13 | 4 | Deelvraag 1 aanpassen | N.a.v. een gesprek met Mr. Zwarteveen, duurzaamheidsverslagen gelezen en kritische info over onderzocht3 bedrijven gezocht | Thuis | 27-2-13 | 4 | Deelvraag 3 informatie zoeken | Jaarverslagen bij elkaar gehaald, gesorteerd, uitgeprint. Daarna alles wat ik nodig zou hebben eruit gehaald | Thuis | 28-2-13 | 5 | Deelvraag 3 schrijven/ aanpassen | Belegginsanalyse voor deelvraag 3 gemaakt, verder aan financieel overzicht gewerkt | Thuis | 1-3-13 | 10 | Deelvraag 1+2 perfectioneren, Deelvraag 3 aanpassen, Hoofdvraag afmaken | Enkele toevoegingen gedaan op deelvraag 1 + 2. Aan deelvraag 3 en de hoofdvraag gewerkt, ook deelvraag 1 nog aanpassingen aan moeten doen | Thuis | 4-3-13 | 2 | Evaluatie geschreven | Een evaluatie, die al in mijn hoofd zat, uitgeschreven | Thuis | 6-3-13 | 4 | Perfectioneren + Lay-out | Bronverwijzingen toegepast, de opmaak van bepaalde stukken veranderd, spellingsfouten verbeterd etc. | Thuis | *Van dagen dat ik minder dan een 3 kwartier gewerkt heb, heb ik geen vermelding gemaakt.

--------------------------------------------
[ 1 ]. Definitie volgens World Commission on Environment and Development in het ‘Brundtlandrapport’
[ 2 ]. Voorbeeld wordt gegeven in het artikel: ‘groen is niet genoeg, op weg naar een blauwe economie’ uit het FD van ……… .

Similar Documents